Met stip achter de Bee Gees

De Brit Mark Cavendish, vandaag 21 jaar geworden, versloeg dit seizoen al topsprinters als Robbie McEwen en Erik Zabel. Naast mooie overwinningen brengt de snelle renner van T-Mobile vooral ook nieuwe hoop voor de wielersport.

Mark Cavendish: „In een rijtje met beroemde inwoners van Man sta ik vlak achter de Bee Gees. Dat heb ik al bereikt.” Foto Cor Vos Mark Cavendish: „In een rijtje met beroemde inwoners van Man sta ik vlak achter de Bee Gees. Dat heb ik al bereikt.” Foto Cor Vos Cala Serana - Mallorca - Spanje - wielrennen - cycling - cyclisme - radsport - presentatie team T-Mobile - Mark Cavendish - foto Cor Vos ©2007 Vos, Cor

Niemand kan de kundige wielercommentatoren van de VRT-televisie die woensdagmiddag in april verrassen. „Brown valt stil … McEwen komt langs de rechterkant voor de winst … Voor zijn tweede winst in de Scheldeprijs … Jawel!”

De honderdjarige Vlaamse semiklassieker krijgt een voorspelbaar einde. Tot Robbie McEwen vlak voor de streep op de Antwerpse Churchillaan plotseling voorbij wordt geflitst door een roze bliksemschicht. Renner van T-Mobile?

„Het is Eisel!” Tot drie keer toe roepen de Belgische tv-verslaggevers de kopman van de Duitse ploeg tot winnaar uit. Dan zoemt de camera in. „Het is ... Cavendish! Mark Cavendish. Van Isle of Man. Wereldkampioen op de baan. Pas twintig jaar. Asjeblief!”

Mooi gezicht, hoe de eerstejaarsprof na de finish huilend in de armen van zijn ploeggenoten valt. Iedereen verrast, behalve Cavendish zelf. „Ik ben niet verbaasd dat ik dit kan. Dit was mijn eerste kans in een vrije rol en die heb ik gegrepen.” Nog meer branie, minuten na zijn eerste profzege op de weg? „Het is best bijzonder om van deze toppers te winnen, maar ik was de afgelopen drie jaar al de snelste amateur.”

In de Ronde van Duinkerken bewees Cavendish onlangs dat zijn zege in de Scheldeprijs geen toeval was. De jonge sprinter van T-Mobile won twee ritten, waarin hij afrekende met toppers als Erik Zabel en Gert Steegmans. „Kijk naar zijn benen en je weet dat Mark snel is”, sprak de laatste bewonderend.

„Andreas Klier riep na ons eerste trainingskamp op Mallorca meteen dat Cavendish de Engelse Jeroen Blijlevens is”, vertelt Luuc Eisenga, de Nederlandse manager van T-Mobile. „Klier, die bij TVM met Blijlevens reed, herkende dezelfde mentaliteit. Pure sprinter. Ook al zijn ze niet in vorm, ze blijven volledig gefocust op de massasprint. In zijn eerste koers dit seizoen werd Mark al tweede, hoewel hij qua niveau nog wat achterop lag.”

Eisenga maakte in het verleden topsprinters als Mario Cipollini en Erik Zabel van dichtbij mee. „Het is te vroeg om Cavendish met die jongens te vergelijken. Hij lijkt nog het meest op RobbieMcEwen. Mark zoekt graag zelf zijn weg. Een kamikazepiloot.”

Aan de andere kant van de Noordzee volgde Frances Millar gespannen de laatste meters van Cavendish in Antwerpen. De zus van David, de bekendste Britse wielerprof, is manager van een aantal jonge renners in haar land. „De manier waarop hij McEwen klopte, is typerend voor Mark. He’s a real killer. Bang voor niets of niemand. Onvoorstelbaar wat hij durft.” Dat was McEwen ook opgevallen. „You’ve got balls”, had de kopman van de Predictorploeg na afloop tegen Cavendish gezegd.

In zijn appartement in Girona, Spanje, geloofde David Millar die middag niet wat hij zojuist op televisie had gezien. „Onvoorstelbaar, it’s fucking Cavendish!”, riep de 30-jarige Schot uit. „Ook voor mij was het een enorme verrassing.”

De wielersport hunkert naar verhalen over nieuwe helden. Maandenlang Eufemiano Fuentes, Jan Ullrich, Ivan Basso, Floyd Landis. Bloeddoping en testosteron. Afkortingen als ProTour, UCI, ASO en IPCT: ruzie gegarandeerd. Komt het ooit goed met de geplaagde sport?

„Het is geweldig dat een twintigjarige als Cavendish wedstrijden kan winnen”, zegt Millar, die zelf vorig jaar terugkeerde na een tweejarige schorsing wegens epo-gebruik. „Zie ook jongeren als Thomas Dekker en Andy Schleck. Toen ik hun leeftijd had, was er geen enkele kans. Ik moest jaren wachten voor ik mijn eerste overwinning haalde. Dit geeft hoop aan een nieuwe generatie renners. Zo moet het. Dit is de enige manier om de wielersport weer op het goede spoor te krijgen.”

Ook bij T-Mobile zijn ze daarvan doordrongen. „Het succes van Cavendish doet ons enorm deugd”, zegt manager Eisenga. „Jarenlang werden bij ons grote sterren ingekocht. Na alles wat er vorig jaar is gebeurd, hebben we het roer omgegooid. We kiezen nu voor het intensief scouten van jong talent. Dat blijkt succesvol.”

Mark Cavendish wordt op 21 mei 1986 geboren in Laxey op het eiland Man, gelegen in de Ierse Zee, met aan de ene kant (Noord-) Ierland en aan de andere Schotland en Wales. Het eiland, met 80.000 inwoners, is vooral bekend door de motorsport. Het stratencircuit, waar honderd jaar geleden voor het eerst een TT werd verreden, geldt als een van de gevaarlijkste ter wereld.

Waarom een jonge Manxman, zoals de eilanders heten, gaat wielrennen? „Om uit de problemen te blijven”, zegt Cavendish lachend. Maar makkelijk was de start van zijn carrière niet. „De meeste wedstrijden waren aan de overkant”, zegt hij. „Mijn vader bracht me altijd, het waren lange reizen. Mijn jongere broer ging eerst ook mee, maar hield ermee op. Hij is nu timmerman. Ik was een natuurtalent, een sprinter, die zonder veel training wedstrijden won. Ondertussen werkte ik als bankemployé. Ik wilde geld verdienen om naar Europa te gaan en wielrenner te worden.”

In 2004 wordt hij gekozen voor de Britse selectie. „Die dag veranderde mijn leven. Ineens moest ik hard trainen.” Cavendish hoort tot de eerste lichting renners, die bij de Britse wielerbond een revolutionair trainingprogramma volgen: de Under 23 Endurance Academy. „Tot dan waren Britse renners goed op de baan of als tijdrijder op de weg”, zegt Frances Millar. „Om ook succesvol te zijn in andere disciplines is een nieuw systeem ontwikkeld, met trainingen, wedstrijden en profstages.”

Op de nieuwe Academy leren talenten nadrukkelijk ook hoe ze moeten leven als profrenner. „Juist dat maakt het programma zo goed”, vindt David Millar. „En er zit een coach, Dave Brailsford, die ijzersterk is in het ontwikkelen van talent, ook wat de overstap van baan naar weg betreft. Als ik hem op mijn 18de was tegengekomen, zou ik op mijn 23ste meervoudig wereldkampioen op de weg zijn geweest. En dan had ik nooit doping nodig gehad.”

In de eerste twee jaar van de opleiding, School of Cycling genoemd, staat leren centraal. In het derde jaar gaat het erom van tevoren gestelde doelen te realiseren. Cavendish heeft geen twee jaar nodig. In 2005 wordt hij op de baan in Los Angeles wereldkampioen op het onderdeel madison. „Niet slecht, in vijftien maanden van bankemployé tot wereldkampioen.” Weer die aanstekelijke lach. Cavendish is de eerste om toe te geven dat hij het snelle baansucces niet had verwacht. Maar dat hij op de weg na een jaar als stagiair meteen zou winnen, heeft hem geen moment verrast. „Ik snap dat iedereen nu verbaasd is, ze kennen me niet. Maar ik weet wat ik kan en was op deze situatie voorbereid.”

Vandaag maakt hij in Catalonië zijn debuut in een ProTour-ronde. „Dat zal zwaar zijn. Maar ik heb de afgelopen drie dagen 600 kilometer kunnen trainen. Ik voel me sterk.” En rijdt hij de Tour de France, die op 7 juli start in Londen? „Zou geweldig zijn, maar staat nog niet in mijn agenda.”

Op Man is Cavendish sowieso een held. „Ik hoorde dat ik op internet in een rijtje met beroemde inwoners sta, vlak achter de Bee Gees. Mijn overwinningen zijn er groot nieuws. Dat heb ik alvast bereikt.”