Met publiek ga je heftiger zoenen

Gerucht

Regie: Lotte van den Berg

Regisseur Lotte van den Berg (1975) zoekt in haar onvergelijkbare voorstellingen doorgaans de stilte, de rust, de leegte. Maar voor Gerucht zoekt ze de drukte van de stad op. Op het Utrechtse plein Janskerkhof heeft zij een geluiddichte houten keet van tien bij tien meter neergezet, ontworpen door Theun Mosk. Het publiek zit op een tribune en kijkt door een glazen pui naar buiten. De stad is de voorstelling. Aanvankelijk zou Van den Berg haar keet bij het station zetten, voor het Beatrixtheater, maar de theaterdirecteur aldaar maakte bezwaar omdat de ‘Yellow Brick Road’ die van station naar theater loopt, verstoord zou worden.

Trams, bussen, studenten, toeristen, een vrouw op een brommertje met een enorme koffer. Later een man op een fiets met ook een grote koffer. Horen die erbij? Verschillende toeristen gluren, met hun handen tegen de ruit, naar binnen, en kijken verbaasd naar hun publiek. Een Marokkaans stelletje gaat extra hard zoenen als ze de toeschouwers zien. De situatie – op een tribune achter glas zitten en weten dat het een voorstelling heet – stuurt en scherpt al de blik. Van den Berg heeft daarnaast ook nog de blik op de stad gemanipuleerd door niet de gewone stadsgeluiden, maar een soundtrack te laten horen, met een selectie van de buitengeluiden.

Vier acteurs lopen ook door het beeld. We horen ze soms mompelen of telefoneren via zendmicrofoons. Drie van hen doen weinig opzienbarends, ze gaan op in het stadsgewoel. Maar Abke Haring, zelf theatermaker met een sterke aanwezigheid, heeft een compleet personage bedacht. Een jongensachtig meisje dat rondhangt, speelt, stenen verzamelt, een stok en een fietswrak meesleept. Ze krijg iets moois met een andere speler.

Haring trekt de voorstelling scheef. Zonder haar had ik misschien makkelijker geaccepteerd dat Gerucht vrij leeg is. Nu denk ik: hadden ze maar allemaal zo’n boeiend personage bedacht. Van den Bergs voorstellingen zijn altijd moeilijk te doorgronden, maar met Gerucht blijf ik wel erg onbevredigd achter. Is dit alles? Een uurtje naar de stad kijken? Het lijkt zo weinig. Zeker als ik na afloop in het foldertje lees hoeveel gedachtes Van den Berg eraan heeft gewijd. Het behoort tot de tragiek van de kunstenaar dat zijn publiek maar een fractie oppikt van de gedachtes die hij in zijn kunst stopt. Maar in Gerucht is de verhouding wel erg scheef.