Filmfestival Cannes is een etalage, kijken kost er geld

In Cannes worden mooie films getoond, maar voor de makers draait het erom dat de films worden verkocht. ‘Sicko’ is nog niet door een Nederlandse distributeur aangekocht. Te duur.

Bas Blokker

Geld, daar draait het om in Cannes. Het is natuurlijk aardig dat er mooie films worden vertoond, maar voor de makers, sales agents en distributeurs gaat het erom dat er wordt verkocht. Cannes is een etalage en kijken kost geld.

De sales agent betaalt voor de aanwezigheid van de regisseur en andere medewerkers aan de film. Die kosten worden doorberekend aan de distributeurs in de verschillende landen, die journalisten mogen aanwijzen voor interviews. De distributeurs kiezen daarbij voor het medium waarvan ze het meeste resultaat bij de doelgroep verwachten. Bij een interview met Tarantino kost dat de distributeur per journalist 1.500 dollar uit zijn pr-budget.

Michael Moore spreken is voorlopig zelfs voor 1.500 dollar niet mogelijk, omdat zijn nieuwste film nog geen Nederlandse distributeur heeft. Het recht om zijn nieuwste documentaire Sicko in een land als Nederland te mogen uitbrengen, in bioscoop en op dvd, is te koop voor 1 miljoen dollar. Als je bedenkt dat zijn vorige film, Fahrenheit 9/11, in Nederland ruim anderhalf miljoen euro aan bioscooprecette opbracht, is dat veel. Vooralsnog heeft er dan ook nog geen Nederlandse distributeur toegehapt. Zal Sicko daarom aan de Nederlandse kijker voorbij gaan? Natuurlijk niet. Cannes is een veemarkt; als niemand de prijs wil betalen, zakt die.

Drie jaar geleden won Moore de Gouden Palm met Fahrenheit 9/11. Zijn nieuwste film doet niet mee in de competitie, maar profiteert wel van de schijnwerpers die op Cannes gericht staan. Sicko past qua aanpak in het oeuvre van guerrillafilmer Moore. Hij begint, om nog even te laten zien wie de domste regeringsleider ter wereld is, met archiefbeeld van president George W. Bush die een probleem in de Amerikaanse gezondheidszorg signaleert: „We hebben te veel gynaecologen die hun liefde niet kunnen geven aan vrouwen in de Verenigde Staten.” Dat was meteen goed voor een open doekje tijdens de eerste vertoning van Sicko. Deze film, zegt Moore, gaat niet over de 50 miljoen Amerikanen die geen verzekering hebben, het gaat om de 250 miljoen die wel een verzekering hebben, maar die niet worden uitbetaald als puntje bij paaltje komt. De Amerikaanse verzekeraars doen bijna alles om niet te hoeven uitbetalen. Moore wil zo graag bewijzen dat het in de VS slecht gesteld is met de gezondheidszorg, dat hij van de weeromstuit Cuba ophemelt als land van de onbegrensde zorg. Op elke straathoek een apotheek met goedkope medicijnen, dokters in overvloed en een glimmende ambulance voor Amerikaanse patiënten. Voor een man die van achterdocht zijn handelsmerk heeft gemaakt, is Moore hier erg goedgelovig. Op Cuba worden geen films gemaakt zonder instemming en sturing van de autoriteiten. Zou Moore dat echt niet weten?

Sicko is beslist een geestig en overtuigend pleidooi voor de socialized health care waar de Republikeinen en de zorgorganisaties in de VS kennelijk doodsbang voor zijn. Maar het is ook een documentaire die zijn punt drie, vier, vijf keer scoort en elke keer juicht alsof het de beslissende treffer is. Het probleem dat Moore aanpakt is bovendien voor niet-Amerikanen non-existent, dus is de film minder dwingend dan Fahrenheit 9/11.

Zeker dwingend, maar voor een selecter publiek is de film van de Oostenrijker Ulrich Seidl, Import/Export. Van alle films die tot nog toe in de competitie zijn vertoond, was dit degene met het hoogste wegloopgehalte. De film volgt verpleegster Olga die vanuit de Oekraïne naar Oostenrijk emigreert en nietsnut Paul die met zijn stiefvader met handeltjes via Wenen naar Oost-Europa trekt. Vooral de westerse maatschappij moet eraan geloven. Immigranten worden als slaven behandeld, bejaarden liggen te wachten op de dood. De Oostenrijkse handelaar gebruikt zijn geld om (seksuele) macht uit te oefenen over vrouwen in het Oostblok.

Er zijn kanttekeningen te plaatsen bij Seidls aanpak. Hij filmt de pijnlijkste situaties in de geriatrische afdeling van het verpleeghuis, en daar liggen geen acteurs. Hij zal die mensen heus om toestemming hebben gevraagd, maar zullen zij begrepen hebben waar ze mee instemden? Maar het resultaat is een verontrustende film. Seidls film is nog niet voor de Nederlandse bioscoop aangekocht. Maar dat zal wel niet met de prijs te maken hebben.

Podcast van drie filmcritici op www.nrc.nl/cannes2007