Eenzaamheid

Liefde in tijden van eenzaamheid. Dat is een stevige titel voor een roman. Niet bijster origineel misschien, want van een te hoog Gabriel García Márquez-gehalte, maar welbeschouwd is eenzaamheid minstens zo dodelijk als cholera.

Wat mij opvalt in Suriname is dat iedereen steeds vraagt wat ik ervan denk: van Suriname. En wat ik dan ook zeg, het wordt steevast tegen mij gebruikt. Je wordt dus gevraagd om een oordeel, maar dat oordeel mag je nooit vellen. Surinamers lijken dol te zijn op hun land, zoals kamikazepiloten waarschijnlijk dol waren op hun vliegtuigen. Zoiets als: kom, we gaan naar de verdoemenis, maar geen kwaad woord erover.

Kun je een oordeel vellen over een land? Vroeger dacht ik van wel, maar nu twijfel ik hevig. Het fundamentele probleem met landen is dat er bewoners in voorkomen. Gewoon mensen dus. En die verdragen geen oordelen, vooral niet als ze klinken als veroordelingen. Ze nemen alles persoonlijk, tegenwoordig.

Met één oordeel schijn ik weg te komen in Suriname, namelijk dat iedereen gebukt gaat onder een probleem met de liefde. Wie je ook spreekt, als je lang genoeg doorvraagt, komt de kwestie van de liefde boven water.

Dat van het water kun je in Suriname ook letterlijk bedoelen. We zitten nu in de ‘Grote Regentijd’, zoals dat heet, en ik heb nooit aandacht geschonken aan dat begrip, maar als je er even bij stilstaat is het ongelooflijk romantisch. De Grote Regentijd. Het is inderdaad groot, eigenlijk te groot voor een klein land. Alles loopt altijd onder, werd mij gezegd, het water komt in de belangrijkste straten tot veertig centimeter, werd mij gezegd, en ik geloofde er geen snars van. Suriname heeft een zwaar afwateringsprobleem, dat wist ik wel, maar de mensen overdrijven alles. Regen veroorzaakt in dit land enorme paniek, maar het is overdreven.

Totdat ik een paar dagen geleden uit bed stapte en erg wakker werd, omdat ik in vijf centimeter water stond. Mijn appartement was ondergelopen. Dat de straten blank konden staan, daar was ik voor gewaarschuwd, maar over mijn bescheiden appartementje had niemand iets gezegd.

Afijn. We gaan niet weer zitten klagen over het land, we zouden het hebben over de liefde. Oké, nog één klein terzijdetje is geoorloofd: het land schijnt heel liefdeloos om te gaan met de wereld. Al meer dan twee weken geleden viel het internetverkeer stil. Alsook het telefoonverkeer. Er zou, zo meldden de kranten, ergens een kabelbreuk hebben plaatsgevonden, met als gevolg dat er geen contact meer was met de buitenwereld. En vanwege de Grote Regentijd zou het heel lang kunnen duren voordat men de breuk had opgespoord en hersteld. Dat ene kleine touwtje waaraan Suriname vastzit aan de wereld was geknapt, en niemand die er iets aan kon doen.

Er werd heel lacherig over gedaan trouwens, op mijn paniek over het ontstane isolement werd gezegd: welkom in Suriname. Wees blij dat het interne telefoonverkeer het nog doet. Maar dat interne telefoonverkeer deed het ook niet.

Maar de liefde dus. Dat is een heel gek verschijnsel. Een man die ik nu een goede vriend mag noemen, vertelde mij zonder enige vorm van verontwaardiging dat zijn ouders nu in Amerika wonen. En ook zijn drie oudere broers. Hij en zijn zus werden meer dan tien jaar geleden achtergelaten, ze zouden nog worden opgehaald, maar het leven in Amerika schijnt druk te zijn, zo druk dat men er even niet aan was toegekomen ze op te halen. Het kon nu elk moment gebeuren, verzekerde de man zichzelf, hij weet heel zeker dat men er hard aan werkt hem en zijn zus op te halen.

Hij was vijftien toen zijn ouders vertrokken en hij had de taak op het huis en zijn zus te passen. Dat passen op het huis is goed gegaan, maar al het andere ging mis. Zijn eigen schoolopleiding bijvoorbeeld. Hij maakte de middelbare school niet af en werd barkeeper op een leeftijd waarop je in Nederland nog geen alcohol mag kopen. Hij is er trots op dat hij in Suriname woont, want hier hebben ze dat soort gekke regels niet.

Na acht jaar achter de bar verliet hij de horeca om chauffeur te worden. Eerst van bussen in het openbaar vervoer, daarna van taxi’s. Uitstekend werk, zegt hij, en als hij straks wordt opgehaald en in Amerika is, kan hij alle kanten op, hij kan er een baan vinden als barkeeper of als taxichauffeur, hij is allround, zoals hij het zegt.

Met het passen op zijn zus is het ook niet goed gegaan. Ze trouwde met een drugsgebruiker die haar sloeg, liefst met een grote pan op haar hoofd, denkt hij, waardoor ze recentelijk een herseninfarct kreeg. In het ziekenhuis werd eerst gevraagd wie de behandeling zou betalen, het ging om het flinke bedrag van omgerekend vijftienhonderd euro. Hij belde naar zijn ouders in Amerika, maar die konden dat bedrag ook niet opbrengen. Hij nam een hypotheek op het huis en de zus werd behandeld, maar het is niet meer goed gekomen.

Zoals het ook niet goed kwam met de zoon die hij vier jaar geleden kreeg. Die had iets aan zijn darmen, waardoor hij zich niet kon ontlasten. De artsen vroegen wie de behandeling zou betalen, en ook nu kon hij het bedrag niet opbrengen, waarop het jongetje kwam te overlijden. En zo zijn er wel meer verhalen van eenzaamheid en de liefde. Of moet ik zeggen: liefdeloosheid? Eenzaamheid lijkt liefdeloos te maken, maar liefdeloosheid lijkt sterk op liefde. Machteloze liefde, dat wel.

ramdas@nrc.nl