Brood bakken met de volmaakte vrouw

Festival aan de Werf: Vielfalt van Jakop Ahlbom en Brood van Roos van Geffen. Gezien 19/5 Utrecht. Aldaar t/m 26/5. Inl. Info 030-2315355 of www.festivalaandewerf.nl.

Het Festival aan de Werf laat zijn bezoekers lekker buiten spelen. Het Utrechtse festival brengt vooral persoonlijke, kleine voorstellingen op locatie, met theater waarin het beeld bepalend is. Mime is nooit ver weg en er is veel ‘ervaringstheater’. Een Spaanse DC-9 reist van wijk naar wijk, er is een soort ervaringspark gebouwd: Le Souk de la Parole.

Eigenlijk is de zwijgende komedie Vielfalt van de Zweeds-Nederlandse mimer-regisseur Jakop Ahlbom (1971) tamelijk conventioneel voor dit festival. Het staat gewoon in een theater met een klassiek decor, er is een duidelijk verhaal en je mag klappen na afloop. Vielfalt ging eerder in première, is geselecteerd voor het best-of-festival TF-1, en maak wegens succes volgend seizoen een tournee.

Waar komt het meisje terecht als de goochelaar haar heeft laten verdwijnen? Bij Ahlbom belandt zij in een surrealistische droomwereld. Een restaurant waar de goochelaar nog vier andere verdwenen meisjes houdt, veelal identiek gekleed. Haar vriend probeert het verdwenen meisje terug te halen, maar ze blijft steeds opnieuw verdwijnen. Alhboms magisch-realistische goocheltheater bevat veel klassieke mime, en de genres die daaraan grenzen: slapstick, acrobatiek, dans. Op spectaculaire wijze verdwijnen de mensen in een tv-scherm, een afvoerputje, door de muur of in een zitbank. Om later weer op te duiken uit een tafeltje met fruit, of uit de buik van een medespeler. De trucs en het hoogstaande bewegingsspel wekken bewondering op. Maar bovenal is Vielfalt erg geestig.

Een weldadige afsluiting van een dagje Festival aan de Werf is Brood van Roos van Geffen (1975), ervaringstheater dat kleine groepjes bezoekers meevoert door een merkwaardig labyrint. Met blote voeten door het graan, op witte sloffen door een wasserij voor witte bedrijfskleding. We krijgen een wit overhemd aan, een nat lapje op onze ogen, een dame fluistert in mijn oor: „Je mag met mijn ogen huilen.” Ogen dichtdoen, ik krijg een hapje meel in mijn hand. Warmte op mijn gezicht, ik ruik vers brood. En inderdaad; we mogen aan een lange tafel gaan zitten waar een volmaakte vrouw van in de veertig brood voor ons bakt. Ze neuriet Bach en schenkt er wijn bij. We mogen het opdrinken bij een kampvuur.

Schoenen inleveren bij de ingang, duistere gangen, brood bakken, in de ingrediënten waden; het geschiedde allemaal eerder, in Oraculos (2001), de moeder van alle ervaringsvoorstellingen. Van Geffens tocht laat de beperkingen van het ervaringstheater zien. Als de eerste verrassing eraf is, moet je toch echt wat meer bedenken dan een aangename tocht.

In het ervaringstheater kun je de hardnekkige lust om te zoeken naar betekenis of verhaal, beter loslaten. Die wordt toch niet bevredigd, en staat het ervaren in de weg. Maar een zekere suggestie van een diepere laag, een overkoepelend idee, heb ik toch wel nodig, en die kan ik niet vinden in Brood. Goed, brood en wijn en Bach en een lange tafel doen sterk aan het laatste avondmaal van Jezus denken. Maar verder dan die suggestie komt het niet. En Jezus had geen kampvuur.