Witdonk – Overhaelen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Limburg

Het beestenweer maakt plaats voor dierenweer. Af en toe zal het beestenweer terugkomen, dan worden de zandpaden geregenstraald en de boomtoppen bestormd. Maar nu vertonen de wolken blauwe breukjes. Nu vlaagt er zon omlaag, het licht schittert op de plassen en het natte mos. Op het bospad loopt een oudere meneer. Hij koestert een kortharige terriër in zijn armen. Het witte beestje met de bruine knakoortjes is jong en nat. Hij bibbert en de meneer houdt van hem, dat kun je zien.

„Hij is in een vossenhol gekropen”, vertelt hij. „Voor het eerst.” We zijn het eens dat dat knap is. De meneer zet hem neer, het dier rent zich warm tussen de adelaarsvarens. Dat vossenhol was trouwens gevestigd in een verlaten dassenburcht, verklaart zijn baas. Brede ingang, leuk voor beginnende honden.

„Wilt u een cryptogram horen?”

Dat willen we wel.

„Voor eeuwig Amsterdam uit.”

Geen idee.

„De Pijp uitgaan.”

Gelukkig snapt man ’t wel. Ik lach gewoon mee.

We wandelen verder over het rechte pad tussen het hoge hout. Het natte zand lijkt van elastiek. De regen maakt kringen in het oppervlak van een waterloop, tussen de omhoog slingerende eiken verzakt het licht tot boudoirschemer. Met regen gaat in een bos toch alles door. Bloesem sluit zich niet, het knipoogt het nat wat weg. Halmen en takken geven geen krimp. De koekoek en de vinken laten zich gelden, de merelmannen vliegen tussen de stammen, druk als pizzakoeriers.

Zonder overgangsfase van betekenis houdt de regen op en mikt de zon deinende vlekken licht op de struiken en de paden. Dan wordt de hemeldouche opnieuw opengedraaid, voluit. De bomen worden schimmen. Als het weer droog is, drinkt het zand snel het water op.

Tussen de bossen liggen weilanden met witte vleeskoeien en bijpassende stieren met zulke gebeitelde spierbundels dat ze niet echt lijken. De weidegrond wordt overvleugeld door akkers met rijen babybuxus en kerstsparretjes met zachtgroene vingertopjes. Er zijn ook akkers met prei van hier tot ginder, velden met wortel en ui. Maar de meeste akkers bestaan uit hoge richels onder zeil, daar zitten asperges in.

Daar ligt de Leu, navelstreng van de schoonheid, in een glorieus dal. Onder diep overbuigende bomen en om als decolletés uitgesleten bulten zand kronkelt de beek of ze ’n geheim moet bewaren (wat dan helemaal geen geheim blijkt te zijn en dat is dan het geheim).

18 km. Kaarten 26 t/m 29 uit: Peellandpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort, 2001. Uit Witdonk/Meijel (halte Roggelse brug) rijdt bus 75. Uit Haelen (halte Napoleonsweg) rijdt bus 77. Overstappen in Horn (halte Restaurant Hornerhof). Inl. tel. 0900 9292 of www.9292ov.nl.