Wetswijziging euthanasie onhaalbaar en onnodig

De huidige coalitie is niet voornemens de Euthanasiewet te wijzigen. Toch is dat wel wat de opstellers van het onlangs verschenen evaluatierapport adviseren. Zij stellen voor om onvoldoende medische zorgvuldigheid bij de uitvoering van euthanasie (onjuiste keuze van middelen, onjuiste toediening) niet langer via het strafrecht te sanctioneren. Tuchtrechtelijke toetsing zou zich hiervoor veel meer lenen. Een onbegrijpelijk standpunt.

De medisch zorgvuldige uitvoering van euthanasie is namelijk geen louter medische aangelegenheid. Voert een arts de euthanasie niet zorgvuldig uit, dan begaat een arts niet domweg een medische fout. Dat een arts toegang heeft tot bepaalde middelen, kennis ter zake heeft, maakt zo`n handeling nog niet tot een medische aangelegenheid. Vanaf het moment dat een arts besloten heeft een euthanasieverzoek in te willigen, verlaat hij de sfeer van het normale medische handelen en betreedt hij een domein waar andere normen heersen. Omdat hetzelfde onderzoek ook uitwijst dat de grens tussen levensbeƫindiging en normaal medisch handelen voor veel artsen nog vragen oproept, is het onverstandig de onduidelijkheid te vergroten door de verschillende zorgvuldigheidseisen in verschillende regimes te plaatsen. Moet er aan de eisen dan toch een verschillend gewicht worden toegekend, dan kunnen OM en strafrechter dat ook.

Voorts wijzen de onderzoekers erop dat het niet melden van euthanasie een delict is van een geheel andere orde dan het onzorgvuldig verrichten van euthanasie. De wet zou dit onderscheid ten onrechte niet maken. Daarenboven betwijfelen zij of de huidige zware sanctie op niet-melden wel bijdraagt aan de meldingsbereidheid. Maar ook hier kan een wetswijziging alleen maar tot meer onduidelijkheid leiden. Bovendien doet het geconstateerde hoge meldingspercentage (80 procent) niet vermoeden dat de huidige sanctie de meldingsbereidheid onder artsen belemmert. De voorgestelde wetswijzigingen zijn niet alleen politiek onhaalbaar maar ook onnodig.