Waarom ook liberalen moeten meedoen met de politieke trend van ‘samen’

Mensen kunnen beter bij elkaar bekend zijn dan bij de politie en bij databanken, concludeert Maarten Huygen.

Een inwoner van Almere die ruzie krijgt over het gebonk uit de boxen van de buren of over mayonaise en lege bierblikjes in het gemeenschappelijke trapportaal, kan naar een onbezoldigde bemiddelaar. Die hoort de klacht aan en praat met de vermeende aanstichter. Daarna praten beide partijen onder haar of zijn leiding met elkaar. En het helpt. Opgelost zijn de geschillen over de wasmachine die midden in de nacht rammelde, over het ei dat – naar achteraf bleek – niet door de gehate buur maar door een onbekende tegen het raam was gegooid, over de kleine kinderen die te vroeg begonnen te blèren. Vaak spraken de partijen elkaar bij de bemiddeling voor het eerst.

Ook elders wordt buurtbemiddeling toegepast, maar het project van de nieuwste stad van Nederland blinkt uit. Misschien dat de polderkolonisten tussen vers cement meer in zijn voor nieuwe lokale sociale oplossingen op zijn Amerikaans. Anneke Zwaan, de sociaal- cultureel werker die de buurtbemiddeling coördineert, woont al 24 jaar in Almere en zij vindt dat er in zo’n nieuwbouwwijk waar je samen tussen de zandhopen begint, meer gemeenschapszin ontstaat dan in een oude stadswijk. Veel van haar eerste buren zijn er nog. Toch krijgt ook Almere de problemen van de grote stad. Een voordeel van bemiddeling is dat mensen die het eens worden, elkaar ook weer op straat gaan groeten en tijdens de vakantie elkaars post in de gaten houden. Dat maakt de buurt vertrouwder en vergroot het veiligheidsgevoel. Het volgende plan van Zwaan: bemiddeling door jongeren bij klachten over andere jongeren.

Bemiddeling en andere vormen van preventie zijn sympathieker en simpeler dan beveiligingscamera’s, detectiepoortjes of politiefoto’s voor een databank van jongeren die elkaar bij een bepaalde bank in het park plegen te ontmoeten. Om een explosie van persoonsregistraties en politie-ingrepen te voorkomen, moet de anonimiteit worden opgeheven. Mensen kunnen beter elkaar kennen dan dat de politie hen kent en in een databank verwerkt.

Bij buurtbemiddeling is geen politie nodig, laat staan een geüniformeerde buurtregisseur die de rol van de wegbezuinigde opbouwwerker heeft overgenomen. Mensen doen het samen. Dat ‘samen’ is een politieke mode. Toch zou die niet alleen voor christen-democraten moeten gelden, maar ook voor geïndividualiseerde paarse liberalen. Buren die kennismaken, straten die feestjes organiseren, serviceclubs die een evenement leiden, houden de politie en veiligheidsdiensten buiten de deur. Het initiatief moet lokaal zijn en niet uit Den Haag komen.

Sociale activiteiten als buurtbemiddeling waren ook het alternatief dat Ida Haitsma van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid voorhield aan een conferentie over beveiligingsapparatuur in de Amsterdamse Rai vorige week. Zij was de enige vrouw in een zaal vol mannen die zich bij een grote beurs hadden verlustigd aan beveiligingscamera’s, gezichtsherkenning, genetische technieken voor dataopslag van privégegevens. Kortom, het schrikbeeld van een geatomiseerde samenleving. Terwijl ik rondliep, zag ik mezelf gespiegeld in beeldschermen, in scherpe kleurcontouren of in vaag zwart-wit. Ik stond alleen tegenover apparaten die mij automatisch als potentiële verdachte aanmerkten. Camera’s die iedere beweging filmen, hard disks die het relevante fragment uit giga’s informatie toveren, cameraatjes in radiografisch bestuurde insecten, je kon het zo gek niet bedenken.

Daartussen dwaalden onopvallend observerende mannen in donkere pakken. Ze hadden vrij, want de oortelefoontjes waren uit. Een technicus die geld wil verdienen, moet in de ‘security’ gaan. Ik hoorde zelfs over een plan voor een nieuw soort KNMI dat de misdaad in een bepaalde parkeergarage kan voorspellen aan de hand van een analyse van welke veelplegers op vrije voeten zijn. Het wachten is op een alarmchip die in deze veelplegers wordt ingebouwd. Binnenkort staan we allemaal naakt voor een automaat die preventief fouilleert.

Het begeleidende congres over ‘Maatschappelijke veiligheid’ stelde teleur. Veel van de mannen in pakken liepen weg. Er werd wel techniek gepresenteerd, maar geen analyse. Wel herinner ik me een staatje waaruit bleek dat vanaf een bepaald punt het veiligheidsgevoel van de mensen verdween naarmate het aantal beveiligingscamera’s groter werd.

De historische blik van de Amsterdamse politiechef Hans Schönfeld was een gunstige uitzondering in de lezingen. Hij noemde vier factoren voor misdaad: de aanwezigheid van kostbaar bezit, open grenzen, mobiliteit, en anonimiteit. Die factoren deden zich in perioden in het verleden net zo goed voor als nu. Hij liet een tekening zien van de driedubbele beveiliging van een middeleeuwse stad, met poorten, tolhuizen en methoden van identificatie, portiers en ratelaars die alarm slaan en speciale huisregels. In de open netwerksamenleving is „het kwaad steeds moeilijker uit de massa te selecteren”, vond hij. Het wordt wel gemakkelijker als mensen uit de anonimiteit treden en actief worden.

Hendrik Jan Kaptein van het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel gaf voorbeelden van winkeliers die dure camera’s opstelden, maar nog niet eens de belendende winkelier of de wijkagent kenden. Dan helpen apparaten niet. Als niemand het eigen stoepje onderhoudt of meedoet met de winkeliersvereniging, wordt dat alleen maar erger. Pas als dat gebeurt, kan er over camera's worden nagedacht.

Aan het slot van de conferentie over veiligheid liet Haitsma haar publiek in groepjes oplossingen bedenken voor een verloederd winkelcentrum met hangjongeren. Ze moesten zich in de andere partij verdiepen. Dat viel niet mee. „Ik heb nog nooit gesproken met de ander. Ik weet niet hoe dat moet”, werd er gezegd. En dat voor ervaren beveiligers. Je kunt jongensgroepjes observeren met een camera en hen met een roestvrijstalen robotarm in de nek grijpen maar het blijft een omweg rond onheil dat al is geschied. Contact is beter. Als de mensen voor hun privacy angstig op zichzelf blijven en nergens aan meedoen, zal de overheid ter wille van de veiligheid de privacy schenden.