Waar chaos heerst, floreert de camorra

In de regio Napels zwerft naar schatting 300.000 ton afval op straat. Dat zijn 15.000 vuilnis-wagens vol. Nog eens 700.000 ton is onverantwoord gestort. De overheid is radeloos en de afvalmaffia spint er garen bij.

Mario staat in de vuilniswagenfile van Caivano, 30 kilometer ten noordwesten van Napels. De chauffeur heeft de nacht in zijn truck doorgebracht. „Al zes maanden gaat het zo”, zegt hij met een gelaten glimlach. „Dit is normaal in Napels. We wachten 24 uur en dan pas kunnen we onze wagens legen in de afvalscheidinginstallatie.”

Het lijkt de mannen niet te deren. Het zijn veelal ex-gedetineerden die met steun van de plaatselijke maffia, de camorra, een baantje als vuilnisman hebben gekregen. Ze verdedigen de camorra en geven de politiek de schuld: „De politiek ís de camorra.”

De afvalnoodtoestand in Napels en de regio Campanië duurt officieel al veertien jaar. In 1994 bleek dat de camorra de stortplaatsen beheerste. De staat kondigde de noodtoestand af, sloot de illegale stortplaatsen en kondigde reorganisatie van de vuilverwerking aan.

Veertien jaar later blijkt er niets gereorganiseerd. Over een week gaat de laatste publieke stortplaats dicht en is er in de hele regio geen plek meer voor de 7.200 ton afval die dagelijks wordt geproduceerd. Hierdoor lopen de zeven afvalscheidingfabrieken vast en ontstaan de lange vuilnisfiles.

„Een regelrechte ramp”, zegt Michele Buonomo, voorzitter van de milieuorganisatie Legambiente Campanië. „Er is een miljard euro uitgegeven aan plannen en noodvoorzieningen. Maar het afval wordt nog nauwelijks gescheiden en de composterings- en verbrandingsinstallaties zijn niet gebouwd.”

Met de moed der wanhoop proberen de autoriteiten het centrum van Napels schoon te houden, zodat de toeristen niet worden afgeschrikt. Maar in sommige buitenwijken stapelt het afval zich gevaarlijk op. Het stinkt er zoals het er in de Middeleeuwen moet hebben geroken. Zijstraten fungeren als tijdelijke stortplaatsen en burgers die bang zijn voor ziekten, steken het afval ’s nachts uit wanhoop en woede in brand, waardoor de lucht vergiftigd raakt met dioxinen.

Volgens Buonomo zwerft er zo’n 300.000 ton afval in de straten van Campanië – 15.000 vuilniswagens vol. Nog eens 700.000 ton is volstrekt ongeschikt opgeslagen en daarnaast is er 4,3 miljoen ton provisorisch verpakt in plastic balen.

In een ultieme poging de afvalchaos het hoofd te bieden, schakelde de Italiaanse regering vorig jaar de nationale Burgerbescherming in. De baas, Guido Bertolaso, die bekendstaat als een soort nationale superman, kreeg buitengewone bevoegdheden. Hij mocht het leger inzetten en lokale autoriteiten overrulen. Als er maar een oplossing kwam.

Afgelopen januari diende deze ‘rampenrambo’ plotseling zijn ontslag in. De tegenwerking in Campanië bleek groter dan de natuurkrachten die hij elders met succes bedwong. Maar premier Romano Prodi weigerde. Een ontslag zou een capitulatie voor de camorra zijn.

Dus vecht Bertolaso door. Hij probeert nog één keer een stortplaats te openen om tijd te winnen, het vuil van de straten te halen, installaties te moderniseren en een verbrander te bouwen. De plek waarop hij zijn zinnen heeft gezet ligt bij Serre, 70 kilometer ten zuiden van Napels.

„Het is een staatsgreep”, zegt burgemeester Palmiro Cornetta, terwijl hij samen met 2.000 inwoners van Serre waakt bij de geplande stortplaats. „Hier worden tomaten en groenten gekweekt. Er zijn buffelboerderijen die de beroemde mozzarella maken. En het Wereldnatuurfonds heeft hier een reservaat dat grenst aan de stortplek.”

Vorige week besloot het kabinet dat de stortplaats toch in Serre moest komen. Maar nu blijken de ministers terug te krabbelen. Niet in de laatste plaats omdat de minister van Milieu Alfonso Pecoraro Scanio van de Groenen uit de streek komt en vreest aanhang te verliezen.

„Nergens in Europa bestaat zo’n groot afvalprobleem”, zegt Buonomo van de milieuorganisatie Legambiente. En tegelijkertijd is er nergens zoveel verzet tegen stortplaatsen. Volgens hem komt dat doordat burgers elk vertrouwen in de staat hebben verloren, na veertien jaar van uitzichtloze noodtoestand.

Toen de camorra eind jaren tachtig en begin jaren negentig in het wilde weg stortplaatsen opende, zei niemand iets. „Voor de camorra is men bang en heeft men respect, voor de staat niet”, vult een lokale afvalexpert aan die niet met zijn naam in de krant wil.

Geen enkele bonafide ondernemer durft volgens hem nog te investeren in afvalverwerking in Campanië. „De camorra en de corruptie schrikken af. Een ondernemer moet de bescherming van de staat voelen, maar die slaagt er niet eens in een stortplaats te openen. Alleen de camorra durft in afval te investeren.”

Sinds de sluiting van haar stortplaatsen veertien jaar geleden is de georganiseerde criminaliteit vooral actief in het speciaal afval: bedrijfsafval dat vaak giftig is. Dit gebeurt in wat ze hier de ‘Driehoek van de Dood’ noemen: het gebied ten noordwesten van Napels tussen Acerra, Nola en Marigliano. Volgens een recent rapport van de Wereld Gezondheidsorganisatie komt er beduidend meer kanker voor dan elders als gevolg van milieuvervuiling door illegale verbrandingen van kabels, autobanden, asbest, textiel, schoenen en plastic.

Nunzio Cristiano is politieagent in de ‘Driehoek van de Dood’. Hij werd zó radeloos, dat hij de brandende en smeulende illegale stortplaatsen tussen de mozzarellaboerderijen en tuinbouwakkers is gaan filmen. Vorige week bracht hij zijn bevindingen, ‘Reis door het land van de vuren’, naar buiten en sloeg hij alarm. „Als wij morgen met tien agenten alle overtredingen aanpakken, worden we tegengehouden. Het hele bestel heeft hier belang bij illegaliteit.”

„Waar chaos is, floreert de camorra’’, vertelt de anonieme afvalspecialist. Nu de vuilafvoer stilligt, wrijft de camorra zich volgens hem in de handen. Ze hebben de meeste transportfirma’s in handen en die moeten straks helpen bij de afvoer van het afval naar andere regio’s.

„Het is geen milieu-, maar een beschavingsprobleem”, meent Buonomo. Achter de milieuprobleem schuilt een veel grotere sociale en economische nood, zegt de afvalexpert. „Er is nauwelijks werk. Bedrijven die er nog zijn, chanteren de overheid als deze milieucriminaliteit wil aanpakken. Ze dreigen met verplaatsing van hun activiteiten, waarna lokale politici uit angst voor banenverlies ingrijpen en de zaak gladstrijken.”

Volgens hem staat de burger machteloos. Die is afhankelijk van een criminele klasse die profiteert van de nood: „De keus is simpel. Je past je aan of je vertrekt naar Noord-Italië op zoek naar werk en een beter leven.”