VNU en de verleiding van het grote geld

De ene topbeloning is de andere niet. Bedrijven met financiële opkopers als eigenaren weten wat betalen is. VNU laat zien hoe de verleiding werkt. De baas verdient alleen het allerbeste.

De kracht van financiële opkopers zit ’m in de verleiding. In de verleiding van het grote geld. Beleggers in beursgenoteerde bedrijven laten zich graag verleiden om hun aandelen met een overnamepremie aan te biden aan financiële opkopers, de private-equityfinanciers. En menig topmanager laat zich verleiden om zijn beursgenoteerde werkgever te verruilen voor een onderneming waar private-equity aandeelhouders de baas zijn.

Wat valt er te verdienen?

VNU biedt een mooi voorbeeld. De voormalige tijdschriftenuitgever uit Haarlem is nu een Amerikaanse verzamelaar en verkoper van marktinformatie. Vorig jaar is VNU voor 8,7 miljard euro euro overgenomen door private equityfinanciers. Onder de nieuwe eigenaren vooral Amerikanen, zoals KKR, Carlyle en Blackstone, en één Nederlandse partij: Alpinvest. Zij hebben de naam VNU inmiddels omgedoopt in Nielsen, tevens de naam van de belangrijkste dochter.

Nielsen doet nu een boekje open over de verdiensten van (ex)topmanagers. Nielsen heeft bij de Amerikaanse beurscommissie, de Securities and Exchange Commission (SEC), diverse documenten gedeponeerd met informatie die meestal verborgen blijft. De kracht van private equity zit ’m in het ongestoord werken, zegt de beroepsgroep zelf. In het feit dat je juist geen openheid hoeft te geven aan jan en alleman, maar dat je in alle rust kunt ondernemen.

Medio vorig jaar rekruteerde Nielsen een nieuwe directievoorzitter als opvolger van Rob van den Bergh, die na de overname aftrad. De nieuwkomer, David Calhoun, kwam uit de top van het industriële en financiële conglomeraat General Electric (GE). Zijn arbeidscontract (tot en met eind 2011), dat nu in hoofdlijnen op internet staat, leest als een verlanglijstje voor elke werknemer. Alle bedragen in dollars (huidige omrekenkoers: een dollar is 0,74 euro).

Calhoun heeft recht op:

een vast salaris van 1,5 miljoen dollar.

een bonus, afhankelijk van de geleverde prestaties: minimaal nul procent van zijn salaris, maximaal 200 procent.

tekengeld („signing bonus”) van 10.613.699 dollar, betaalbaar in vijf termijnen en verminderd met een eventuele bonus die hij nog van GE krijgt.

een overstapvergoeding („make whole payment”) als tegemoetkoming van de verdiensten zoals aandelen- en optiebeloningen bij GE die hij opgeeft. Bedrag: 20.000.000 dollar, verminderd met specifieke nabetalingen van GE. Van dit bedrag moet tenminste 10.000.000 worden geïnvesteerd in aandelen Nielsen. Zijn totale investering in Nielsen-aandelen is vastgesteld op 20.000.000 dollar.

een eigen pensioenregeling die per eind 2011 14.500.000 zal bedragen.

gouden handdruk bij ontslag van twee jaarsalarissen plus 2 miljoen dollar.

vergoeding van de juridische kosten die samenhangen met het afsluiten van zijn arbeidscontract en aandeelhoudersovereenkomst, geschat op 75.000 dollar.

Het jaarverslag van Nielsen over 2006 geeft nog wat aanvullende cijfers. Bij zijn aankoop van 2 miljoen aandelen (à 10 dollar per stuk) Nielsen kreeg Calhoun ook 7 miljoen opties (kooprechten op Nielsen-aandelen). Dit pakket opties vertegenwoordigt eind 2006 een waarde van iets meer dan 34 miljoen dollar.

Veel verleiding, weinig loonmatiging. De aandeelhouders van Nielsen redeneren dat een goeie topman zijn geld waard is. Als hij zijn doelen haalt en rijk wordt, worden zij net zo rijk, maar over veel grotere investeringen. Dit is Angelsaksisch beleggerskapitalisme met een rood-wit-blauw randje. De Nederlandse Nielsen-aandeelhouder Alpinvest is eigendom van de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP en PGGM, De besturen van ABP en PGGM bestaan voor de helft uit vakbondsvertegenwoordigers.