Verschanst in Kabul

Daan Everts (66) is diplomaat voor de NAVO in Afghanistan. „Als Nederland nu afhaakt in Uruzgan is dat a job half done.” Verslag vanuit de zwaar beveiligde residentie in Kabul.

Om in de Afghaanse hoofdstad Kabul naar zijn werk te gaan, hoeft de Nederlandse diplomaat Daan Everts (66) alleen maar de deur van zijn ambtswoning achter zich dicht te trekken. Als hij de residentie met kunstpalmen en schilderijen van een Afghaanse Anton Pieck – een erfenis van zijn Turkse voorganger – heeft verlaten, hoeft hij nog maar tien meter te lopen, langs een dichtgemetselde muur. Ooit was achter die muur een ingang met een fontein, maar die is nu om veiligheidsredenen afgesloten. Aan de overkant van het straatje staat het gebouw van waaruit de NAVO operatie ISAF leidt: de missie die veiligheid en democratie in Afghanistan moet brengen. Het is de moeilijkste opdracht die de NAVO zichzelf sinds de Koude Oorlog heeft gegeven.

Everts is de man die namens de internationale gemeenschap de prille democratie van Albanië poogde te ontwikkelen en Albanezen en Serviërs in Kosovo probeerde te verzoenen. Hij werd een lokale mediaster. Nu bekleedt hij de – gezien zijn leeftijd – laatste grote post uit zijn carrière, die van Senior Civil Representatieve (SCR) van de NAVO in Kabul. Hij houdt kantoor in het NAVO-gebouw, op de eerste verdieping. Hij heeft 27 medewerkers, bewakers inbegrepen. Beneden hem zetelt de COMISAF, de hoogste militair, thans de Amerikaanse generaal Dan McNeill. Die heeft 31.000 man onder zich. „Maar formeel sta ik op gelijke hoogte”, zegt Everts. Hij rapporteert dagelijks aan het NAVO-hoofdkwartier in Brussel over de ontwikkelingen in Afghanistan en het opbouwwerk van de NAVO.

Deze ochtend is Everts een tikje uit zijn hum. De Nederlandse militairen die met zijn beveiliging zijn belast, hebben hem gisteravond rond tien uur uit zijn residentie gehaald en geruime tijd in een bunker laten zitten. Pas op de dagelijkse ochtendvergadering van zijn staf wordt duidelijk waarom: vlakbij het NAVO-terrein was een vrachtwagen met vierhonderd kilo explosieven aangetroffen. Lichtpuntje: het betrof hier geen autobom die in een klap het hele NAVO-kwartier had kunnen wegvagen, maar ‘slechts’ een explosieventransport van de tegenstander. De vondst spreekt intussen boekdelen over het grote aantal bommen dat de Talibaan de komende maanden in de Afghaanse hoofdstad Kabul wil laten ontploffen. „Het komt dichterbij”, mompelt Everts.

In de ochtendvergadering vertellen de Polads (politieke adviseurs) van zijn staf, zoals elke dag, waar ze mee bezig zijn op het hun toegewezen terrein van de Afghaanse samenleving (parlement, regering, NAVO-planning, geheime inlichtingen, herbouw van het vliegveld van Kabul, enzovoorts). De Polads, sommigen militair, anderen burger, komen uit vele windstreken: Nederland, Turkije, IJsland, Duitsland, VS, Kroatië, België. Zij hebben soms zichtbaar moeite om de kernachtige betoogtrant van hun chef bij te houden. De Kroaat krijgt, als hij zegt dat iets reglementair niet kan, te horen dat „we hier eerst bepalen wat nodig is, en daarna het reglement aanpassen”. Een in Everts’ oren te breedsprakige IJslander krijgt te horen „dat beschrijving geen vervanging is voor analyse”. „Het moet vooral niet saai worden”, verklaart Everts zijn stijl van vergaderen.

Om de vijf weken verlaat hij Kabul om zich voor twee weken bij zijn gezin in de Servische hoofdstad Belgrado te voegen. Met zijn Amerikaans-Montenegrijnse vrouw heeft hij drie kinderen, de oudste is drie. Toen de Afghaanse president Karzai eerder dit jaar, op latere leeftijd, vader werd, was een medewerker van Everts bij wijze van geintje de concept-felicitatiebrief van de baas begonnen met de zin: „Ik als jonge vader weet....”. Het leek Everts een uitstekend begin – zo ging de brief de deur uit.

Het liefst was Everts op de Balkan gebleven. Om bij zijn gezin te kunnen zijn, maar ook omdat het leven daar zoveel leuker is. „In Belgrado komt de dokter gewoon aan huis en neemt alle tijd.” Als hij definitief met pensioen is, gaat hij niet in Nederland wonen. „Ik ben er altijd aardig in geslaagd buitengaats te blijven.”

Everts zat voor de International Labour Organisation in Bangkok, voor de Verenigde Naties in New York en voor het World Food program in Rome. De functies waarmee hij internationaal naam maakte, bekleedde hij op de Balkan: hoofd van de Europese waarnemersmissie in voormalig Joegoslavië (1997), hoofd van de missie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking (OVSE) in Albanië (1997-1999) en hoofd van de OVSE-missie in Kosovo (1997-1999). Maar zijn sollicitatie als hoofd van het OVSE-bureau in Belgrado stuitte op verzet van de Servische regering: wegens een foto waarop Everts, bij wijze van scherts, in gezelschap van de Kosovaars-Albanese leider Ibrahim Rugova te zien was met net zo’n karakteristieke halsdoek als deze politicus placht te dragen. Everts belandde in Kabul op voorspraak van de Nederlandse secretaris-generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer.

Terug naar de ochtendvergadering in Kabul. De Amerikaanse ‘Special Forces’ van Operation Enduring Freedom, die geheel gescheiden opereert van NAVO-operatieISAF, laten in een communiqué trots weten bij een actie in het district Shindand in de provincie Herat 136 opstandelingen te hebben gedood. Everts ontploft: „Geen woord over collateral damage en burgerdoden! Ik voorspel je: daar komen problemen van.” Een uurtje later meldt de Afghaanse gouverneur van Herat: 51 burgerdoden, onder wie vrouwen en kinderen.

Twee gevaren bedreigen de ISAF-missie, vertelt Everts, afgezien van de Talibaan. Het Afghaanse staatsapparaat is gebrek, de NAVO wil het verbeteren. De opbouw van de Afghaanse politie en het Afghaanse leger verloopt moeizaam, president Karzai laat zich bij zijn benoemingsbeleid in de provincies eerder leiden door tribale- en clanloyaliteiten dan door competentie of het publieke belang. Daarom wil Everts een soort inspraakraad van de NAVO bij benoemingen.

Het tweede grote gevaar is wat dit weekeinde, niet voor de eerste keer, is gebeurd: Operation Enduring Freedom voert met harde hand een actie uit in het kader van de terreurbestrijding. Daarbij vallen burgerslachtoffers. En wie kijken de Afghanen daar op aan? De deelnemers aan NAVO-operatie ISAF, die er zijn voor de wederopbouw en die het van vertrouwen van de bevolking moet hebben. Zo gaat het niet langer, vindt Everts.

In de dagen na ‘Shindand’ organiseert Everts menig gesprek op hoog niveau over het incident, met McNeill, de Amerikaanse ambassadeur en vertegenwoordigers van VN en EU – het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel doet mee via een videoverbinding. De geslotenheid van zijn militaire evenknie, generaal McNeill, irriteert hem: „Dat is geen man die informatie wil delen”.

Ten paleize spreekt Everts met een buitengewoon boze president Karzai, die al eerder had laten weten dat het uit moet zijn met het maken van burgerslachtoffers door de buitenlandse troepen. Everts: „Ik heb bereikt dat ik bij het overleg met Karzai mag zijn.”. Zijn voorganger zag het ambt van SCR volgens hem ‘meer ceremonieel’.

Everts’ inzet bij alle vergaderingen: als er al grootscheepse huiszoekingen en arrestaties nodig zijn, „dan moet dat met de Afghaanse autoriteiten worden afgestemd en dient de klop op, of trap tegen de deur, van een Afghaan zijn”. Voor deze gedachte bestaat bij de Amerikanen weinig enthousiasme. „Ze voelen er niets voor anderen in hun plannen te kennen en ze wantrouwen de Afghanen. Ze hebben een uitvoerig rapport geproduceerd dat binnenskamers blijft en waarin wordt betoogd dat ‘Shindand’ een succes is.” Er zou bij de actie 2.500 kilo explosieven zijn opgespoord, die voor de veiligheid van de stad Herat een bedreiging betekenden.

Aan het eind van de week meldt Everts’ Britse woordvoerder op de wekelijkse persbriefing van ISAF een succesje aan de merendeels Afghaanse journalisten in het filmzaaltje op het hoofdkwartier, na een verhaal van een Amerikaanse kolonel over hulp van de NAVO bij de herbouw van bruggen. Op initiatief van Everts wordt bekeken of er een procedure komt om na militaire operaties klachten te onderzoeken.

De vrees voor een pr-ramp na ‘Shindand’ is op dat moment al bewaarheid: president Karzai heeft zijn boosheid publiek gemaakt en het Afghaanse Hogerhuis heeft een resolutie aangenomen waarin op beëindiging van alle offensieve acties wordt aangedrongen.

Diezelfde dag is er een tweede ‘Shindand’: Operation Enduring Freedom meldt triomfantelijk de dood van enkele tientallen tegenstanders in de provincie Helmand; de plaatselijke gouverneur meldt 21 burgerslachtoffers.

Op vrijdag zit Everts wat later dan gewoonlijk aan het ontbijt. Het is de enige vrije dag van de SCR en zijn medewerkers. Straks gaat hij joggen. Maar het terrein van het NAVO-hoofdkwartier mag hij niet af, tenzij in een klein konvooi van twee gepantserde auto’s met bewakers, en dan nog moeten route en bestemming van tevoren zijn verkend. „Dat maakt het bestaan hier benauwd. In Albanië en Kosovo deed ik veel van mijn contacten op in een restaurant of op straat, maar hier ontmoet ik bijna alleen Afghaanse functionarissen, zoals parlementsleden, of hoogstens een Afghaan met banden in Nederland.” Wel heeft hij gisteren gedineerd in het huis van directeur van Kam Air, een Afghaanse luchtvaartmaatschappij. „Ik kon mijn ogen niet afhouden van zijn ring, met negen kolossale diamanten”.

Everts deed Kabul veertig jaar geleden al aan, als „ernstige hippie met mystieke belangstelling”. De Afghanen zijn volgens hem „herhaaldelijk schandelijk in de steek gelaten”. Na 1989, toen de Russen vertrokken – „Veel Afghanen menen dat dank zij hen de Berlijnse muur is gevallen” – verloor het Westen elke belangstelling en werd het land aan zijn lot – een burgeroorlog – overgelaten. In 2001, toen de Amerikanen en hun bondgenoten het regime van de Talibaan verdreven, werd vervolgens weinig energie gestoken in wederopbouw en versterking van het bestuur. „Pas nu zijn we daar serieus mee bezig. Het zou fout zijn als Nederland zou besluiten in Uruzgan af te haken. Dat zou het beeld bij de Afghanen versterken dat buitenlanders geen uithoudingsvermogen hebben. En het zou kapitaalvernietiging zijn – a job half done. Nederland heeft met zijn speciale, integrale benadering in Uruzgan een voorhoederol op zich genomen, dan moet je de andere NAVO-landen ook overtuigen, niet weglopen.”

De volgende dag bezoeken acht parlementsleden uit Herat de residentie. Met moeite heeft Everts zijn veiligheidsploeg ervan kunnen weerhouden de volksvertegenwoordigers, in lijn met nieuwe veiligheidsvoorschriften, aan een beledigende fouillering te onderwerpen. De gasten nemen plaats aan de grote tafel in de hal, partjes meloen en blikjes Fanta onder handbereik. Over de zaak-Shindand hebben zij duidelijke opvattingen: de bevolking is tegen huiszoekingen door buitenlanders en heeft daarom naar de wapenen gegrepen, met gevechten met de Amerikanen als gevolg. Het goedbedoelde afvoeren per helikopter van een Afghaanse vrouw door Amerikaanse militairen, zonder begeleiding van een mannelijk familielid, heeft tot het gerucht geleid dat de buitenlanders vrouwen ontvoeren.

Beurtelings trekken de gasten zich tijdens het gesprek terug achter de kunstpalmen om hun gebedsplicht te vervullen. Ze zien de toekomst van Herat – een relatief rustig en welvarend gebied in Afghanistan en derhalve figurerend in de succesverhalen van ISAF – somber in. Er zijn veel duistere groepjes die bij de ontevreden bevolking aanhang verwerven. Shindand was niet het enige gebied waar veel wapens liggen opgeslagen. In hun ogen is het een kwestie van tijd voordat ook in Herat de Talibaan zich roeren. „Maar maakt u zich over ons geen zorgen”, aldus een der gasten. „Het volk der Afghanen heeft al veel geleden, en zal nog veel lijden.”

Ontevredenheid over het weinige dat de regering Karzai voor het land bereikt heeft, en onvrede over het optreden van de buitenlandse troepen – het zijn de trefwoorden van elk gesprek dat Everts in de loop van de week voert met Afghanen. Bijna iedereen stelt de vraag waarom de NAVO niets doet tegen de voortdurende infiltraties door de Talibaan vanuit Pakistan. „Als de NAVO daar niets tegen vermag, vermag zij nergens ter wereld iets”, zegt een gespreksgenoot. Everts kan niet anders dan antwoorden: „Pakistan heeft onze voortdurende zorg.”

Twee dagen later rijdt Everts over een mooie, onder Amerikaanse leiding aangelegde asfaltweg naar de ten zuiden van Kabul gelegen provincie Logar. In een uurtje is hij bij de gouverneur aldaar. Het bezoek is in de plaats gekomen van een meerdaags bezoek aan de noordelijke provincie Badakhshan. Het ontvoeringsgevaar was daar te groot. In Logar zijn nauwelijks gevechten tussen regeringseenheden van politie en leger en de Talibaan, meldt de gouverneur in zijn kantoor. Later in het gesprek blijkt de reden: de Afghaanse overheid van Logar legt de Talibaan, die door de heuvels heen en weer trekken tussen de grens met Pakistan en Kabul, geen strobreed in de weg. Over de samenwerking met de Amerikaanse ISAF-troepen in zijn provincie is de gouverneur niet te spreken. Aanvankelijk waren er geschikte Amerikaanse commandanten, maar hun opvolgers misdragen zich volgens hem. Als een Afghaanse districtschef zich bijvoorbeeld tegen een Amerikaanse instructie verzet, dan zegt zo’n Amerikaanse commandant, waar iedereen bij is, dat hij moet worden vervangen. In de politiejeep die Everts na het gesprek begeleidt bij een rondrit langs de vergadering van stamoudsten en diverse kazernes, laten de plaatselijke agenten zich de wiet goed smaken.

’s Avonds is er, zoals vaak, een door soldaten georganiseerde barbecue in de tuin van de residentie. Vanavond zijn het Macedoniërs. Ze dansen en zingen weemoedige liederen. Everts: „In Albanië wilden we af van de traditionele mastodonten, ter wille van meer democratie. Ze zitten er nog. In Kosovo wilden we vreedzame samenleving van Albanezen met de Servische minderheid. Niet zo gegaan. Soms krijg je de indruk dat ze er hier evenmin aan willen, aan onze plannen en ideeën. Mensen willen niet altijd wat het beste voor ze is.”