Verleiden tot schrijven

Leren schrijven gaat spelenderwijs met het programma TiO-Schrijven. Een ‘elfje’ is het leukst en sterke werkwoorden zijn ‘hoog-riskant’. Liesbeth Koenen

Hij noemt schrijven het lelijke eendje van het onderwijs. Een stiefkind, van oudsher. Daarom heeft Ad Bok naar eigen schatting tussen de drie- en de vierduizend uren gestoken in... ja, in wat precies? Een ‘rijke leeromgeving’ zegt hij zelf. Het is een computerprogramma dat niet alleen schrijfopdrachten geeft, maar ook grote hoeveelheden tips, voorbeelden, suggesties, uitleg, waarschuwingen en aanwijzingen. Bedoeld om leerlingen vanaf een jaar of tien tot en met de bovenbouw van het voortgezet onderwijs basisvaardigheden op schrijfgebied bij te brengen.

“Iedereen klaagt over de schriftelijke taalvaardigheid”, zegt Bok in zijn kantoor-aan-huis in het Brabantse Rosmalen. “Iedereen vindt het ook belangrijk, maar het schrijfonderwijs op school stelt bijna niets voor. Een paar tekstjes per jaar moeten ze maken, dan heb je het vaak al gehad. Leerlingen blijven onzeker, en de leraren zijn teleurgesteld over de opbrengst.” Er klinkt begrip door voor alle partijen in de klas. “Ik ben een ouwe onderwijzer, dat ben ik nooit kwijtgeraakt”, verklaart Bok (1942). Hij werkte onder meer op een Pabo en maakte onderwijsmateriaal, waarvan de leesmethode Tekst verwerken waarschijnlijk de bekendste is. Tien jaar geleden promoveerde hij op een proefschrift met de titel Taalonderwijs in Ontwikkeling, afgekort: TiO. En zo heet ook zijn leren-schrijven-programma.

‘TiO-Schrijven’ stoelt op het idee dat er bij het maken van een goede tekst een hele hoop komt kijken. Het wordt onderschat, vindt Bok, het gaat om een complexe vaardigheid, die je moet ontwikkelen. “Over leren praten doe je ook jaren.” Samen met zijn pabostudenten besprak Bok allerlei teksten om erachter te komen wat nou saai is, wat boeiend, wat grappig en waar al die dingen ’m in zitten.

nooit klaar

Dat heeft een deel opgeleverd van de tips en andere ‘prikkels’, zoals Bok ze noemt, waar het TiO-programma vol mee zit. “Het is zoveel dat ‘ik ben klaar’ niet bestaat”, legt hij uit. “Alles doen zou ongeveer 800 uur kosten.” Daar komt geen leerling aan toe natuurlijk, ook niet als die het strenge voorschrift van meester Bok volgt, en drie jaar achter elkaar telkens minstens veertig nieuwe teksten schrijft.

Zo veel oefenen moet sowieso wel vrucht afwerpen zou je zeggen, dus de echte vraag is of het programma leerlingen daartoe weet te verleiden. Bok benadrukt graag dat ze bij hem geen faalangst hoeven krijgen. Is dat zo? Een aantal malen stevig grasduinen in het programma en er zelf mee schrijven en oefenen, enthousiasmeert zeker. Om te beginnen ziet het er allemaal niet vreselijk gelikt uit, maar prettig functioneel. Het programma neemt het totale scherm in beslag. Wie inlogt, komt direct bij zijn eigen ‘Jaarboek’ terecht. Teksten die ‘klaar’ verklaard zijn, blijven daar bewaard. Er nog in veranderen of ze weggooien kan niet. “Leerlingen kunnen zo zien dat ze vooruitgaan”, verklaart Bok. “En ze hebben een soort dagboek, dat na afloop ook nog minstens tien jaar blijft staan.”

Het gaat als volgt: je kiest zelf je opdracht, inclusief het soort tekst dat je wil maken. Daarbij word je op allerlei manieren op weg geholpen. Er zijn categorieën: ‘Echt waar...’, ‘Verhalen’, ‘Formuleren’ en ‘Argumenten’. Daarachter zit dan steeds een heel stel keuzemogelijkheden. Bijvoorbeeld ‘Oei!’, dat op zijn beurt weer verdeeld is in ‘Kriebels’, ‘Mijn lijf’, ‘Ziek’ en ‘Ik zag iets ergs’. Tot de ‘Vaste vormen’ rekent Bok algemeen bekende zoals limericks en haiku’s, maar ook het type humor waar marktkooplui goed in zijn, en het verhaalmotief van de tijdmachine. Onderverdelingen doen soms willekeurig aan, maar erg is dat niet. Er wordt altijd iets verteld of uitgelegd, en daar zit dan een losjes geformuleerde opdracht aan vast. Zoals: Kun je zelf een verhaal met markthumor verzinnen?

Is je ruwe tekst af, dan ga je naar het menu ‘Verbeteren’ en tot slot naar ‘Verzorgen’. Je moet er wel lang genoeg over doen, en ook voldoende hulpknoppen gebruiken, want anders wordt de knop waarmee je een onderdeel afsluit niet groen.

Het moet gezegd dat er veel origineels in het programma zit. Zo vind je achter ‘Verbeteren’ het onderdeel ‘Helder’, dat onder meer leidt naar ‘Stofzuigen’, een mooi gevonden term voor de aansporing overbodige woorden en woordjes weg te halen. Maar leerlingen worden ook voortdurend op gedachten gebracht, met zinnetjes als ‘Kijk er eens naar alsof je een mier was’ of ‘Hoe ging dat vroeger?’ Ook over spelling en grammatica doet het programma alleen suggesties. Je tekst even snel elders door een checker halen gaat niet, want te knippen en plakken valt er niks.

En ja, het werkt, volgens René van Gerven, docent Nederlands aan het Rodenborchcollege in Rosmalen, een van de scholen waar TiO-Schrijven sinds kort gebruikt wordt. Van Gerven begint aan de telefoon meteen over het enthousiasme van de brugklassers. “Die hebben al tientallen teksten klaar. Maar ook in havo 3, niet de makkelijkste klas, hoor ik ‘oh, da’s leuk!’ Ze kijken ook bij elkaar, als ze willen mogen ze samen schrijven.”

Over de humor zeggen sommigen wel het is mijn humor niet, zegt Van Gerven, “maar dan snappen ze toch hoe je grappen kunt gebruiken. En soms zijn dingen te kinderachtig, of juist te moeilijk. ‘De ramp’, die vinden ze helemaal leuk. Dan moeten ze een ramp beschrijven, in korte, poëtische regels, zónder rijm. En het ‘elfje’ is een groot succes, elf woorden, vijf regels: een, twee, drie, vier en dan weer één woord per regel.” De leeromgeving werkt vaak goed, vindt Van Gerven.

rondlopen

Niet dat het paradijs alom is uitgebroken. Er zijn vaak praktische problemen: te weinig computers, te weinig tijd. En niet alle docenten zijn dol op de coachrol die ook Bok voor ogen staat. Van Gerven: “Hiermee moet je veel meer begeleiden, rondlopen, overal even kijken. Dat is wennen voor wie zelf veel aan het woord wil zijn.”

Natuurlijk is het programma ook nog verre van volmaakt. Van Gerven zou bijvoorbeeld wensen dat je er een vrije opdracht mee kon maken, en hij komt nog geregeld ‘systeemfoutjes’ tegen, die hij doorspeelt aan Bok.

Wie het programma wil belazeren, heeft een makkie: op hulpknopjes drukken zonder iets te lezen bijvoorbeeld, en geen elfje maar stiekem een twaalfje maken. Daar zegt TiO niks van. Sterker nog: het raadt je dan aan te overwegen ‘meer complexe zinnen’ te gebruiken. Hier wreekt zich dat computers geen taal snappen, en dat één man niet aan alles kan denken.

Regels en uitzonderingen bij taalinstructies zijn ook gauw een lastig punt. Kennelijk heeft Bok bijvoorbeeld bedacht dat sterke werkwoorden (die van klinker veranderen) ‘hoog-riskant’ zijn, dus: gemakkelijk fout gaan. Gevolg: elke keer als je ‘weet’ intikt, krijg je te lezen dat het een hoog-riskante vorm is. Dat geeft geheid verwarring, want weliswaar is de verleden tijd van ‘weet’ ‘wist’, maar dat weet elk kind.

Wordt al aan gewerkt, reageert Bok, net als aan Van Gervens wensen en allerlei slordigheidjes. Prettig voor de ongeveer veertig scholen die komend schooljaar met TiO gaan beginnen. “Dat die het programma in een tijd van verandermoeheid omarmen, is bijzonder”, vindt Bok. Net als dat er binnenkort een promotieonderzoek start naar de werking van TiO.

Abonnement op TiO-Schrijven kost – afhankelijk van schooltype – 10 tot 15 euro per gebruiker per jaar. Er hoort een uitvoerige handleiding – nog in ontwikkeling – bij.Informatie: Tio@bveo.nl