Uruzgan kans voor Nederland 2.1?

Redacteur NRC Handelsblad

Nederland moet weg uit Uruzgan, zegt Joris Voorhoeve. De oud-minister van Defensie heeft vorige week in Vrij Nederland de knuppel in het hoenderhok gegooid. Als we niet nu duidelijk maken dat anderen onze last in augustus 2008 moeten overnemen, dan is het straks te laat en zitten we vast in „een missie zonder einde”.

Voorhoeve heeft recht van spreken. Zijn politieke leven werd geknakt toen hij in 1995 machteloos presideerde over de val van Srebrenica, waar het Nederlandse VN-bataljon de Servische massamoord op 8.000 Bosnische moslims niet kon verhinderen. Een onhelder mandaat, haperende bevelslijnen binnen de VN, gebrekkige verantwoording achteraf binnen Defensie, het is uitgezocht. Het kabinet-Kok II is er in 2002 postuum op gevallen.

Nederland is sindsdien bezig die maar ten dele verdiende nationale smet weg te werken. De krijgsmacht is gereorganiseerd. De wrede realiteit in crisisgebieden maakt meer deel uit van de planning. Het stond nergens, maar ‘Uruzgan’ moest het bewijs worden dat de lessen zijn geleerd, en dat Nederland weer hoort bij de landen waar je op kunt rekenen als het gaat om gewapende vredesmissies.

Wie zich de discussies over de Nederlandse missie in Afghanistan eind 2005, begin 2006 voor de geest haalt, herinnert zich een merkwaardig glijdend proces van besluitvorming. Eerst was er een voornemen en toen de Tweede Kamer begin februari vorig jaar instemde, bleek de beslissing allang genomen te zijn.

Minister-president Balkenende wist zijn coalitiepartner VVD genoeg te irriteren om een motie van fractieleider Van Aartsen, met steun van PvdA-leider Bos, uit te lokken. De premier ontzegde de Kamer het recht mee te beslissen over de inzet van de Nederlandse krijgsmacht in een oorlogsgebied. Daarop moest hij ‘een meer eenduidige besluitvorming’ beloven. Dat was een mild verlangen.

Die koppige episode doet denken aan de even hardnekkige weigering van de minister-president om te laten uitzoeken waarom Nederland een tijdje meedeed aan de Amerikaanse verbouwing van Irak. Nederland is het laatste land dat zich daarvoor nog steeds baseert op Saddams overtreding van Veiligheidsraadsresoluties, waarvan er iedere dag een paar niet worden nageleefd.

In dit licht gezien is er alle aanleiding tijdig in het openbaar te bedenken of Nederland na afloop van het huidige mandaat in Uruzgan moet blijven. Het is een stilzwijgende verlenging waar Voorhoeve voor waarschuwt. Wij doen niet te veel, zegt hij, anderen doen te weinig en als we daarginds stilletjes doorploeteren, raken de ‘free riders’, landen die geen poot uitsteken, en de Amerikanen er aan gewend dat wij altijd zijn te paaien.

Wat wil de regering? De honderd verkenningsdagen van het nieuwe kabinet lijken wel een jaar te duren, zeker als je de demissionaire periode, verkiezingen en formatie meetelt. Die politieke verdoving is een factor bij het langzame antwoord op de tsunami die het Nederlandse bedrijfsleven wegspoelt – ING-baas Michel Tilmant heeft een hand in het verdwijnen van ABN Amro én de Postbank. En niemand die er iets tegen doet.

Een beetje geregeerd wordt er wel. Het nieuwe kabinet laat internationale missies van deze aard door de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking bestieren. Een interessante accentverschuiving. Zij zijn gedrieën op verkenningsreis gegaan en het lijkt alsof zij bezig zijn een militair-realistische versie van Nederlands gebruikelijke humanitaire bijdrage aan de wereld te definiëren. Nederland 2.0 in softwaretermen.

In antwoord op Kamervragen heeft het kabinet inzake Uruzgan laten weten dat het alle opties openhoudt. Maar wie de tekenen leest ziet dat zich een zelfbewust, gewapend optimistisch beleid aftekent dat zoekt naar mogelijkheden om na volgende zomer een rol te blijven spelen in Afghanistan. Het woord ‘opbouw’, dat een belangrijke kalmerende rol in de beslissingsfase anderhalf jaar geleden speelde, blijft een leidend beginsel.

Wie A zegt moet ook B zeggen. We kunnen het op vier na armste land van de wereld niet in de steek laten. Dat is het soort argument dat in Den Haag op het ogenblik klinkt. Daarom ook de recente vraag of Duitsland mee komt helpen om Uruzgan gewapenderhand weer op te bouwen. Een verheugend tegendeel van de verdorpsing die soms in de lucht hangt. Maar is het ook realistisch?

De Britse denktank Chatham House kwam deze week met een tot grote bescheidenheid stemmend rapport over de wederopbouw van Irak, een voormalig land waar complete ineenstorting dreigt. In de VS dringen steeds meer Republikeinse senatoren er op aan een streep te zetten onder de neoconservatieve illusies die 3.400 Amerikaanse doden en honderdduizenden gewonden hebben gemaakt en de Amerikaanse belastingbetaler al een kleine 400 miljard dollar hebben gekost.

Het European Security Forum publiceerde vorige maand een even indringende als serieuze studie onder de titel Afghanistan: Mission Impossible? Auteurs van naam uit het Westen, Rusland, Pakistan en Afghanistan stellen vast dat er heel veel meer moet gebeuren wil er enige kans zijn dat het gestelde doel, uitroeien van de Talibaan en vestigen van een min of meer democratische staat Afghanistan, in zicht komt. Het gaat niet om één vijand die verslagen moet worden. Engeland, Rusland en een sleep andere mogendheden hebben in de loop van de geschiedenis al geprobeerd greep te krijgen op dit onherbergzame land dat geen land is. Niemand is er bij benadering in geslaagd.

Peter Bergen, een van de beste Amerikaanse kenners van Al-Qaeda en de Talibaan, pleit in de ESF-studie voor meer NAVO-troepen die all out gaan, een amnestieprogramma voor Talibaan-strijders, meer opbouw in de Pakistaanse en Afghaanse ‘tribal belt’ en training van de Afghaanse politie. Dat lukt alleen met een Marshallplan, opbouw zonder drugseconomie, minder zal niet helpen. 9/11 kostte Amerika 500 miljard; een paar tientallen miljarden dollar voor Afghanistan zijn goed besteed, is zijn stelling.

Het is geen schande wanneer Nederland zich afvraagt wat zinvol is in zulke omstandigheden. Het zou wél een schande zijn stilzwijgend Nederlandse levens te blijven riskeren zonder gefundeerde afweging. Misschien kan de niet onaanzienlijke Nederlandse bijdrage een hefboom zijn voor een serieuzer debat binnen de NAVO en de EU? Wat heeft het Westen over voor een ander Afghanistan? Een beetje blijven polderen met de Pathanen is geen optie.

opklaringen@nrc.nl