Trio nieuwe leiders: liberaal met mate

Met Angela Merkel, Nicolas Sarkozy en binnenkort Gordon Brown hebben de belangrijkste Europese landen een liberale leider. Van een ‘ruk naar rechts’ is voorlopig geen sprake.

Europa’s liberale ‘dreamteam’ is bijna compleet. Nicolas Sarkozy zit sinds deze week in het Elysée. Gordon Brown is op weg naar Downing Street 10. Angela Merkel is met anderhalf jaar in de kanselarij al bijna een ‘old hand’ op het wereldtoneel. Nieuw personeel betekent nieuw elan en verandering.

Wat mag Europa verwachten? Krijgt het echt een neoliberaal bestuur? Gaat vrijhandel voortaan boven politieke integratie? Er lijkt een andere wind te gaan waaien. De drie belangrijkste Europese leiders hebben op het eerste gezicht een voorkeur voor liberale economische initiatieven.

Brown heeft als minister van Financiën tien jaar lang het tamelijk liberale beleid van de regering-Blair gestalte gegeven. Een van zijn meest opzienbarende besluiten was direct na zijn aantreden in 1997 de verzelfstandiging van de Bank of England. Bij de overname door buitenlanders van Britse bedrijven verroerde Brown, als een echte liberaal, geen vin. Sarkozy heeft aangekondigd de Franse arbeidsmarkt te flexibiliseren, belastingen te verlagen en de staat in te krimpen. Merkel verzet zich dezer dagen fel tegen de invoering van een minimumloon, een hartenwens van de Duitse sociaal-democraten.

Toch is van een ‘ruk naar rechts’ voorlopig geen sprake. Neoliberalisme is een vage term. Brown heeft met Blair, naar klassiek sociaal-democratisch model, aan de wieg gestaan van reusachtige overheidsinvesteringen in het onderwijs en de gezondheidszorg. Sarkozy bleek als minister van Financiën in 2004 geen liberaal maar een klassieke verdediger van Franse ‘economische kampioenen’. En de politieke Werdegang van Merkel laat zien dat een neoliberale campagne nog geen neoliberaal beleid oplevert. Hoeveel liberalisme zit er in het nieuwe triumviraat?

Merkel huldigt christelijke en conservatieve waarden, maar zonder dogmatisme. Ze is vooral pragmatisch. De Duitse economie heeft de opgaande lijn te pakken, maar de opleving is niet in de eerste plaats haar verdienste. De ondernemingen hebben gesaneerd, de bonden accepteerden matige loonsverhogingen en, zeggen economen, een stevige wereldeconoMerkel vertegenwoordigde de neoliberale vleugel in de CDU, een brede volkspartij met een sterke sociaal-democratische inslag. In haar verkiezingscampagne (2005) onderstreepte ze de gebreken van de Duitse verzorgingsstaat echter zó vaak dat de kiezers er kregel van werden.

In het stemhokje deinsden velen terug voor de veronderstelde dadendrang van de dame op rechts. Merkel haalde de sprong naar de kanselarij maar nét: als kanselier van een broze grote coalitie met aartsvijand SPD. Merkel is, op haar best, een geketende neoliberaal.

Sarko l’Américain is een van de bijnamen van de nieuwe Franse president. Het impliceert dat hij binnenslands liberaal is en Atlantisch naar buiten. „Maar het etiket is een mythe”, meent Philippe Moreau Defarges, Europees specialist bij het IFRI, een Parijs instituut voor internationale betrekkingen. „Sarkozy kun je definiëren met één woord: Fransman. Niet liberaal, maar etatistisch” – voorstander van staatsbemoeienis.

In Europa, waarin Frankrijk volgens de nieuwe president „weer terug” is, toont Sarkozy zich protectionistisch. Hij roept op tot een Europa dat haar onderdanen beschut voor de globalisering. Bovendien zinspeelt hij op politieke invloed op het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank, verpakt in een pleidooi voor een ‘echt Europees economisch beleid’.

[Vervolg Trio: pagina 5]

Grote drie vooral pragmatici

In Berlijn gaat men ervan uit dat alleen al Sarkozy’s dadendrang voor trillingen op de Duits-Franse as zal zorgen. Frankrijk was tot nu toe niet bij machte Duitsland op zijn weg uit de Europese ziekenboeg te volgen. Hoe scherp de binnenlandse ‘rupture’ van Sarkozy uiteindelijk zal uitvallen, moet worden afgewacht. „Het is zeker dat Sarkozy meer liberale elementen in de Franse economie zal introduceren”, zegt politicoloog Michael Kreile van de Humboldt Universiteit in Berlijn, „maar het zal geen volledig neoliberalisme worden. Frankrijk heeft een andere traditie en Sarkozy is niet iemand die privileges van de bestuurlijke macht zomaar zal opgeven.”

Gordon Brown is op Europees terrein het minst beschreven blad. Hij staat bekend als iemand met minder enthousiasme voor Europa dan Blair. Het is ook in de eerste plaats Brown die het Britse pond steeds buiten de eurozone heeft gehouden. „Brown heeft het over het ‘handelsblok Europa’, op een nogal laatdunkende manier”, aldus Charles Grant, directeur van de Britse denktank Centre for European Reform.

De minister ergerde zich naar verluidt ook vaak aan de langdurige vergaderingen in Brussel met zijn Europese collega’s van Financiën – in 2004 hoorde ook Sarkozy daar bij. Hij vindt dat de EU te zeer naar binnen is gekeerd en een meer mondiaal perspectief moet hebben. Moreau Defarges ziet in Brown, Merkel en Sarkozy geen mogelijk liberaal trojka. „Brown is veel eurosceptischer dan Merkel en Sarkozy. Die zullen elkaar opzoeken voor een meer politiek Europa, maar het moet nog blijken of er chemie tussen hen is.”

Een eerste praktijktest voor de nieuwe politieke verhoudingen staat voor de deur: onderhandelingen over de toekomst van de Europese Grondwet, die moet leiden tot een democratischer, doelmatiger en doorzichtiger EU-bestuur. Sarkozy heeft het Europese debat al tijdens de campagne beïnvloed. Met zijn voorstel voor een ‘mini-verdrag’ als alternatief voor de weggestemde Grondwet legde hij als het ware een bodem in de discussie. Merkel is eigenlijk een voorstander van de oorspronkelijke tekst. Als tijdelijk voorzitter van de EU heeft ze zich – uiterst ambitieus – echter ten doel gesteld beide polen in het grondwetdebat met elkaar te verzoenen.

De Europese top, eind juni, die een belangrijke doorbraak moet brengen is het laatste Europese optreden van Tony Blair. Hij heeft zijn steun voor een miniverdrag al toegezegd, maar Blair kan op de top alleen handelen als hij zich gedekt weet door Brown. Deze weet dat ook Blair weinig heeft kunnen veranderen aan de scepsis jegens de Europese samenwerking bij grote delen van de bevolking.

Voor Brown wordt dit de lakmoesproef. „Als hij instemt met een aangepast verdrag”, aldus Charles Grant, „kan hij in één klap een gerespecteerd lid worden van de club van drie met Sarkozy en Merkel plus voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso. Dan is de weg vrij voor nieuwe ontwikkelingen in Europa. Maar als hij de wens van de Britse boulevardpers volgt en uit vrees voor eurosceptici in eigen land het Europese verdrag in een puinhoop achterlaat, zal hij weinig krediet meer genieten bij Merkel en Sarkozy.”

Voor Merkel en Sarkozy is het ondenkbaar Europa te beperken tot een vrijhandelszone. Dat blijkt ook uit hun argumenten tegen toetreding van Turkije tot de EU. Blair heeft zich wel altijd sterk gemaakt voor Turkse toetreding. Als Brown vasthoudt aan het standpunt van Blair kan dat zijn verstandhouding met Merkel en Sarkozy vertroebelen. Merkel voert aan dat Europa niet klaar is voor toetreding van een groot land als Turkije, maar ook het islamitische karakter speelt in haar partij een rol. Sarkozy zegt onomwonden dat Turkije niet bij Europa hoort. Voorstanders van Turkse toetreding zijn volgens hem per definitie tegenstanders van een politiek Europa – en dus van hem. Hij heeft aangekondigd toetreding desnoods in zijn eentje te blokkeren.

Opvallend is dat de drie een ongecompliceerde houding tegenover de VS hebben. Merkel maakte na haar aantreden subiet een einde aan de Duits-Amerikaanse ijstijd die volgde op de trans-Atlantische rel over de oorlog in Irak. Brown voelt zich zelfs instinctief meer thuis aan de Amerikaanse oostkust, waar hij vaak zijn vakanties doorbrengt, dan in een introverte Europese Unie. Er zijn ook nog geen aanwijzingen dat Brown zich meer op Europa en minder op Amerika zal richten dan Blair. Sarkozy noemt zichzelf nadrukkelijk „vriend van Amerika” maar onderstreept ook dat Frankrijk een eigen koers zal blijven varen.

Het Europa van Merkel, Brown en Sarkozy heeft een meer liberale inslag dan het Europa van Schröder en Chirac. Het nieuwe trio vindt het in elk geval niet nodig om zich ostentatief af te zetten tegen de VS, de icoon van liberale marktverhoudingen. Maar ze zijn ook Europese politici met een kien oog voor nationale belangen en nationale tradities. Ze zijn pragmatici, bereid om liberale ideeën bij te buigen als dat nodig is.