Sportende werknemer, pas op je tellen!

Zo’n 190.000 sportende werknemers verzuimen jaarlijks 1,6 miljoen werkdagen als gevolg van een blessure. „Sporten is gezond, maar het kan ook uit de hand lopen.”

Hij is zo’n tien jaar in dienst als chauffeur bij een transportbedrijf. In de weekeinden trapt hij graag een balletje. Tijdens een voetbaltoernooi komt hij lelijk ten val, waardoor hij zijn kruisband scheurt. Ruim vier maanden lang is de vrachtwagenchauffeur, die niet met naam en toenaam in de krant wil, niet in staat te werken. Zijn werkgever is not amused maar kan weinig meer doen dan zijn loon doorbetalen.

Op advies van zijn fysiotherapeut gaat de chauffeur na zijn revalidatie zaalvoetballen. Zijn werkgever maakt zich echter zorgen en dringt er bij hem herhaaldelijk op aan zijn hobby te staken. De vrachtwagenchauffeur weigert: hij oordeelt zelf wel hoe hij zijn vrije tijd invult.

Als hij anderhalf jaar later zijn kruisband opnieuw scheurt, is zijn werkgever het zat. Volgens de CAO heeft de man recht op een aanvulling tot honderd procent van zijn laatst verdiende loon. Maar omdat hij de waarschuwingen van het transportbedrijf in de wind sloeg, krijgt hij slechts het wettelijk verplichte deel van zeventig procent uitbetaald.

De vrachtwagenchauffeur is niet de enige werknemer die in de ziektewet belandt door een sportblessure. Zo’n 190.000 sportende werknemers verzuimen jaarlijks 1,6 miljoen werkdagen als gevolg van een blessure die ze in hun vrije tijd hebben opgelopen. Dat blijkt uit vorige week gepubliceerd onderzoek van Consument en Veiligheid, in opdracht van het tv-programma Het Hof van Joosten. Volgens de onderzoekers is het bedrijfsleven jaarlijks 420 miljoen euro aan sportblessures kwijt. Meestal gaat het om ongevallen tijdens veldvoetbal, tennis en hardlopen.

De chauffeur is voor zover bekend de eerste werknemer met een sportblessure die een rechtszaak aanspande tegen zijn werkgever (en in hoger beroep verloor). Maar advocaten verwachten dat er meer zaken zullen volgen, nu er een precedent is geschapen. „Er zullen ongetwijfeld werkgevers zijn die conclusies aan de uitspraak verbinden”, voorspelt advocaat Wil van Megen, die sinds 1991 FNV Bondgenoten vertegenwoordigt bij juridische sportzaken. Werkgevers kunnen volgens hem steun ontlenen aan het feit dat het hof concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid van de chauffeur ‘door eigen schuld of toedoen’ is veroorzaakt. Vooral blessuregevoelige werknemers die makkelijk vervangbaar zijn, moeten volgens de jurist op hun tellen gaan passen. „Al blijft de bewijslast zwaar.”

Werkgeversorganisatie VNO-NCW denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. Woordvoerster Angelique Heijl: „Het is net als met de voormalige hoofdconducteur die onlangs door de kantonrechter in het gelijk werd gesteld omdat de NS hem onvoldoende nazorg had geboden na een aantal zelfmoorden. Ook daar verwachten wij geen precedentwerking, omdat het een individuele zaak betreft; de rechter zal steeds opnieuw de feiten wegen.” Dat neemt niet weg dat er naast goed werkgeverschap ook zoiets als goed werknemerschap bestaat, zegt Heijl. „Sporten is gezond, maar het kan ook uit de hand lopen.’’

De vrachtwagenchauffeur, die inmiddels bij een ander bedrijf werkzaam is, kan zich niet in de zienswijze van de werkgeversorganisatie vinden. „Ik heb ook een keer mijn vinger gebroken op het werk, maar toen werd wél gewoon mijn volledige salaris uitgekeerd. Als je het mij vraagt is dat met twee maten meten.”

De chauffeur, die op de wachtlijst staat voor een vierde knieoperatie („de laatste liep uit op een mislukking”) heeft het voetballen voorlopig uit zijn hoofd gezet. „Maar het is aan de fysiotherapeut om te bepalen of ik mijn hobby in de toekomst weer op kan pakken.” Op de vraag of hij zich niet liever aansluit bij een bridgeclub, begint hij te lachen. „Nee hoor, dat vind ik niets. Tijdens het sporten wil ik mijn energie kwijt. En voetbal leent zich daar uitstekend voor.”

De zaak ligt nu voor bij de Hoge Raad. Uitspraak volgt naar verwachting over twee maanden.