Sikkens brengt Cuypers’ kleuren terug

Sikkens helpt bij de renovatie van de kleuren in het Rijksmuseum. Restauratie is een aantrekkelijke markt, ook al levert het weinig geld op.

Architect Pierre Cuypers (1827-1921) zou een gelukkig mens zijn geweest als hij nu kon rondkijken in zijn beroemdste creatie, het Rijksmuseum. Op diverse prominente plekken in het gebouw, dat een ingrijpende renovatie ondergaat, zijn Cuypers’ decoraties in oude glorie hersteld. „Cuypers was bezeten van decoraties”, vertelt Igor Santhagens, projectleider museale inrichting van het Rijksmuseum. „Hij wist van geen ophouden.” Lang niet altijd tot genoegen van de generaties na hem en in de loop der tijden verdwenen Cuypers’ versieringen dan ook grotendeels onder lagen witte verf, verlaagde plafonds en nieuwe muren.

Als in 2010 het vernieuwde Rijksmuseum opengaat, moet circa de helft van de oorspronkelijke versieringen die de architect liet aanbrengen weer zichtbaar zijn. Santhagens: „We benaderen met de decoraties zo dicht mogelijk de situatie zoals die was bij de oplevering in 1885.” In de beroemde bibliotheek met de wenteltrap is het schilderwerk al voltooid. Studenten en medewerkers van de Stichting Restauratie Atelier Limburg en van de mbo-restauratieopleiding SintLucas uit Boxtel reconstrueerden de versieringen aan de hand van oude foto’s, archieven en restanten van decoraties.

Verffabrikant Sikkens speelde daarbij een prominente rol. Aan de hand van schilfers van oude verflagen achterhaalde het dochterbedrijf van Akzo Nobel kleur en samenstelling van de oorspronkelijke verf. „Het is een soort archeologisch graafwerk naar oude verflagen, waarop vervolgens hightech chemisch onderzoek wordt toegepast”, zegt Kees Jan Starrenburg, marketing manager van Sikkens Nederland. „De 19de-eeuwse verf lijkt niet meer op die van nu.”

De monsters werden vergeleken met oude verfrecepten, wat uiteindelijk leidde tot de samenstelling van de zogeheten Cuypers-waaier: een collectie matte kleuren die de oorspronkelijke situatie zo goed mogelijk benadert. In de zogeheten Voorhal, de Eregalerij en in de Nachtwachtzaal zijn de schilderactiviteiten nog in volle gang, in de voormalige entree met het dubbele trappenhuis zijn de decoraties klaar. Over de hoeveelheid decoraties in de zijkabinetten (open ruimtes) van de Eregalerij wordt nog gediscussieerd. „Te veel versiering zou concurrentie opleveren voor de kunstwerken. En dat moeten toch de sterren van het museum zijn”, aldus Starrenburg. „Dat spanningsveld tussen decoratie en kunst maakt het Rijksmuseum voor ons lastiger dan andere projecten.”

Sikkens is al geruime tijd actief in de restauratiewereld. „We hebben een naam hoog te houden in kleurhistorisch werk”, zegt Frans Boumans, internationaal marketing manager van het ruim 200 jaar oude merk. Het verfbedrijf speelde een rol bij de restauratie van onder meer het Kröller-Müller Museum, het woonhuis van Anne Frank aan het Merwedeplein, paleis Het Loo en de Van Nelle Fabriek. Ook bij de restauratie van de oorspronkelijke kleuren in de binnenstad van Dordrecht, Turijn en Triëste, van de Scala in Milaan en het historische havenfront van het Italiaanse Portofino trad Sikkens op als adviseur.

Qua omzet is de restauratiesector niet zo interessant volgens Boumans, al betreft het, door de toenemende aandacht voor historische architectuur, wel een groeimarkt. Het bedrijf haalt hooguit 5 procent van zijn inkomsten uit restauratieprojecten. De publiciteitswaarde daarentegen is hoog. „Prestige, reputatie, kwaliteit, dat zijn voor ons de sleutelwoorden bij dit soort projecten.”

Ook aan het Rijksmuseum heeft Sikkens, op enkele honderden liters verf voor de decoratie na, nog niet veel verdiend: het bedrijf sponsort de verbouwing met een paar honderd onderzoeksuren en even zoveel overleguren met de leiding van het restauratieproject. Maar de potentie is een omzet van enkele tonnen, wegens de duizenden liters verf die nog op de effen muren moeten worden aangebracht. „Via dit project bouwen we ons netwerk in de bouw- en restauratiewereld verder uit. Maar hoe goed onze contacten ook zijn, het is geen gelopen race”, aldus Starrenburg. „Bij eerdere projecten is het wel voorgekomen dat wij het technisch onderzoek deden en de verf bij een concurrent werd besteld.” Omdat het Rijksmuseum een overheidsgebouw is, dient er een openbare aanbesteding voor de verf te worden gedaan.

De omzet bij restauratieprojecten moet Sikkens vooral halen uit toekomstig onderhoud, waarbij dezelfde verf zal worden gebruikt. Boumans: „Turijn levert nu, twintig jaar na de start van de opknapbeurt, pas geld op. Op deze markt moet je eerst lange tijd investeren, onder meer via sponsoring. Zo hebben we in Portofino de eerste vijf jaar alle verf ter beschikking gesteld. In geld is het dus geen winstgevend deel van het bedrijf. Het is vooral de opgebouwde reputatie die op de lange termijn geld oplevert. Zie dit werk maar als een soort advertentie voor Sikkens.”