Premier verdient minder dan zijn woordvoerder

Tien secretarissen-generaal verdienen meer dan hun minister. De ambtenaar die het meest verdient is de commandant der strijdkrachten. Deze kreeg vorig jaar 225.655 euro. Een minister krijgt 171.000 euro.

Amsterdam, 19 mei. - De best betaalde werknemer bij het Rijk is niet minister-president Balkenende. Hij is wel het ijkpunt (de zogeheten Balkenende-norm) voor het maximum van beloningen in de publieke sector, de zelfstandige bestuursorganen, de gezondheidszorg, het onderwijs en de woningcorporaties. Maar hij moest vorig jaar bij de rijksoverheid 32 mensen voor zich laten gaan. Zij verdienen meer dan het gemiddelde fiscale ministerssalaris (inclusief pensioenpremies), dat voor 2006 is vastgesteld op 171.000 euro (2005: 158.000 euro).

De best betaalde overheidswerknemer is ook niet Hare Majesteit. Zij is niet officieel in dienst van het Rijk en het bedrag in de jaarrekening van het Koninklijk Huis dat is aan te merken als beloning (736.000 euro) valt zodoende buiten de werking van de Wet openbaarmaking publieke topinkomens (WOPT).

Nee, de best betaalde rijksambtenaar in 2006 was de commandant der strijdkrachten. Hij staat voor 225.655 euro vermeld in het jaarverslag dat het ministerie van Defensie afgelopen week publiceerde. Het bedrag bestaat uit iets meer dan twee ton belastbaar loon plus de pensioenpremie. In het loonbedrag zitten diverse toeslagen, zoals een zogeheten garantievliegtoelage (13.700 euro) en een representatievergoeding, maar ook een brutopremie voor zijn 35-jarig dienstverband (23.500 euro).

De commandant is een van de zeventien medewerkers bij het Rijk die meer verdienen dan de Balkenende-norm. Ook de topambtenaren van tien ministeries, de secretarissen-generaal, verdienen inmiddels meer dan hun minister.

Verder staat de hoogste woordvoerder, de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst, op de lijst. Naast de zeventien reguliere beter-dan-Balkenende verdieners staan ook vijftien functies op de lijst van mensen die vorig jaar met een gouden handdruk naar huis konden. Onder hen is een burgemeester met een ontslagvergoeding van 199.830 euro.

De wet die openbaarmaking van deze bedragen verplicht maakt, zegt expliciet dat alleen functies mogen worden vermeld, en geen namen. In verband met privacy.

De burgemeester krijgt 2,5 maal zijn salaris als gouden handdruk. Bij sommige ministeries liggen die cijfers hoger. Het ministerie van Onderwijs heeft vijf mensen op de lijst met een gouden handdruk. Het hoogste bedrag gaat naar een auditor: 344.067 euro, ruim vier maal het jaarsalaris. Relatief hoger nog was de uitkering voor een P&O-adviseur, die bijna zes maal zijn salaris meekreeg (326.106 euro). Het aantal rijksambtenaren met een gouden handdruk is vorig jaar aanzienlijk gedaald. In 2005 ging het om 47 mensen. De daling van 47 naar 15 is vooral het gevolg van het aflopen van de lucratieve vertrekregeling voor oudere ambtenaren, de zogeheten Remkes-regeling.

Met de Wet openbaarmaking van publieke topinkomens wilde het derde kabinet-Balkenende bereiken dat discussie ontstaat over hoge beloningen. De hoop is dat de discussie ook tot matiging aanzet. De wet is per 1 maart vorig jaar ingevoerd. Tot nu heeft de Tweede Kamer, waar regelmatig harde kritiek wordt geuit op beloningen van topmanagers en gouden handdrukken in het bedrijfsleven, niet over de uitkomsten van de wet gediscussieerd. Het eerder geplande debat met toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Johan Remkes, werd geschrapt omdat het parlement liever met het nieuwe kabinet in debat gaat.

De bedragen op de lijst van beter-dan-Balkenende verdieners (zogeheten BdB’ers) in 2006 wordt sterk beïnvloed door werkelijke toeslagen en fictieve werktijden. De ministerssalarissen, en daarmee de Balkenende-norm, zijn nog gebaseerd op een fictieve 36-urige werkweek. De salarissen van topambtenaren en de commandant der strijdkrachten zijn gebaseerd op een 40-urige werkweek. Deze hoge ambtenaren krijgen ook aparte toeslagen die ministers niet krijgen.

Op het ministerie van Defensie, dat al enige tijd kampt met verlies van ervaren personeel, blijken interessante regelingen te bestaan om mensen in dienst te houden. Zo prijkt ook een jachtvlieger op de WOTP-lijst van het ministerie. De vlieger ontving zijn ‘meerjarige bindingspremie’ vorig jaar als een uitkering ineens (84.200 euro) en kreeg ook een vlieg- en oefentoelage van 25.000 euro.