‘Oude’ middenklasse motor Turks protest

Morgen gaan opnieuw veel Turken de straat op ter verdediging van het secularisme, nu in de stad Samsun. Maar de recente golf van demonstraties komt niet alleen voort uit angst voor islamisering van de staat.

Wat is het grootste probleem in het huidige Turkije? Touroperator Oktas Kaan (27) is actief binnen de jongerenvereniging van de streng seculiere oppositiepartij CHP. Je zou van hem daarom verwachten dat hij de regerende AK-partij zou brandmerken als islamitische horden en premier Erdogan als een man die, als hij de kans zou krijgen, van Turkije een moslimstaat zou maken.

Maar Kaans antwoord op de vraag is verrassend. „Corruptie en werkloosheid”, zegt hij. „Dat zijn de belangrijkste kwesties.” De stelligheid waarmee hij dat zegt illustreert dat de huidige politieke crisis in Turkije over veel meer gaat dan alleen het seculiere staatsbestel.

Morgen gaan seculiere Turken opnieuw de straat op om te demonstreren tegen de AK-partij en de vermeende islamisering van Turkije. Toen een maand geleden de eerste massademonstratie in Ankara plaatshad, reageerden Turkse media en wetenschappers laconiek: demonstreren is een democratisch recht, zeiden ze. Bij de tweede, in Istanbul, raakten ze al meer geïnteresseerd. En na de mars in Izmir van afgelopen zondag (waar een miljoen mensen aan deelnamen) twijfelt niemand er meer aan dat Turkije te maken heeft met een nieuwe maatschappelijke beweging. CHP-partijfunctionaris Levent Kanberoglu (28) was bij de marsen in Ankara en Istanbul. „Ik besefte daar hoe sterk de fundering (lees: het seculiere staatsbestel) is waar Turkije op is gebouwd”, zegt hij nog steeds zichtbaar ontroerd. „Niemand kan dat kapotmaken.”

Maar het ging bij de massademonstraties niet alleen om behoud van de seculiere staat. De deelnemers hebben, net als Oktas Kaan, nog meer grieven over het huidige Turkije. Nilüfer Narli is hoogleraar sociologie aan de Bahcesehir-universiteit in Istanbul. In het totaal gepolitiseerde klimaat van Turkije is zij een van de weinigen die puur wetenschappelijk naar de demonstraties kijkt. „Het gaat om veel meer dan alleen het secularisme”, zegt zij. Volgens Narli was er onder de demonstranten sprake van een aantal subgroepen.

„De verstedelijkte middenklasse was goed vertegenwoordigd”, zegt zij. „En dan heb ik het over mensen die al twee of drie generaties in de grote steden wonen.” Maar er waren ook veel deelnemers uit kleine steden in Anatolië („Die zijn erg gevoelig op het punt van secularisme”). Ook shi’itische alevieten (die lichter in de leer zijn en bang zijn dat de maatschappij een sunnitisch karakter krijgt) waren goed vertegenwoordigd. „Verder waren vrouwen goed zichtbaar. Opvallend was ook dat de meeste deelnemers veertig jaar of ouder waren.”

Het was dus vooral een protest van de ‘oude’ middenklasse – arbeidersgroeperingen waren bijvoorbeeld zo goed als afwezig. Volgens Narli heeft de oude middenklasse het de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad. Het leven was voor die groep goed in Turkije tot de zware economische crisis van 2001. De economie herstelde daarna, maar reëel bereikten de lonen van de middenklasse niet meer het peil van voor de crisis. Velen in de middenklasse hebben daarom het idee dat het slecht gaat met de Turkse economie, terwijl die in feite juist groeit. „Als ik wat minder hard hoefde te werken en mijn loon hoger zou zijn, zou het nog wat met mijn leven kunnen worden”, meldt een ambtenaar per msn uit de stad Rize.

De CHP speelt in op dat gevoel van economische malaise. „Een ambtenaar verdient tegenwoordig zo weinig dat hij niet eens meer een ijskast in één keer kan kopen, het moet op afbetaling”, zegt Levent Kanberoglu. Oktas Kaan is het met hem eens. „De regering liegt over de economie”, zegt hij. „Hoe vaak koop jij een pingpongbal? Nooit toch? Toch neemt de regering pingpongballen mee in de berekening van het inflatiecijfer”.

De dominante rol van de middenklasse verklaart een van de paradoxen van de massademonstraties. De deelnemers ageren enerzijds voor een ‘westers’ Turkije dat zich ver houdt van elke radicale vorm van de islam. Tegelijkertijd werd er in alle marsen opgeroepen tot een ‘onafhankelijk’ Turkije dat zijn afstand houdt van bijvoorbeeld de VS en de EU.

Volgens Narli is die paradox simpel te verklaren. „Zij (de middenklasse, red.) voelen dat hun levenswijze onder druk staat en wijten dat mede aan de globalisering.” Daarom zijn zij bang voor de wereld buiten Turkije, die het vaderland hoe dan ook een poets wil bakken. Ook hier speelt de CHP op in. „Amerika wilde ons al gebruiken om Irak aan te vallen. Nu wil het ons inzetten bij een aanval op Iran. Als we te veel tegenstribbelen, gaan wij ook voor de bijl”, zegt Levent Kanberoglu.

Maar waarom gaat de middenklasse nu de straat op en niet bijvoorbeeld in 2002, toen de AK-partij de verkiezingen won? Volgens professor Narli waren de jaren 2002 tot 2004 de „gouden jaren” van de recente Turkse geschiedenis. De economie herstelde en de middengroepen hadden hoop dat zij hun vroegere levenstandaard opnieuw zouden bereiken. Daarnaast leek Turkije ferm op weg naar de EU en Erdogan voerde de ene hervorming na de andere door. „De seculiere middenklasse gaf Erdogan het voordeel van de twijfel.”

Maar het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie is inmiddels onzeker geworden. Daarnaast maakte de AK-partij een grote fout door per se een ‘gelovige’ president te willen. „Vergis je niet. Niet alleen ik ben boos”, zegt een manager van een restaurant in Istanbul die een speldje met de afbeelding van Atatürk op zijn revers draagt. „Mijn moeder draagt een hoofddoek maar zij is ook boos op Erdogan omdat hij de situatie zo uit de hand heeft laten lopen.”

Voor de middengroepen was de crisis rond het presidentschap een breekpunt. Veel van hun kinderen hadden al gemerkt, aldus Narli, dat je „gelovig” moet zijn om een goede baan te kunnen vinden. Nu leek een van de checks and balances in het Turkse systeem (namelijk: een streng seculiere president die een eventuele islamiseringsdrang van Erdogan en de zijnen onder controle kon houden) weg te vallen. „De middenklasse zag dat gelovige Turken goed zijn georganiseerd en daarom meer macht naar zich konden toetrekken. Zij vonden het tijd om ook hun stem luid en duidelijk te laten horen.”

Dat hebben de middengroepen in de demonstraties van de afgelopen weken zeker gedaan. Maar betekent die mobilisatie van groepen die in 2002 niet of nauwelijks naar de stembus gingen, dat de streng seculiere CHP bij de verkiezingen in juli verzekerd is van een goed resultaat?

„Nee”, zegt Narli. „De CHP is een partij van het ‘oude’ Turkije – zij staat dicht bij het leger, topbureaucraten, de rechterlijke macht”. De middenklasse is niet haar natuurlijke achterban.

„Ik voel me seculier”, zegt een leraar Engels uit de buurt van Izmir. „Maar de CHP is mij niet democratisch genoeg. Aan wie moet ik mijn stem geven?” De seculiere middenklasse heeft op straat haar stem laten horen. Nu moet zij die macht nog institutioneel politiek zien te vertalen.