‘Nooit hebben we het momentum verloren’

In 2005 sloeg ‘peace mom’ Cindy Sheehan kamp op bij de ranch van Bush. Ze kreeg met haar actie destijds veel aandacht, nu is die minder. Maar dat komt niet door haar fellere toon, zegt ze.

Cindy Sheehan Foto AP Anti-war activist Cindy Sheehan speaks during a press conference in Istanbul, Turkey, Friday, Feb. 23, 2007.Cindy Sheehan, who earned the moniker "peace mom" for her anti-war activism in the United States after her son was killed fighting in Iraq, appealed for a grass-roots campaign around the world to prevent any American attack on Iran. "The possibility of attacking Iran grows every day," Sheehan said Friday during a visit to Turkey. "I think we need to join together to stop that, to stop the impending invasion of Iran." (AP Photo/Str) Associated Press

Bij de stalletjes aan de voet van het Lincoln Monument in Washington zijn ze nog te krijgen. De protestprullaria waarmee een deel van Amerika zich sinds eind jaren zestig afzette tegen de opkomende anti-oorlogsbeweging. Hier, bij protestveld The Mall, koop je voor een paar dollar nog een sticker die vredesactivist en actrice Jane Fonda tot ‘urinal object’ (pispaal) verklaart.

Bij de stalletjes op The Mall vind je echter geen propaganda tegen de vrouw die de Jane Fonda van de Irak-oorlog had kunnen worden: ‘vredesmoeder’ Cindy Sheehan. Want hoewel binnenslands en ook internationaal omstreden, leidt de Irak-oorlog tot minder maatschappelijke polarisatie in de VS dan destijds ‘Vietnam’ deed. Tegen de oorlog in Irak betogen niet dezelfde aantallen van honderdduizenden mensen. Als nu nog ergens wordt gedemonstreerd, komen er eerder duizend opdagen.

In de zomer van 2005 leek het even alsof er toch een massale vredesbeweging zou kunnen opstaan. De in de pers tot ‘Peace Mom’ gedoopte Sheehan kreeg veel aandacht toen ze voor de Texaanse ranch van president Bush ‘Camp Casey’ opsloeg. Haar zoon Casey was het jaar ervoor, vijf dagen na aankomst in Irak, gesneuveld tijdens een patrouille door Sadr City.

„Casey meldde zich bij het leger in 2000, toen Bush nog niet gekozen was. Beiden waren we tegen de oorlog. Hij wilde niet naar Irak. Maar hij had de keuze: naar de oorlog of naar de gevangenis. Nadat hij was gesneuveld en toen de massavernietigingswapens niet gevonden werden, eiste ik van Bush uitleg. Ik zou pas vertrekken als hij naar buiten kwam om te vertellen voor welk ‘nobel doel’ mijn zoon was gestorven”, vertelt Sheehan op bezoek in Amsterdam.

Vandaag zal ze op de Dam handtekeningen verzamelen voor het burgerinitiatief ‘Openheid over Irak’, dat een onderzoek wil naar de Nederlandse politieke steun aan de oorlog. Zondag spreekt ze op de ‘Top van Onderop’, georganiseerd door het Nederlands Sociaal Forum.

Bush kwam die zomer niet voor haar zijn ranch af. En de sympathie voor Sheehans actie, die vijf weken duurde, nam toe. Hollywoodsterren, nabestaanden van andere gesneuvelde militairen, Irak- en Afghanistanveteranen, Congresleden en andere activisten sloten zich aan. Want, schreef New York Times-columnist Maureen Dowd: „De morele autoriteit van ouders die in Irak omgekomen kinderen begroeven is absoluut.”

Sheehan: „De media-aandacht voor mij beleefde toen een piek.” En bijna twee jaar later is die wel minder, erkent ze. Dat komt niet omdat haar taal feller is geworden. „We hebben het momentum nooit verloren”, stelt ze overtuigd.

Natuurlijk, ze reisde naar Cuba om het Amerikaanse „martelkamp” Guantánamo Bay te veroordelen. Ze vloog naar Melbourne om te betogen voor vrijlating van de ‘Australische talib’ David Hicks. En ja, op bezoek bij de Venezolaanse president Chávez zei ze dat Bush een grotere terrorist is dan Bin Laden. „Waarom mag je iemand die niet eerlijk is gekozen, vervolgens een land binnenvalt en geweld ontketent dat tallozen het leven kost geen terrorist noemen, en iemand die 3.000 mensen vermoordt bij een aanslag wel?”

Zijn dat soort reizen en uitspraken niet veel te controversieel voor de doorsnee Amerikaan, ongeacht diens standpunt over Irak? „Nu misschien nog wel. Maar mede dankzij mijn acties is veel sneller dan tijdens ‘Vietnam’ de publieke opinie over de oorlog omgeslagen. Van een krappe meerderheid die Bush’ aanpak van de oorlog begin 2005 nog steunde, zitten we nu op 76 procent die deze afkeurt.”

Waarom horen we die zwijgende meerderheid dan niet luider? „Ten eerste zijn de voorstanders van de oorlog luidruchtiger en machtiger aanwezig in onze media. En er vallen lang niet zulke hoge aantallen slachtoffers aan Amerikaanse zijde als in Vietnam. Ook is er nu geen dienstplicht.”

Het gebrek aan polarisatie speelt ook mee, denkt ze. „Het ging toen inderdaad tussen hippies enerzijds en de status quo anderzijds. En eigenlijk zouden we nog steeds moeten strijden tegen de status quo. Daarom ook heb ik besloten dat ik geen anti-oorlogsbeweging wil aanvoeren, maar een brede vredesbeweging die strijdt tegen Amerikaans imperialisme.”