Negen meiden, en toch geen kippenhok

Negen Nederlandse Yngling-zeilsters trekken de wereld over richting de Olympische Spelen van 2008. Komende week zeilen ze met drie boten in Medemblik.

Met negen zeilsters in drie boten ben je ook tijdens de training verzekerd van competitie tot in de haven, had Maurice Paardenkooper vooraf gezegd. Hij krijgt gelijk. Het is een gewone trainingsochtend op een grijs IJsselmeer, maar de bootjes persen zich precies tegelijk tussen de havenhoofden van het Regatta Center bij Medemblik. Iedereen claimt de zege. Paardenkooper kijkt vanaf zijn volgboot tevreden toe. Zo ziet hij het graag.

Meer dan tweehonderd dagen per jaar liggen de zeilnomaden op het water, in de Algarve, China of Mallorca; zo bereiden ze zich in hun ranke kielboten voor op ‘Qingdao’, waar volgend jaar de olympische regatta wordt gehouden.

In allerlei opzichten is de Nederlandse aanpak in de Yngling-klasse uniek. In China mag Nederland met één boot en drie vrouwen starten, maar het Watersportverbond koos voor drie boten met roulerende bemanningen.

Midden op het IJsselmeer fluit Paardenkooper de drie boten bij elkaar voor een carrousel: terwijl de zeilen klapperen in de wind haalt hij een zeilster van ‘NED II’ aan boord van zijn volgboot, en zet haar iets verderop af op ‘NED I’. Hij past nog wat wissels toe, als een voetbaltrainer die iemand anders op de linksbackpositie wil zien. Paardenkooper husselt de bemanningen niet alleen tijdens trainingen en regatta’s door elkaar, zelfs de slaapkamers van de appartementen waar ze onderweg verblijven moeten rouleren. „We moeten met elkaar optrekken, ook al ligt de één je beter dan de ander”, zegt Paardenkooper.

Het negental heeft er een eigen roulatiesysteem voor bedacht, zegt Annemieke Bes, die op de Spelen van Athene (2004) vierde werd in de Yngling-klasse. „In een hotel gooien we alle sleutelkaarten op een hoop, en pakt iedereen er één uit.”

Vroeger heerste de gedachte dat zeilers zes jaar met elkaar moesten varen om succes te hebben, zegt Paardenkooper. „Dat hebben we doorbroken. Met drie boten en wisselende bemanningen kun je heel goed zien welke boot en welke manier van zeilen het snelst gaat. Die ervaringen wisselen we constant uit.”

Boten die solo trainen zoeken vaak buitenlandse boten op om af en toe mee te ‘sparren’. „Het nadeel daarvan is dat je nooit helemaal in de keuken van de concurrentie mag kijken. In ons team kan dat wel.” Bovendien, stelt Paardenkooper, met drie boten die zich richten op één doel krijg je gegarandeerd strijd tijdens de trainingen. Drukte rond de boeien, zoals tijdens een race. Dat beaamt Annemieke Bes, die voor ‘Qingdao’ concurreert met Marije Faber en Brechtje van der Werf: „Die strijd komt vanzelf, want je wilt absoluut niet verliezen.”

De nieuwe aanpak is een gevolg van de tegenvallende prestaties van de zeilploeg in Athene, waar geen enkele medaille werd gehaald. Via internet zocht het Watersportverbond naar zeiltalenten. Er kwamen honderden reacties, zegt Paardenkooper. Maar de selectie was streng. „In het verleden deden zeilers precies waar ze zin in hadden. Zij bepaalden met wie ze zeilden en wanneer.” Die vrijblijvendheid is weg. „Nu is het omgedraaid: dit is het programma, je mag meedoen. Als je je er niet aan wilt houden doe je niet mee.”

Bij Maurice Paardenkooper betekent dat: fulltime zeilen, als prof. „Erbij werken kan niet meer. Ik heb ook een paar meiden van kantoor geplukt. Wil je een medaille halen, dan moet je er helemaal voor gaan. Je moet investeren, niet bang zijn om moe te worden. Dan vallen er wel eens mensen af. Dat is inherent aan topsport. Ik ben geen makkelijke coach. Maar met deze aanpak mag je een medaille verwachten.”

De Nederlandse boten halen inmiddels regelmatig podiumplaatsen, zoals vorig jaar bij het EK in Medemblik. Vorige maand eindigden ze alle drie bij de eerste acht tijdens de olympische week van Hyères. In het internationale circuit doen verhalen de ronde dat ‘NED II’ de snelste boot van het veld zou zijn. Paardenkooper geniet ervan. Het is een kleine moeite de nummers te veranderen. „Een streepje eraf, zo gedaan.”

’s Middags laten de zeilsters joelend een gloednieuwe Yngling te water, met Maxima als roepnaam – een ander bootje heette al Wim-Lex. De nieuwe boot is ontworpen voor de hoge golven bij Qingdao. Details geeft Paardenkooper niet. „Dat vertel ik aan niemand.”

Volgend jaar doemt een serieus probleem op, als zes van de negen vrouwen moeten afvallen. Sneu? Niet voor Paardenkooper. „Nu varen ze als vriendinnen in een team, straks tegen elkaar”, erkent hij. „Maar we trainen met z’n allen voor de Spelen. Er zitten meiden tussen van 19, die kunnen ook nog naar Londen in 2012. Een voetbalteam heeft ook reserves nodig om goed te presteren.” Bovendien varen de boten verder alle regatta’s.

Na afloop van de tweede zeiltraining, waarin Maxima nog wat stram is maar wel aan de verwachtingen voldoet, halen de zeilsters de boten uit het water en duiken de sportschool in voor hun fitnessprogramma. Maar het leven in de Yngling-kernploeg heeft ook zijn moeilijke kanten. „Natuurlijk zijn er wel eens irritaties”, erkent Paardenkooper. „Dat is heel menselijk. Ik probeer dat positief te gebruiken, en ze hard aan het werk te zetten.”

Volgens Annemieke Bes valt het erg mee. „Ik dacht van tevoren: negen meiden, dat wordt een kippenhok. Maar we hebben veel lol, de sfeer is open. We zijn naar elkaar toegegroeid. We hebben elkaar nodig om beter te worden. Als ik goud wil winnen, is dit de beste weg. Het gaat veel professioneler nu.”