‘Meedoen is niet meer genoeg’

Martin Verkerk (28) beleeft een moeizame rentree in het profcircuit. De tennisser keert volgende week terug op Roland Garros, het toernooi waar hij in 2003 furore maakte.

Op het gezicht van de serveerster in het restaurant van het sjieke Hamburgse Intercontinental Hotel verschijnt een glimlachje. Nee, Wienerschnitzel mit Pommes Frites staat niet op de menukaart. Maar al snel stelt de vrouw Martin Verkerk gerust. Ze zal met de kok overleggen of die toch niet iets voor de Nederlandse tennisser kan regelen. Tien minuten later geniet de tennisspeler van zijn favoriete lunch. „Ik gun me af en toe zo’n verzetje”, legt Verkerk uit, een uur nadat hij in de eerste ronde van ‘Hamburg’ kansloos werd uitgeschakeld door de Spanjaard Nicolas Almagro.

„Terugkomen is niet makkelijk. Ik heb de laatste tweeënhalf jaar veel moeilijkheden moeten overwinnen. Een jaar geleden zou ik bij zo’n tegenslag de minibar hebben leeggedronken. Maar die tijd is voorbij. Af en toe moet je jezelf wat gunnen. Ik hou nu eenmaal van lekker eten. Toen ik in februari in Rotterdam mijn rentree maakte, was ik veel te zwaar. Dat klopt. Maar de mensen hebben niet gezien hoe ik er daarvoor uitzag. Ik heb me de poten uit mijn lijf getraind om er nog zo uit te zien. In de laatste maanden ben ik nog eens acht kilo afgevallen. Ik heb weken geleefd op water, sla en fruit. En af en toe een kippetje. Een schnitzel zat er toen niet in, hoor. En ik heb al drie maanden geen alcohol gedronken. Ik zit nu nog drie kilo boven mijn streefgewicht. Het geeft me voldoening als mensen zeggen dat ik er weer goed uitzie.”

Verkerk zal echter nog veel meer voldoening halen uit een overwinning op de tennisbaan. Sinds zijn rentree in Ahoy heeft de rechtshandige speler zeven keer op rij verloren, zonder een set te winnen. Toch is hij de wanhoop niet nabij. Verkerk weet dat hij het zichzelf niet makkelijk maakt door zijn beschermde ranking van 44 alleen te gebruiken voor toernooien op het allerhoogste niveau. „Ik heb daar bewust voor gekozen. En ik weet dat ik daarmee het risico loop steeds te verliezen. Maar wat had ik anders moeten doen? Mijn ranking gebruiken voor een challenger? Dan pak je in de eerste ronde aan prijzengeld 420 euro. Dat schiet niet op. Vergeet niet dat ik de afgelopen jaren niets heb verdiend. Maar ik speel nu echt niet voor het geld. Ik wil iets neerzetten. Als ik nu een partij win, wil ik goed winnen. Zo zit ik in elkaar. Een stap terug doen als het nog niet hoeft, dat past niet bij mij. Ik kan straks altijd nog challengertoernooien spelen.”

Verkerk heeft nog geen seconde spijt van zijn comeback. „Achteraf was ik in Rotterdam toch minder ver dan ik voor mijn gevoel dacht te zijn. Maar je bent er nooit helemaal klaar voor. Ik kon die wildcard voor Ahoy niet laten liggen. Misschien was dat niet het ideale moment, maar je moet een keer gaan spelen. Drempelvrees heb ik niet gehad. Het was juist weer genieten. Op de baan staan, wedstrijden spelen. Eén tegen één. Dat had ik zo gemist. Maar nu het eenmaal zover is, went het ook weer snel. Meedoen is niet meer genoeg, nu wil ik winnen. Een echte sporter haat verliezen. Ik ben benieuwd hoe het voelt om weer te winnen. Dat zal een kick geven. Ik weet zeker dat dan mijn niveau met zeventig procent omhoog gaat. Alles draait om zelfvertrouwen. De eerste zege blijkt een heel grote drempel te zijn.”

In de aanloop naar Roland Garros verkeert Verkerk nog altijd een beetje tussen hoop en vrees. Komende week speelt hij nog een ATP-toernooi in het Oostenrijkse Poertschach. „Het gaat niet slecht, maar het gaat ook niet goed. Tegen Almagro voelde ik me voor het eerst kansloos. Die was op dat moment gewoon te goed. Maar ik ben er wel een paar keer dichtbij geweest tegen jongens uit de top-30. In Rome tegen José Acasuso vond ik mezelf zelfs beter. Maar de belangrijke punten maakte ik niet. Toen sloeg de twijfel even toe. Dan komen de negatieve gedachten. ‘Ik heb het gehad, dit heeft geen zin meer’, ga je dan denken en meer van dat soort bullshit. ‘Voor wie doe ik dit nog? Ik heb toch een mooie carrière gehad?’ Als je zo denkt, is een partij al weg. De volgende dag zet je alles op een rijtje en begin je opnieuw. Ik heb er vooraf rekening mee gehouden dat ik veel kan verliezen. Toch probeer je dat weg te drukken.”

Na Roland Garros loopt zijn beschermde ranking af en zal Verkerk zich serieus moeten bezinnen op zijn toekomst. „Zoals ik er nu over denk, zal ik niet meteen de handdoek in de ring gooien. In principe ga ik tot het einde van het jaar door. Zo ga ik in de zomer competitie spelen in Amerika. Het is vooral zaak dat ik de lol erin hou. Ik moet het kunnen opbrengen om te blijven trainen.

„Ik kan nu echt niet zeggen of ik de kracht heb om straks helemaal van onderen af aan te beginnen. Daar denk ik nu soms uren over na. Daar praat ik over met mijn familie, mijn coach (Huib Troost, red.) en mijn vriendin. Een goede Verkerk op het oude niveau is nog steeds een top-30 of top-20 jongen. Ik weet alleen niet of ik dat niveau ooit weer bereik. Als ik het gevoel heb dat ik de top-50 echt niet meer kan halen, zet ik mijn rackets aan de kant. Als ik niet verder kom dan ergens rond de honderd, geef ik de mensen een hand; het is dan mooi geweest. Maar ik bepaal zelf wanneer ik stop en niemand anders.”

Verkerk kan nog steeds kwaad worden als hij wordt herinnerd aan de manier waarop de tennisbond vorig jaar afscheid nam van Davis-Cupcaptain Tjerk Bogtstra. Toenmalig technisch-directeur Hans Felius stelde dat de nieuwe generatie tennissers beter af zou zijn met een nieuwe coach. „Heel raar”, stelt Verkerk. Hij neemt een slok van zijn glas cola en vervolgt zijn verhaal. „Het was een rotzooitje bij de bond. De redenen die ze aanvoerden om Tjerk te ontslaan, sloegen nergens op. Hij zou niet met de jeugdspelers om kunnen gaan. Onzin. ‘Kom dan met het echte verhaal’, denk ik dan. Zeg dan gewoon dat je aan vriendjespolitiek doet. Want dat is zo. Bij de bond houden ze elkaar de handjes boven het hoofd. Maar ik voelde me machteloos. Ik speelde niet en wie was ik dan wel om mijn mening te geven. Maar als ik op dat moment fit was geweest, zou ik bedankt hebben voor de Davis Cup. Zo zit ik in elkaar.”

Het heeft Verkerk ook gestoken dat de bond, met het oog op de toekomst van de Davis-Cupploeg, vorig jaar geen rekening meer hield met ‘zijn’ generatie, waartoe ook John van Lottum en Sjeng Schalken behoren. „We werden afgeschreven. Dat was respectloos. Later heeft Felius me nog gebeld om te zeggen dat hij het zo allemaal niet had gezegd. Maar ik weet beter. Tjerk had het zelf gehoord. Die liegt niet tegen mij. Wat gebeurt er nu als ik het opeens weer op mijn heupen krijg? Mag ik dan toch weer spelen? Niets ten nadele van die jonge jongens (Robin Haase, Igor Sijsling en Thiemo de Bakker, red.) hoor. Die gasten kunnen echt goed worden. Ik ben positief over ze. Maar je mag ze nog niet met Sjeng of mij vergelijken. Daarvoor hebben ze nog te weinig gepresteerd.”

Volgens Verkerk is het „typisch Nederlands” om topsporters snel af te schrijven. „In Amerika gaan ze heel anders met sporters om. ‘Jij hebt in de finale van Roland Garros gestaan, hè? Fucking great dat je nog probeert terug te komen’, zeiden ze daar. In Nederland lachen ze om wat ik nu aan het doen ben. Ze maken lijstjes met de namen van wie ik allemaal heb verloren in de eerste ronde. Altijd dat negatieve.

„Richard Krajicek had daar ook last van. Zijn houding was niet goed. Hij was altijd geblesseerd, riepen ze dan. Waarom onthouden de mensen niet dat hij Wimbledon heeft gewonnen? Mensen in Nederland vergeten snel. Maar als ik straks ergens win staan ze allemaal te juichen. Dan is tennis plotseling weer een hype. Begrijp me niet verkeerd. Ik hou van Nederland. Dit is mijn land. Maar qua karakter pas ik misschien beter bij Amerika. Daar is meer respect voor prestaties van anderen. Als je in de VS in een Ferrari rijdt, steken ze een duim naar je op. Hier ben je een patser en krijg je de middelvinger.”

Vier jaar geleden was Verkerk in Nederland na zijn finaleplaats op Roland Garros de gevierde man. Het hoogtepunt uit zijn tennisloopbaan beleefde hij samen met zijn toenmalige coach Nick Carr. Vorig jaar verbraken ze hun samenwerking. Na beschuldigingen over en weer in de media spraken de twee elkaar niet meer. „Nick Carr? Nee, met hem heb ik nul contact. Ik mis hem ook niet. Daarvoor is er te veel gebeurd. Hij heeft de pers opgezocht om leugens over mij te verspreiden. Je kan veel over me vertellen. Ik weet ook wel dat ik niet altijd de makkelijkste ben. En het klopt, ik was soms niet bereikbaar. Maar toen ik geblesseerd was, heb ik Nick wel twee ton in anderhalf jaar betaald. Dan moet je niet moeilijk gaan doen als ik dan een keer stop. Hij mag een hele goede coach zijn, maar ik ben klaar met hem. Ik heb hem na de breuk niet meer gezien. Ik hoorde dat hij nu met Sijsling werkt. Mooi dat hij weer werk heeft.”

Verkerk ziet uit naar Roland Garros. Als hij volgende week weer op de gravelbanen van Parijs loopt, zullen de herinneringen aan 2003 vanzelf boven komen. „Ik heb hetzelfde hotel geboekt als destijds en zal waarschijnlijk ook weer iedere avond bij de Japanner even buiten het park eten. Daar kennen ze me nog wel denk ik”, zegt Verkerk lachend.

Dan serieus: „Maar qua tennis is het nu een ander verhaal. Ik ga zonder verwachtingen naar Roland Garros. Niets is op voorhand uitgesloten, maar de kans op een verrassing is niet groot. Vooralsnog is ‘Verkerk’ een goede loting voor de anderen. Toch heb ik van binnen het vertrouwen dat ik het nog kan. En je hoeft ook geen rocket scientist te zijn om te zien dat mijn slagen er nog zijn. Ik moet mezelf ook niet bij voorbaat in de put gaan zitten praten. Dat doen anderen wel voor me.”