Leve het extremisme!

Als ik eerlijk ben: ik miste Geert Wilders. En imam Ahmed Salam uit Tilburg. Drie dagen lang ging het in een achttiende-eeuws slot in Salzburg over moslimjongeren en vrouwen. De organisatie, het aan de universiteit van New York gelieerde Dialogues, was er in geslaagd van over de hele wereld mensen uit te nodigen om over de integratie van moslims in westerse samenlevingen te praten, van de Deense minister van Integratie tot Tariq Ramadan, van een hoge ambtenaar bij het Amerikaanse departement van Home Security tot een Afrikaans-Engelse moslima die buurtwerk deed in Brixton. Er waren professoren uit Tunis en Saoedi-Arabië, er waren imams uit de Verenigde Staten, er was de bazige Amerikaans-Iraanse vrouw van het Center for Muslim-Christian Understanding en de zachtmoedige voorzitter van de Oostenrijkse vereniging voor moslimjongeren (in de folder die hij me gaf stond een foto van zijn glimlachende voorganger, kind op de schouders, met het onderschrift: Our chairman: a real Austrian!).

Het probleem was dat iedereen het goed bedoelde. Als Osama bin Laden geweten had wat het onverwachte effect van zijn daden is geweest, namelijk een indrukwekkende collectieve inspanning om moslimimmigranten voor eens en altijd een plaats te geven in het door hem verdoemde Westen, zou hij zich op 11 september 2001 zeker bedacht hebben. De ondermijnende krachten die hij losmaakte met de aanslagen, hebben een vastberadenheid opgeroepen bij de verantwoordelijken, moslims en niet-moslims, waar niet mee te spotten valt. Men heeft van bovenaf besloten, aan beide kanten van de oceaan, dat we niet zullen rusten tot zelfs de meest fundamentalistische moslim doordrongen is van de humanistische rechten van de mens – en van een paar plichten, natuurlijk, maar met behoud van eigenwaarde.

Want dat was de impliciete boodschap: er is niets mis met westerse waarden – en ook niet met de islam. Dat maakte het een beetje moeilijk om te debatteren. Omdat iedereen het beste met elkaar voorhad, bevonden de slechteriken zich vooral buiten de conferentieruimtes: de media die boosaardige karikaturen van moslims maakten, de populisten die het vuur van wijdverbreide moslimhaat aanwakkerden, de radicale moslims, en de rechtse politici die een hypocriete verdeling van rechten en plichten onder moslims en niet-moslims voorstaan. Ik werd er recalcitrant van – op een gegeven moment hoorde ik mezelf de nagedachtenis van Theo van Gogh verdedigen. Steeds maar werd gehamerd op de absurde eisen die aan integratie werden gesteld. Hoe stel je vast of iemand geïntegreerd is? Dat kon je niet meten en wie bepaalde het eigenlijk? Mochten moslims dan niets van zichzelf meer houden?

Goede vragen, maar aan de verkeerde mensen. In plaats van eindeloos klagen over onrecht kun je beter in debat gaan met mensen die oneigenlijke eisen aan integratie willen stellen of met mensen die tegen welke integratie dan ook zijn. Daarom miste ik in Salzburg Geert Wilders en een stevig fundamentalistische imam. Als je de argumenten van de eerste serieus neemt, kunnen moslims alleen integreren wanneer ze geen moslims meer zijn. Volgens de tweede kunnen moslims in het Westen alleen integreren wanneer heel het Westen islamitisch is geworden. Dat zijn de twee extreme polen van het integratievraagstuk, en wie die op zo’n prestigieuze conferentie niet aanwezig laat zijn, kletst in het luchtledige.

De partij van de goede bedoelingen maakt altijd dezelfde fout – ze is bang door haar vijanden besmet te raken. Wat vaak snerend als politieke correctheid wordt afgedaan, is in de meeste gevallen – ik zag het op deze conferentie – een oprecht humanisme, maar helaas wel een humanisme dat aan morele smetvrees lijdt. Als je vindt dat moslims buitengesloten worden in de maatschappij – en dat lijkt me onmiskenbaar het geval – laat dan niet alleen moslims aan het woord die zichzelf buitengesloten voelen, maar zoek de mensen op die moslims buitensluiten. Hetzelfde aan de andere kant: wanneer je constateert dat een fundamentalistische islam antiwesterse sentimenten onder moslims verspreidt, ga dan niet voortdurend in gesprek met gematigde moslims die zeggen dat zij het heus niet kwaad menen en best een homo een hand willen geven – maar zet de schijnwerper van het debat op de radicalen. Wat Wilders en die fundi-imams voorstellen, is domweg onhaalbaar; we hebben niet met het kwaad te maken, maar met gebakken lucht. Zo moeilijk is het toch niet om dat met argumenten aan te tonen? In plaats daarvan: heilige verontwaardiging, aan de linkerkant in de vorm van avondjes hoe Wilders te bestrijden en aan rechterzijde de mantra dat iemand die onze waarden niet onderschrijft, zo snel mogelijk het land moeten worden uitgezet.

Wat een zwaktebod – staat onze samenleving dan zo onzeker in haar schoenen dat ze niet kan omgaan met extremisme, aan welke kant dan ook?

Juist die smetvrees is koren op de molen van de extremisten. Het geeft Wilders de kans om tot vervelens toe het slachtoffer van het politiek-correcte establishment uit te hangen. Waarom durfde na zijn gezeur over intimidatie van bovenaf geen politicus hem erop te wijzen dat hij zijn opvattingen mag ventileren met dank aan de Nederlandse belastingbetaler, dus ook de islamitische, die voor zijn permanente beveiliging opdraait? De samenleving staat zo sterk dat ze Wilders zijn gang kan laten gaan – en in plaats daarvan komt hij weg met het beeld van uitsluiting en hetze. Het moment dat duidelijk wordt dat Wilders helemaal niet buiten de maatschappelijke orde staat, maar daar juist door wordt ondersteund en beschermd, is hij ineens een stuk minder aantrekkelijk geworden. Net zo met de radicale imams – je kunt niet serieus beweren dat jonge moslims vooral radicaliseren door middel van internet en dan vervolgens denken dat je een probleem oplost door een doorgedraaide salafist uit een provinciestad over de grens te zetten. Laat zien dat hij onzin verkoopt.

Want dat leerde ik op die conferentie in Salzburg: we hebben de extremisten nodig om werkelijk redelijk te kunnen zijn. Beleidsmakers, concentreer je niet alleen op de gewone, gematigde moslim die zich tussen de twee vuren van de islamofobie en de radicale islam bevindt. Zoek de moslimhater in Venlo op. Zet een radicale imam uit Tilburg aan de conferentietafel. Zíj zijn het die iets te vrezen hebben, niet wij.