In Krakow heeft kunst niets met markt te maken

In de jaren zeventig was kunst vaak een daad van verzet. Nu hebben jonge kunstenaars sneller succes. Maar volgens kunstcritica Maria Anna Potocka worden ze onderdeel van een ‘dealing machine’.

Wie mocht denken dat in oostelijk Europa de contemporaine kunst in de communistische periode een achterstand zou hebben opgelopen, moet vooral Krakow bezoeken. De etage die het Nationaal Museum wijdt aan de Poolse kunst in de twintigste eeuw is zo groot, dat je er bijna kunt verdwalen. Socialistisch realisme is nergens te vinden, wel constructivisme, symbolisme, surrealisme, conceptual art, neo-expressionisme, installaties, nieuwe media, avantgarde en al het andere dat je in West-Europa kunt aantreffen, soms zelfs beter en origineler. Met name het werk van de zogeheten Krakow Groep, mede geïnspireerd door theaterregisseur Tadeusz Kantor, is uitgebreid vertegenwoordigd, in al zijn rebelse diversiteit.

Hoe werd dwarse, vernieuwende kunst in die periode aan de man gebracht en hoe gaat dat nu, onder een aartsconservatief bewind? Kunstcritica en curator Maria Anna Potocka (1950) is sinds 2002 directeur van Bunkier Sztuki (‘de Kunstbunker’), het gemeentelijk centrum voor eigentijdse kunst in Krakow. Het is gevestigd in een betonnen vierkant gebouw uit 1965, volgens de directeur waarschijnlijk onder een paar flessen wodka bedacht door enkele communistische potentaten: „Op kunstgebied waren het vandalen, zonder enige artistieke smaak, maar links staat toch altijd dichter bij cultuur dan rechts.’’

In 1972 ontdekte Potocka als studente Pools de beperkingen van de literatuur: „Voor het begrijpen van de complexiteit van de moderne tijd moest er een nieuwe taal gecreëerd worden.’’ Ze raakte geïnteresseerd in eigentijdse kunst en begon in Krakow de eerste particuliere galerie, die was gevestigd in haar slaapkamer. Er waren allerlei restricties, maar het was niet verboden. Je mocht niet meer dan tien mensen tegelijk ontvangen, niets verkopen en moest overal toestemming voor vragen. Van een Poolse overzichtstentoonstelling in Edinburgh kreeg ze de catalogus in handen en ging elke daarin genoemde kunstenaar aanschrijven. De galerie hield stand tot 1980 en de aansluitende periode van politieke repressie, de zogeheten ‘staat van beleg’.

Volgens Potocka was het Poolse publiek in de jaren zeventig en tachtig vooral geïnteresseerd in kunst als daad van verzet: het maakte deel uit van het verlangen naar vrijheid. Nu hebben jonge kunstenaars veel sneller succes en worden ze onderdeel van wat Potocka een dealing machine noemt: „Je bent als curator nu veel minder tijd kwijt aan bureaucratie. Maar er is ook veel minder geld voor musea om kunst te kopen en de overheid functioneert matig. De stad zorgt voor het museumgebouw als een Pools ziekenhuis voor zijn patiënten: ze gaan net niet dood, mits de familie extra maatregelen neemt.”

Nog steeds heeft Maria Anna Potocka, naast haar werk in de kunstbunker, een naar haar genoemde eigen galerie. Daar kiest ze vooral kunst voor uit die ze zelf in handen wil hebben: „Ik ben te stom om kunst meteen te begrijpen in een tentoonstelling. Ik moet het kunnen aanraken.’’

Volgens Potocka is het grote verschil tussen kunst in West-Europa en in Polen dat men in het westen directer is: „Daar zetten kunstenaars hun tanden erin, hier vliegt men er eerder overheen. Dat is het gevolg van de lange periode dat het onmogelijk was om direct maatschappelijke of politieke onderwerpen aan te snijden. Het moest dus vaak verpakt worden in thema’s uit het persoonlijk leven.’’

Heeft ze wel eens last van west-Europese culturele instanties die haar willen leren hoe je kunst moet vermarkten en vermaatschappelijken? Potocka lijkt de vraag niet helemaal te begrijpen en verzoekt om precisering. In West-Europa vinden veel beleidsmakers dat een kunstenaar voor hij iets maakt zou moeten nadenken over zijn publiek en de mogelijke markt voor zijn werk. Nu schiet ze uit haar slof: „Ja, dat hebben we hier in het verleden meegemaakt, die totalitaire benadering. Op die manier over kunst denken is niet dom of onbenullig, nee, het is misdadig! Kunst moet vrij zijn, kunstenaars zijn geen ideologen of handelaren.’’

Toch probeert ze in het huidige conservatieve klimaat niet al te nadrukkelijk te provoceren, behalve als het noodzakelijk is. Potocka bereidt nu een tentoonstelling voor van beeldhouwer Jerzy Beres, een van de steunpilaren van de Krakow Groep. Die tentoonstelling heet ‘Life Bends Art’ (‘Het leven buigt de kunst’) en op het affiche zal een mannelijk lid te zien zijn. Ze weet nu al zeker dat het gedonder gaat geven, maar dat moet dan maar.

Info: http://www.bunkier.com.pl & http://www.muzeum.krakow.pl/?L=1 &http://www.culture.pl/en/culture/artykuly/es_sztuka_najnowsza