Hoezo, Co?

Feyenoord redden, dat is geen mensenwerk meer. Al helemaal niet als man alleen. In de aanhoudende psychose worden nu alle ogen gericht op Co Adriaanse. Co moet het doen. Co de academicus. Co de goddelijke gezagsdrager. Co die met Metallurg Donetsk nauwelijks degradatievoetbal kon ontlopen. En de baas van Metallurg is wél heel rijk.

Feyenoord, is dat niet de ABN Amro van het Nederlandse voetbal? Volkskapitalisme in de uitverkoop, verkwanselde glorie? Wat valt er nog te restaureren? Hoe breng je de stilgelegde tijd uit een ver verleden weer aan de praat? Beroepskwebbelaar Leo Beenhakker lukte het niet meer.

Co Adriaanse is een grote naam in het voetbal, maar dat zijn Arie Haan en Ruud Gullit ook. Nou, in hun Feyenoordtijd bleef daar weinig van over. Onder Haan ging, tijdens de training, meer tijd verloren aan het opbergen van Rolexen en gouden kettinkjes dan aan het strelen van de bal. Onder Gullit moesten zelfs terreinknechten en ballenjongens mee aan de parfumfles uit de PC Hooftstraat Voetballen deed er niet zoveel toe, alleen nog op zondag.

Co Adriaanse deed het voortreffelijk bij AZ. Niet het minst omdat hij de ruimte kreeg voor een éénpersoonsstaat. Co was bovenbaas, met in de bestuurskamer alleen nog butlers. En één rijke oom: Dirk Scheringa. Bij Ajax en Porto was er teveel geneuzel van hogerhand. Daar kon deze coach absoluut niet tegen. Hij was er gauw uitgezongen.

Ik zag een foto in de krant. Drie armoedig geklede heren met een reiskoffer. Wallen onder de ogen, en verder van lijf en leden uitgewoond. Uit het onderschrift bleek dat het om Wim Jansen, Peter Bosz en Onno Jacobs ging. De top van Feyenoord dus. Ze waren net terug uit de Oekraïne, waar ze een eerste gesprek hadden gevoerd met Co Adriaanse. Van Co weet ik: niet een heuse dandy, maar veel scheelt het niet. Hij moet lelijk geschrokken zijn van het trio holbewoners dat hem, daar in de misère, kwam verleiden. Ook nog handen in de broekzak.

De heren stonden schimmig op de foto, zoals ze dat ook in het leven zijn. Zoals Feyenoord is. Er was niets transcendent aan, niets van patina, niets van vrolijke strijdlust. Fluisteraars met de hand voor de mond. Ik kreeg heimwee. Naar de bulldozers van weleer: naar Theo Laseroms en IJzeren Rinus, naar gras dat de Kuip in zich droeg. Naar gras dat van een vol stadion een ovatie kreeg. Gras als een soort laatste gebed. Geromantiseerd verleden.

Dit jaar is het almaar stiller geworden, in de Kuip. De legioenen keken alleen nog van schaamte naar elkaar, niet meer naar de bal. Oude gezangen werden dodenliederen. Zelfs de woede bleek niet bestand tegen de aanblik van kluitjesvoetbal. Ja, de trouwste supporters zijn er nog. Altijd present op training, zowaar bij regenweer. Mannen zonder tanden die doen denken aan pruimtabak en aan stoomboten, aan oorlog en aan verlies. Maar toch: roodwit van hart. Het is het geheim van Feyenoord: de lach, de dans, de hoop. Misschien is het wel een kwestie van genen. Iets dat cultuur en natuur overstijgt. Feyenoord: gewoon bestorven, en verder niets.

Ik zeg het met weemoed. Een enkele keer trof ik Jorien van den Herik in een Antwerps restaurant. Geen sjaaltje, geen weemoed, geen exuberantie van de mens-voorzitter. Stilgelegde levens aan een menukaart. Jorien hield zich groot, maar ik zag wel dat hij zichzelf miste, een bevroren identiteit, een geluksmodel van gene zijde. Illusie, dat kan Co niet goedmaken. Hij is er ook de mens niet voor. Co vindt alles prima wat niet onder de huid gaat.

Het stilleven, Jorien van den Herik.

Fyenoord is niet anders: stilte in vervoering. Huismelkersromantiek, zonder de esthetiek van weet ik wat voor Rembrandtplein. Misère maakt niet uit, het is niet anders: een oerwoud van alledaagsheid, doordesemd door knolselderie en aanverwante gewassen. Maar wat doe je dan met Co? Toch een man van een andere aarde, van een andere tijd. Niet dat hij rock-'n-roll in de Kuip zal zijn. Maar wel een man met vele levens. Spelonk van volksoproerachtige activisten. Zowaar een gendenker. Co is nooit van iemand geweest. Zou hem dat ook sieren?

Niet bij Feyenoord. Waar alles grondstof is. Waar alles een verleden heeft. Dat heeft professor Co Adriaaanse nou net niet. Hij is toch een megalomaan die nooit tegenspraak heeft gekend.