‘Het piratenlapje moet mee naar St. Petersburg’

Marieke Morsman (24) is assistent-conservator in het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement. Afgelopen week was ze in St. Petersburg om een muziekstuk van Mozart op een mechanisch orgel te transcriberen in notenschrift. „Meteen de eerste maat al lijkt niet te kloppen.”

Marieke Morsman

Zaterdag 12 mei

Vandaag is de laatste mogelijkheid om nog wat boodschappen te doen voor mijn vertrek naar St. Petersburg maandag. Omdat ik sinds eergisteren lijd aan een koortsachtige verkoudheid, bestaan deze boodschappen voor een groot deel uit paracetamol, neusspray, keelpastilles en andere zelfhulpmiddeltjes. Een volgende belangrijke boodschap is een groot blok met muziekpapier. Ik ga in St. Petersburg namelijk een muziekcilinder transcriberen in notenschrift. Misschien moet ik dat even uitleggen. Ik werk als assistent-conservator in het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement in Utrecht, een museum dat automatisch spelende muziekinstrumenten verzamelt. Denk bij automatisch spelende muziekinstrumenten aan carillons, orgelklokken, speeldozen, pianola’s en draaiorgels.

Wat veel mensen niet weten, is dat bekende componisten zich ook bezighielden met het medium automatisch spelend muziekinstrument. Zo componeerde W.A. Mozart (1756-1791) drie stukken voor een mechanisch orgel. Helaas zijn de orgels waarvoor hij de stukken schreef verloren gegaan. Wel zijn er van de muziek partituren overgeleverd en van één van de drie stukken, KV 616, is er zelfs nog een handschrift van Mozart (momenteel in het Mozarteum in Salzburg). Museum Speelklok gaat dit stuk, dat Mozart zelf in zijn catalogus Ein Andante für eine Walze in eine kleine Orgel noemde, opnieuw op een mechanisch orgel programmeren. Het stuk is dan weer te horen via het medium waar het voor bedoeld is.

In de Hermitage in St. Petersburg staat een mechanisch orgel (1801) met een cilinder met Mozarts KV 616. Dit instrument is slechts tien jaar na de compositie van het Andante gebouwd. Dit maakt dat hierop de oudst bekende overgeleverde versie op een mechanisch muziekinstrument staat. Ik kijk met spanning uit om te ontdekken op wat voor manier de programmeur uit 1801 het stuk op de cilinder gezet heeft!

Zondag

Nog één nachtje slapen. De koffer is gepakt. Dat is toch altijd weer ingewikkelder dan je denkt. Spijkerbroek? Pak? Mijn werkzaamheden zullen voornamelijk in de werkplaats zijn van de Hermitage waar ik niet verwacht dat het personeel er opgeprikt bij loopt. Aan de andere kant zullen er ook chique etentjes zijn en misschien nog een ontmoeting met de consul. En dan? Shirtjes of truien? Zomerjas? Winterjas? Regenjas? Het weer kan alle kanten opgaan. Mijn oma belt me op om me er aan te herinneren mijn bedsokken mee te nemen; de nachten kunnen koud zijn. Ik neem zo veel mogelijke verschillende kleding mee en trek op de heenreis al zo veel mogelijk over elkaar aan. Met dan nog een boterhamzakje met wat waspoeder (als dat maar door de Russische douane komt) moet het goed komen.

Ik pak ook attributen in voor wat in de volksmond van museum Speelklok ‘pinstaren’ heet. Hiermee bedoel ik het uitlezen van een muziekcilinder. Deze attributen zijn het muziekblok, wat goede potloden en bovenal: een piratenlapje. Tijdens eerdere ervaringen met pinstaren heb ik gemerkt dat ik bij het op korte afstand te lang staren naar pinnetjes op de cilinder dubbel ging zien. Aangezien het lange tijd één oog dicht knijpen erg vermoeiend blijkt, biedt het piratenlapje uitkomst. Ik weet niet hoe fijn de cilinder in de Hermitage bepind is, maar het lapje gaat voor alle zekerheid mee. Nog één nachtje slapen.

Maandag

Vandaag is de grote dag. Bepakt en bezakt loop ik naar het museum. Daar ontmoet ik collega Bob van Wely. We proppen nog wat museumgidsen en -catalogi in onze tassen (altijd handig om weg te geven) en gaan op pad. Op Schiphol gaat alles vrij vlot, hoewel de controle bij de ‘boarding security gate’ erg streng is. We staan in de rij bij Ernst Veen, die als directeur van de Hermitage aan de Amstel een persconferentie over zijn plannen gaat geven in St. Petersburg. Een leuke toevalligheid, zeker omdat Ernst Veen ons in het verleden enorm heeft geholpen in de contacten met de Hermitage. Door de strenge controle – schoenen uit, riemen af – vliegen we bijna een half uur te laat.

Tot onze verrassing worden we in St. Petersburg opgehaald door Mikhail Gouriev, hoofd van de ‘Clock Laboratory’ van de Hermitage. In een o zo clichématige maar o zo geweldige twintig jaar oude Lada met startproblemen worden we metropool St. Petersburg binnengeloodst. Gelukkig komen we veilig bij het appartementhotel aan. Hier neemt Gouriev mijn koffer, sleept hem zes trappen op, checkt ons in (ik denk dat we met Engels ook niet ver gekomen zouden zijn), sleept mijn koffer weer zes trappen af en brengt ons naar onze kamer in een ander gebouw (drie trappen op). Hij verlaat ons en wij gaan wat eten, lopen nog even langs de Neva en houden het voor vandaag voor gezien.

Dinsdag

Vandaag hebben we om tien uur afgesproken met Mikhail Gouriev in de werkplaats van de Hermitage. Hier staat de cilinder al in een bok klaar om uitgelezen te worden. Maar eerst moeten we naar het instrument zelf om te kijken welke tonen er precies in zitten. Onderweg doen we twee kleine kantoortjes aan waar we pasjes met stempels krijgen, één voor de werkplaats en één voor het Hermitage museum zelf. We onderzoeken het indrukwekkende, bijna vier meter hoge Strasser-orgel en gaan dan lunchen in de uiterst sombere personeelskantine van de Hermitage.

Intussen jeuken mijn handen om aan de transcriptie te beginnen en we gaan weer vlug naar de werkplaats. Hier maken Bob en ik een liniaal langs de cilinder met daarop de tonen. Hierlangs kunnen we het stuk dan precies aflezen. Meteen de eerste maat al lijkt niet te kloppen met Mozarts KV 616. Als we even verder kijken, blijkt er tot onze grote verbazing een ander stuk van Mozart op te staan!

We hebben nauwelijks tijd om hier bij stil te staan, want we hebben een afspraak op het Nederlands consulaat. Hier praten we met de consul-generaal Ed. W. Hoeks en cultureel attaché Victoria Lourik. Ze zijn allebei erg geïnteresseerd in ons museum en onze missie in St. Petersburg; het is een zeer prettig gesprek. Ze nodigen ons uit voor de persconferentie waarover Ernst Veen al sprak.

Na het gesprek praten Bob en ik nog wat door over hoe we verder zullen gaan. We besluiten dat we morgen zullen vragen of we alle dertien cilinders van het instrument mogen bekijken.

Woensdag

De dag begint met een afspraak met de directeur van het Nederlands Instituut, Mila Chevalier; het is een plezierige kennismaking. Voor de terugweg willen we een illegale taxichauffeur aanhouden (volgens de reisgids rijden er veel mannen alleen in auto’s rond die, als je met je handpalm naar beneden wijst, opeens stiekem taxichauffeur blijken te spelen). Helaas reageert er alleen een legale chauffeur op ons teken, die ons met tachtig kilometer per uur zonder gordel voor veel te veel geld naar de Hermitage brengt.

Hier begint de persconferentie over de Hermitage aan de Amstel. Ernst Veen en architect Hans van Heeswijk vertellen over de plannen over deze dependance die in het voorjaar van 2009 zal openen. Het zijn spannende verhalen, maar de vragen die vervolgens van de Russische pers komen zijn niet al te kritisch.

Na een lunch in de sombere kantine begint de zoektocht naar Mozarts KV 616. We installeren ons bij de kast met de dertien cilinders en bestuderen ze om beurten. Helaas blijkt het stuk er niet bij te zitten. Na wat beraad met het thuisfront besluiten we dat het nu niet relevant is om dit instrument verder te onderzoeken voor dit project. Een onverwachte wending, maar zulke dingen kunnen nu eenmaal gebeuren.

Ik heb in St. Petersburg nog een missie. Ik heb eerder onderzoek gedaan naar automatisch spelende spinetten – een spinet is een soort klavecimbel – die rond 1600 in Augsburg gebouwd zijn. In een museum in St. Petersburg staat zo’n spinet. Over uitgerekend dit spinet is nog erg weinig bekend en morgen ga ik proberen hier verandering in te brengen.

Donderdag 17 mei

Vandaag is een dag van afscheid en nieuw begin. Eerst vertellen we Mikhail Gouriev dat we nu niet verder gaan met het Strasserorgel. Daarna gaan we naar the State Museum of Theatrical and Musical Arts. Het Augsburger spinet in levende lijve is prachtig. Maar natuurlijk willen we ook de binnenkant bekijken. We praten met conservator Wladimir Koshelev over de mogelijkheid tot nader onderzoek. Hij is welwillend, maar uiteraard moet er eerst een officiële brief op officieel papier naar zijn directeur worden gestuurd. Bob en ik beginnen aan de brief, maar dan zit Bobs tijd erop en gaat hij weer richting vliegveld. Ik maak de brief af, mail hem naar museum Speelklok, waar directeur Floris de Gelder de brief op officieel papier print en faxt naar het muziekmuseum hier. Als ik goedkeuring krijg, kan ik zaterdag aan het onderzoek beginnen.