Fatwa’s te koop

In Egypte vaardigt iedereen, via satelliettelevisie en sms, naar eigen inzicht religieuze decreten uit. Al dan niet tegen betaling. En tot ergernis van de schriftgeleerden. „Ze denken: hoe strenger, hoe beter.”

Khaled el-Gindy ontvangt zijn bezoek thuis in een witte satijnen kamerjas. Zijn ruime appartement in Mohandiseen, een exclusieve wijk in Kairo, staat vol goud, kristal en porselein. In de hoek prijkt een grote vleugel. „Welkom in mijn bescheiden onderkomen”, zegt de tv-sjeik hartelijk.

El-Gindy is schatrijk geworden met het verkopen van fatwa’s op satelliettelevisie. Hij heeft een wekelijks praatprogramma en is vaak te gast bij andere zenders waar hij islamitische richtlijnen verstrekt. In ruil voor een stevige vergoeding, natuurlijk. El-Gindy schaamt zich er niet voor. „Een rijke sjeik is een ongevaarlijke sjeik”, zegt hij lachend. „Ik zie geen enkel probleem met het te gelde maken van kennis. Rechters en advocaten doen dat toch ook?”

De uitvaardiging van fatwa’s is een industrie geworden. Wat oorspronkelijk was voorbehouden aan gerenommeerde schriftgeleerden van de moskee of universiteit die na veel studie en overweging een handgeschreven edict uitgaven, is met de komst van satelliettelevisie en internet veranderd in massaproductie voor een breed publiek.

De meeste tv-sjeiks presenteren de islam als een zeer restrictieve religie, meent El-Gindy. „Ze denken: hoe strenger, hoe beter. Maar als je die lijn volgt dan is alles in het leven haram, haram, haram, onrein, onrein, onrein.” Hij probeert tegen de trend in te gaan. „Ik kan niet geloven dat God al dat moois heeft gemaakt om het vervolgens te verbieden”, zegt de tv-sjeik die vorig jaar de Egyptische campagne tegen de spotprenten in de Deense krant aanvoerde.

Meestal maakt hij fatwa’s in reactie op uitspraken van andere schriftgeleerden. Zo was er de mufti die had gezegd dat het verboden was voor moslims om christenen met hun heilige feesten te feliciteren. Of de sjeik die had verordend dat alle Israëliërs in Egypte vermoord moesten worden. „Allemaal volslagen onzin”, zegt El-Gindy.

Het uitvaardigen van fatwa’s is een gevoelige zaak, weet hij. Het kan de verhoudingen flink verstoren. „Fatwa’s scheppen een ongemakkelijk beeld van de islam, omdat ze vaak oproepen tot geweld tegen andersdenkenden, terwijl ze juist liefde, vergiffenis en begrip moeten aanmoedigen.”

El-Gindy maakt deel uit van de gevestigde orde. Hij is lid van de hoge raad voor islamitische studies van de Al-Azhar-universiteit in Kairo, de oudste islamitische leerinstelling ter wereld. Critici noemen hem een opportunist. Hij voorziet vooral de goed opgeleide Egyptenaar met een middelhoog inkomen van adviezen.

Met zijn edicten haalt hij regelmatig de kranten. Zoals zijn recente fatwa die hersteloperaties van maagdenvlies toelaatbaar stelt. „Als God had geëist dat vrouwen als maagd moeten trouwen, dan had hij datzelfde van mannen verlangd”, verklaart hij. Kort daarvoor had een concurrerende tv-sjeik verklaard dat een man het recht heeft een echtscheiding aan te vragen als hij erachter komt dat zijn bruid geen maagd is. El-Gindy vindt het niet meer dan eerlijk dat vrouwen hun maagdenvlies laten herstellen als conventies en sociale druk hen dwingen de schijn op te houden.

Conservatieve schriftgeleerden stonden meteen op hun achterste benen. Pure ketterij, vonden ze. „Fatwa’s maken is een gevaarlijke bezigheid”, lacht El-Gindy. Hij zegt herhaaldelijk met de dood te zijn bedreigd. „Er zijn allerlei fatwa’s tegen me uitgesproken”, zegt hij onbewogen. „Ze noemen me een afvallige omdat ik lach, van muziek houd en mijn dochters naar een katholieke school heb gestuurd om daar goed Frans te leren spreken.”

Hij is niet de enige die voor zijn leven moet vrezen. Ook de vrijdenker Gamal el-Banna, die vorig jaar kort voor de vastenmaand suggereerde dat moslims tijdens de ramadan moeten kunnen roken, werd bedreigd. Evenals de doorgaans conservatieve ‘tv-sjeika’ Soad Salah toen zij een fatwa uitsprak dat de niqaab (gezichtssluier) als niet-islamitisch bestempelde.

’s Avonds laat zit de clientèle van een afgeladen theehuis in Kairo gekluisterd aan de buis. Ze kijken naar de zender El Naas (het volk). Vrijwel wekelijks is er een rel over een fatwa die op dit kanaal is uitgevaardigd. In het programma Droomfatwa verklaart een sjeik met lange baard en ernstige blik de dromen van mensen en voorziet hen van een bijpassende richtlijn. De kijkers vinden het allemaal zeer vermakelijk. De presentator verwijst naar de website van El Naas waar je ringtones kunt downloaden die je naar de hemel brengen. Per sms sturen ze ook koranverzen rond. Dat alles tegen een kleine vergoeding.

Controverse is goed voor commercie. De programma’s van El Naas zijn omstreden en halen daarom hoge kijkcijfers. Abdel Mouti Bayoumi stoort zich aan de tv-sjeiks. Hij is lid van de Islamitische Onderzoeksraad en voormalig decaan van de faculteit theologie van de Al-Azhar-universiteit. „Ze hebben de islam niet in zijn geheel bestudeerd en hebben geen flauw benul van context en cultuur”, zegt hij verwijtend. „Ze willen alleen maar beroemd worden en denken dat meer mensen hen zullen geloven als ze zo streng mogelijk zijn.”

Daarmee gaat een belangrijke boodschap van de islam verloren, meent Bayoumi. „Je moet weten dat alles toelaatbaar is tenzij het expliciet wordt verboden in de verzen van de koran en de hadith (zie kader). In feite is er maar heel weinig echt verboden.”

Ooit werden alleen de fatwa’s van schriftgeleerden van Al-Azhar serieus genomen. Maar nu claimen allerlei mensen het recht om over religie te kunnen spreken, zo luidt de kritiek. „Iedereen die maar een boek over islam heeft gelezen en een paar verzen kan reciteren, denkt fatwa’s te kunnen uitvaardigen”, zegt Bayoumi. „Ze hebben nergens anders verstand van, dus praten ze over religie, want dat kan iedereen.”

Volgens Bayoumi schuilt er een groot gevaar in het gebrek aan controle over de tv-sjeiks. Het schept verwarring en ondermijnt de geloofwaardigheid van de islam. Daarom wil Al-Azhar scherpere regels stellen. Bayoumi denkt aan een soort keurmerk. „Een sjeik zou een certificaat van Al-Azhar moeten hebben om op de televisie te mogen verschijnen”, stelt hij voor. „De geleerden van Al-Azhar hebben de islam jarenlang bestudeerd. Ze kennen niet alleen de koran, maar ook de jurisprudentie die de verschillende denkscholen over de eeuwen hebben opgebouwd.”

Maar ook de schriftgeleerden van de Al-Azhar hebben de waarheid niet in pacht. Berucht is de fatwa van een voormalige collega van Bayoumi die een verbod uitvaardigde op naakte seks. Als een vrouw haar echtgenoot zonder kleren zou zien, was daarmee automatisch het huwelijk ontbonden, verklaarde Rashad Hassan Khalil, voormalig hoofd van de vakgroep Islamitisch recht. Dagenlang discussieerden mufti’s op de televisie over de geldigheid van deze fatwa. Uiteindelijk zag Khalil zich gedwongen zijn woorden terug te nemen.

En dan de fatwa van sjeik Ali Gomaa, de hoogste imam van Al-Azhar, tegen de beeldende kunst. Beelden waren zijn inziens ontoelaatbaar omdat ze zouden leiden tot verafgoding. Enige dagen na zijn uitspraak vernielde een vrouw enkele faraonische stukken in een museum. Ook Gomaa zag zich genoodzaakt zijn woorden te nuanceren om te voorkomen dat het oud-Egyptische erfgoed verder gevaar liep. Voor reactionaire sjeiks, die de oorspronkelijke fatwa hadden toegejuicht, was het een bewijs dat Al-Azhar aan de leiband van de regering loopt. Helemaal ongelijk hebben ze niet. Het hoofd van Al-Azhar wordt door de president aangesteld.

Bayoumi noemt het een misverstand. „Het was een technisch complexe fatwa. Sommige teksten moeten niet te letterlijk genomen worden.” Hij legt uit dat niet iedereen het met een fatwa hoeft eens te zijn. „Islamitische jurisprudentie is enorm breed en het bevat verschillende meningen en ideeën. Dat ligt nu juist ten grondslag aan de tolerantie binnen de islam: er is geen dogma.” Toch erkent hij dat in deze vrijheid van interpretatie risico’s schuilen. „Maar als mensen de wet breken, kunnen zij natuurlijk altijd via de strafrechter vervolgd worden.”

Om aan de vraag te voldoen heeft Al-Azhar een e-mail-, internet- en telefoondienst opgezet voor het aanvragen van fatwa’s. Voorbij zijn de dagen dat gelovigen van ver naar Dar el-Ifta, het fatwabureau van Al-Azhar, reisden om persoonlijk een fatwa te halen. „Mensen waren bereid dagen te wachten. Het betrof toen nog zaken die de mensen echt aan het hart gingen, zoals familierecht en erfrecht”, vertelt Bayoumi. Nu verwerkt Al-Azhar duizend fatwaverzoeken per dag.

Bayoumi was betrokken bij het opzetten van de hotline. Het fatwaverzoek wordt ingesproken op een antwoordapparaat, de sjeiks formuleren vervolgens een fatwa en spreken die als een boodschap in. De mensen kunnen de fatwa afluisteren door het speciaal verstrekte doorkiesnummer in te toetsen. Naast de normale prijs van een telefoongesprek zijn er geen extra kosten.

„We proberen zo onze dienstverlening te verbeteren”, zegt Bayoumi. Heeft hij voorbeelden van recente aanvragen? „Een jongeman wilde weten of het toegestaan was om in een hotel-bar te werken waar alcohol werd geschonken”, vertelt hij enthousiast. „We hebben hem gezegd dat het mocht zolang hij geen ander werk kon vinden. Je moet het de mensen niet moeilijker maken dan het al is in deze tijden.”

Vragen die via de e-maildienst naar Al-Azhar waren gestuurd, werden echter nooit beantwoord. Bij IslamOnline.net was dat wel anders. Binnen 48 uur kwam een fatwa binnen op de vraag of een afvallige moslim de dood verdient. Antwoord? Alleen een afvallige die andere moslims aanzet hetzelfde te doen. Maar geen enkel individu heeft het recht om aanklager, rechter en beul tegelijk te zijn. Wel dient het huwelijk tussen een ongelovige en een moslimvrouw onmiddellijk te worden ontbonden.

Ook andere vragen werden door IslamOnline binnen enkele dagen van een fatwa voorzien: vrouwenbesnijdenis is geen islamitische vereiste, maar mag niet strafbaar worden gesteld en ook in Europa is het verboden voor moslimvrouwen om met niet-moslims te trouwen. Verder is het volstrekt toelaatbaar voor een moslim om zaken te doen met niet-moslims, zolang de zaken zelf maar toelaatbaar zijn volgens islamitisch recht.

Mohammad Ibrahim Zidan is hoofdredacteur van IslamOnline. Op zijn kantoor in Dokki zit een tiental redacteuren achter computers te werken om een fatwa-databank bij te houden. Anderen sturen de binnengekomen fatwa-aanvragen naar het panel van schriftgeleerden dat voor IslamOnline werkt. Weer andere medewerkers hebben buitendienst. Ze zijn met laptops bij de sjeiks thuis om live-chatsessies met het publiek te faciliteren. IslamOnline ontvangt niet alleen veel vragen uit Egypte en de Arabische regio, maar ook uit Amerika en Europa. „Ook Nederlandse moslims zien we regelmatig voorbijkomen”, zegt Zidan.

IslamOnline werd in 1997 opgericht onder leiding van Yusuf Qaradawi, een van de invloedrijkste Egyptische schriftgeleerden met een vast programma op de Arabische satellietnieuwszender Al Jazeera. Hij is oud-student van Al-Azhar en voorzitter van de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek. Qaradawi verhuisde naar Qatar na enkele keren in aanvaring te zijn gekomen met de Egyptische autoriteiten.

„We proberen tegenwicht te bieden aan de extreme satellietshows”, zegt Zidan. „Onze benadering is gematigd. Het doel is om het leven makkelijker voor mensen te maken.” Hij legt uit dat IslamOnline de gulden middenweg probeert te vinden tussen de stroming die zoveel mogelijk probeert te verbieden en de richting die alles toelaatbaar acht.

Toch gaat het ook bij IslamOnline wel eens fout, geeft hij toe. „Soms hebben we een sjeik te gast bij onze chatsessies die van een andere school blijkt te zijn”, vertelt Zidan. Zo had een Saoedische schriftgeleerde verklaard dat het voor vrouwen verboden is om auto te rijden. Qaradawi moest er aan te pas komen om verontschuldigingen aan te bieden en de fatwa weer ongedaan te maken.

Zidan verwijt veel mufti’s onder invloed te staan van de strenge Wahabi-variant van de islam uit Saoedi-Arabië. Tal van Egyptische imams die in de rijke oliestaat werken, raken besmet met deze fundamentalistische geloofsovertuiging. Wanneer ze terugkeren naar hun moederland claimen ze een beter begrip van de islam te hebben en dragen ze dit uit in de moskee en op de televisie. „Het kanaal El Naas wordt gefinancierd door Saoediërs en preekt dan ook de Saoedische manier van denken”, zegt hij.

De Egyptische moslim van vandaag heeft een onvolwassen houding, meent Zidan. Hij kan gemakkelijk misleid worden en veel tv-sjeiks maken daar misbruik van. „Ze proberen een groot gevolg te winnen door zoveel mogelijk haram te verklaren. Hoe meer ze verbieden, des te meer respect krijgen ze van de ongeschoolde massa’s.”

„Mensen zijn steeds minder in staat om zelf na te denken. Ze zien en horen dingen op de televisie die ze niet begrijpen. Tegelijkertijd proberen ze zo religieus mogelijk over te komen door zich op allerlei details te concentreren. Het is zeer kunstmatig. Het grotere plaatje zijn ze kwijt”, klaagt hij.

Khaled el-Gindy kan dat beamen. „De meeste mensen zijn meer geïnteresseerd in triviale flauwekul dan in de belangrijke zaken”, zegt hij kort voordat hij moet optreden in zijn programma. „Een beller wilde weten met welk been eerst hij de badkamer moest instappen”, herinnert hij zich. „Ik moet dan heel voorzichtig zijn, want als ik de spot met hem drijf kan hij overstuur raken en een gevaar voor zijn omgeving worden. Ik denk dat het een teken des tijds is. Het land en het volk zijn in verval.”