Een ware meesterzet van Groningse universiteit

Even streden ergernis en teleurstelling om de voorrang onder de gevoelens die bij mij opkwamen toen ik las dat de leden van het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen het nodig hadden gevonden een modaal gezinsinkomen aan hun jaarsalaris toe te voegen (NRC Handelsblad, 12 mei). Ergernis over het zoveelste voorbeeld van het verdwijnen van zelfdiscipline als mensen op posities terechtkomen waar ze hun eigen inkomen kunnen vaststellen ook of juist bij instanties en instellingen die hun taken met belastinggeld uitvoeren. Teleurstelling omdat het hier om mijn `eigen` bestuur ging, drie voormalige collega`s aan wie ik tot voor kort zelfs de neiging tot graaizucht niet zou toedichten. Een lelijk woord komt bij je op bij het lezen van armetierige en stereotiepe argumenten als `ergens anders verdienen ze (nog) meer` of `we moeten goede mensen kunnen houden en aantrekken`.

Maar al snel begreep ik wat het bestuur met deze actie voor ogen moet hebben gestaan. Net als ik had het zich natuurlijk ook al jaren geërgerd aan dit platvloerse gedoe. En was het teleurgesteld over de onwil of het onvermogen van voorgaande ministers om voor met publiek geld werkende instellingen een bij de inkomensschalen van de overheid passende `salary cap` vast te stellen. En was er dan een betere manier denkbaar dan zo je nek uit te steken om de nieuwe minister van Onderwijs in zijn honderddaagse oriëntatieperiode met zijn neus op deze onfrisse praktijk te drukken? Een ware meesterzet.