Een paar breezers later gaat het in de disco alsnog mis

Wie staat er voor de rechter en waarom? Vandaag het vervolg van een zaak over een vechtpartij. In een discotheek danste Omar te dicht in de buurt van een meisje.

Acht dagen geleden zaten twee Marokkaanse jongens van 19 bij de rechter. Er was een vechtpartij geweest in een discotheek. De een was dader en zat vast, de ander was slachtoffer en eiste schadevergoeding. De officier van justitie wilde de zaak uitstellen om de videobanden van de vechtpartij te bekijken. De rechter aarzelde, want het betekende dat Omar T. nog eens acht dagen in het huis van bewaring moest blijven. En hij zat al tien dagen vast.

Gisteren ging de zaak weer verder. Waren de videobanden bekeken? Nee. De discotheek in Amstelveen, P60, had de banden bij de politie afgegeven. Maar het videosysteem op het politiebureau kon het materiaal niet afspelen. Op een ander bureau kon het wel. Het slachtoffer werd uitgenodigd om de video op woensdagmiddag te komen bekijken. Maar hij had geen tijd. De officier van justitie heeft ze niet gezien, de advocaat van Omar ook niet. De rechter moet het doen met een verslag van een politieman die ze wel heeft bekeken. De beelden zijn schokkerig, en de tijdstippen lopen door elkaar. Er valt, zegt rechter Slits, dus niets uit op te maken.

Blijft over: een papieren vechtpartij. De aangifte van de een, die zegt dat hij gestompt en geschopt is. De verklaring van de ander, die beweert dat hij uit zelfverdediging handelde. Het ging om een meisje. Het gebeurde om kwart over twee op de dansvloer. Omar danste in de buurt van het meisje, een vriendin van het slachtoffer. Te dichtbij, zegt het slachtoffer. Opdringerig. Ik viel haar niet lastig, zegt Omar, het was gewoon druk op de dansvloer. Het meisje zou haar hand voor zijn gezicht hebben gehouden en toen stak Omar zijn middelvinger op. Rechter Slits: „Dat is beledigend.” Omar: „Ik was ook beledigd.” De rechter kijkt niet-begrijpend. Later zal Omars advocate uitleggen dat het een ‘talk-to-the-hand’-gebaar was, en dat dat een belediging is.

Het blijft bij een korte woordenwisseling tussen Omar en de jongen die bij het meisje hoort. Maar een paar breezers later, om 3.30, gaat Omar naar de jongen toe en legt, zegt hij, een arm om zijn schouders om hem mee naar buiten te nemen. Om te praten. Het slachtoffer zegt dat hij zomaar een stomp op zijn neus kreeg. Die klap heeft een beveiliger, die op het podium stond, gezien. Het duurde even voor hij door de mensenmassa heen was om bij de jongens te komen. Of er ook geschopt is of teruggeslagen, heeft hij niet gezien. Hij verklaart tegen de politie dat er die avond een „opgefokt sfeertje” was. Vooral door de „voordrinkers”, de jongens die al dronken zijn voor ze de discotheek binnen komen.

De jongens werden naar een aparte ruimte gebracht. Omars vrienden vroegen het slachtoffer geen aangifte te doen. Omar was nog maar net vrij. Hij had de maanden ervoor onder elektronisch toezicht gestaan. De aangifte kwam toch. Met een doktersverklaring erbij, een foto van een opgezwollen neus en bonnetjes van de – bebloede – kleding. Uit zijn tas pakt hij een grijs Burburry-shirt en een witte Replaybroek. Er zitten bloedspetters op. Hij wil de 120 euro voor het shirt en de 130 voor de broek van Omar terug. En voor zijn schoenen 120 euro. De rechter vist een bonnetje uit het dossier. „Die kostten toch 75?” Al met al wil hij ruim 1.600 euro.

Omar haalt zijn schouders op. Zijn lip was ook gescheurd, zegt hij. Zijn blouse was aan gort. Heeft u aangifte gedaan, vraagt de rechter. Nu kijkt Omar niet-begrijpend. „Kan dat dan? Ze zeiden dat dat niet kon.”

Omar heeft 360 euro studiefinanciering per maand en verdient 100 euro per week als pizzakoerier. In juni heeft hij zijn laatste tentamens, gereedsschapsleer en lastechniek. Dan heeft hij zijn diploma. De reclassering noemt hem een harde-kernjongere met weinig inzicht in zijn delictgedrag. Maar zijn vaste begeleider heeft vertrouwen in hem, zeker als hij de cursus terugvalpreventie, gewetensontwikkeling, leefstijltraining en agressie-regulatietraining heeft doorlopen. En als hij weg is uit zijn buurt, bij zijn vrienden vandaan. En de Jellinek?, oppert de rechter nog. „Ja, hij moet ook werken aan zijn omgang met drank.” Of Omar bereid is zijn excuses aan te bieden, vraagt de officier van justitie. Dat is hij. Hij staat op, schudt de hand van het slachtoffer en zegt sorry. Het slachtoffer blijft zitten en zwijgt.

De rechter veroordeelt Omar tot 32 dagen cel, waarvan 14 voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Omar is dus vrij. Hij moet 75 euro voor de trui betalen, 75 voor de broek, 50 voor de schoenen en 250 euro smartegeld. De rechter: „Maak je school af. En volg die cursussen. Welke dan ook.”