Een mislukte logeerpartij

Hoe zou het zijn geweest als spraakwatervallen David Bronstein en Jan Hein Donner bij elkaar hadden gelogeerd? Bronstein beschrijft die vriendschap in zijn memoires.

Kort na de dood van schaker David Bronstein, in december vorig jaar, verscheen zijn boek Secret Notes. De titel is wat te dramatisch, want het boek gaat bijna helemaal over de tijd na de ineenstorting van Sovjet-Unie, toen Bronstein eindelijk weer vrij kon reizen; veel geheims kwam daar niet meer aan te pas.

Ik vond het prettig om te lezen dat Bronstein een speciale band met Hein Donner had. Hij vertelt dat hij een keer opgebeld werd door Botwinnik, die voorzitter was van de vereniging die in de Sovjet-Unie de vriendschapsbanden met Nederland koesterde. Het ging om een uitwisselingsprogramma tussen schakers. Donner en zijn gezin zouden in Moskou bij Bronstein moeten logeren en dan zou Bronstein een jaar later bij de Donners in Amsterdam ondergebracht worden.

Het was aantrekkelijk voor Bronstein, maar het kon niet, want zijn flat was maar 25 vierkante meter groot. Hij kon er zelf nog net wonen, maar een reus als Donner met zijn gezin kon er niet bij. Waarom werd Donner niet bij een ruimer behuisde schaker ondergebracht? Botwinnik legde uit dat Donner speciaal gevraagd had om bij Bronstein te logeren. Het ging niet door en Donner is nooit in de Sovjet-Unie geweest.

Veel later kwam Bronstein wel naar Amsterdam, maar toen was Donner al dood. Bronstein ontmoette Donners vrouw en kinderen en hij ging naar de Hein Donnerbrug, die het Max Euweplein verbindt met de Stadhouderskade. Ook de keren dat hij later in Amsterdam was stond hij altijd even op die brug, met dankbare gevoelens voor de gemeente Amsterdam, die twee prominente Amsterdamse schakers met een brug en een plein geëerd had.

Hij noemt het in zijn boek de Jan Hein Donnerbrug, wat Donner niet goedgekeurd zou hebben. Die zei dat ‘Jan Hein’ in plaats van Hein in de wereld was gebracht door de Nederlandse meester Mühring, die hem er mee wilde pesten, omdat het zo op ‘Jan Hen’ leek.

Dat geloofde ik, tot Timman me er eens op wees dat Donner in het begin van zijn journalistieke loopbaan zijn artikelen zelf met Jan Hein Donner ondertekende.

Het was begrijpelijk dat Donner indertijd Bronstein opgaf als gewenst logeeradres, want die had veel te vertellen. Maar Donner zelf had dat ook, en luisteren naar anderen was van beiden niet de grootste gave. Hoe zou het gegaan zijn tussen die twee spraakwatervallen? Ik denk dat Donner het hoofd gebogen zou hebben voor de representant van het sovjetschaak, want daarvoor had hij terecht een heilig ontzag.

Bronstein – Donner, Maroczy Memorial Boedapest 1961

1. e4 c6 2. d4 d5 3. e5 Lf5 4. h4 h6 5. g4 Deze ruimtewinnende methode werd ook door Michail Tal een paar keer gebruikt in zijn tweede match tegen Botwinnik. 5...Ld7 6. Le3 c5 7. c3 Pc6 8. a3 a5 9. b3 e6 10. h5 b5 11. Pf3 Db8 12. Lg2 c4 13. bxc4 bxc4 14. Dc2 a4 15. Pbd2 Pa5 16. 0-0 Pb3 17. Ta2 Pe7 18. Ph4 Pc6 19. f4 Pxd2 Het lijkt vreemd dat zwart het paard dat met zoveel moeite op b3 is gekomen nu afruilt, maar als hij het niet doet speelt wit 20. Pdf3 en dan voert het optisch fraaie paard op b3 niets uit. 20. Dxd2 Le7 21. Lf2 Pa7 22. f5 Lg5 23. Dd1 Db3 24. Da1 Met wits dame en toren in een hoekje lijkt het mooi voor zwart, maar in feite heeft wit een gevaarlijk initiatief op de koningsvleugel, terwijl zwarts Db3 behalve agressief ook kwetsbaar is. 24...Tb8 Na 24...Pb5 zou volgen 25. fxe6 fxe6 (of 25...Lxe6 26. Tb2 met stukwinst) 26. Pg6 Tg8 27. Le1 en als zwart dan zijn spel op de damevleugel wil versterken met 27...Lc1, krijgt wit met 28. Dxc1 Dxa2 29. Lh4 een snel beslissende aanval. 25. Pf3 exf5 Hierna gaat het snel mis met zwart. Na 25...Lf4 zou het nog een hele strijd zijn. 26. e6 (zie diagram).

Een typische Bronsteinzet. Ook het simpele 26. Pxg5 hxg5 27. Lxd5 was lang niet slecht, maar wat hij speelt is veel mooier en ook sterker. 26...Lxe6 Ook na 26...fxe6 27. gxf5 0-0 28. Pxg5 hxg5 29. fxe6 Lxe6 30. Te2 heeft wit een zeer sterke aanval. 27. gxf5 Ld7 Na 27...Lxf5 28. Pxg5 hxg5 kan wit met 29. Lg3 een kwaliteit winnen, maar 29. Lxd5 lijkt nog sterker. 28. Te2+ Kf8 29. Lg3 Tb5 Iets beter, maar ook niet voldoende was 29...Tb7. 30. Pe5 Lc6 31. De1 Kg8 32. Pxc6 De computer geeft aan dat wit na 32. Pxf7 Kxf7 33. f6 een mataanval heeft, maar Bronsteins mensenzet, die een stuk wint, is goed genoeg. Zwart gaf op. Iets te snel, want er was nog een list. Na 32...Pxc6 33. Te8+ Kh7 34. Txh8+ Kxh8 35. De8+ Kh7 36. Dxc6 Dxc3 37. Dxb5? Dxg3 zou zwarts tegenaanval remise opleveren. Met 37. Le5 of eerder 35. f6 zou wit wel winnen en dat had Bronstein ongetwijfeld gezien.