Een harde remedie tegen kaalheid

Bij volwassen muizen kunnen weer haarzakjes en haren gaan groeien. Dat biedt perspectief voor behandeling van wonden, kaalheid en huidziekten bij mensen.

Marion de Boo

Telt u ook elke morgen de losse haren in uw kammetje? Onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania zijn een remedie tegen kaalheid op het spoor. Ze maakten huidwonden op de rug van volwassen muizen. Als de open wond maar groot genoeg is, blijken tijdens het genezingsproces vanuit de opperhuid spontaan nieuwe, embryonale, haarzakjes te ontspruiten, waaruit later weer jonge haren groeien.

Een haarzakje is een complex mini-orgaantje, opgebouwd uit minstens tien verschillende celtypen. Een spiertje zet de haar bij kou rechtop, een talgkliertje zorgt voor glans. Vijftig jaar lang is gedacht dat zo’n ‘mini-orgaantje’ alleen in de embryonale levensfase kon ontstaan. Mogelijke nieuwvorming van haarzakjes bij volwassen konijnen, muizen en mensen is ooit wel onderzocht, maar zonder resultaat. Die vergissing wordt nu rechtgezet (Nature 7 mei). De verrassende vondst biedt perspectief voor behandeling van wonden, haarverlies en andere aftakelingsprocessen van de verouderende huid.

De meeste wonden bij zoogdieren genezen door herstel (reparatie), niet door nieuwvorming (regeneratie). Als je been geamputeerd wordt, houd je een stomp – anders dan de hagedis waarbij een verloren staart vanzelf weer aangroeit. Volwassen zoogdieren kunnen verloren lichaamsdelen niet of nauwelijks meer “aankweken”. Misschien ontbreken daarvoor de juiste stamcellen of omgevingssignalen.

George Cotsarelis en collega’s van de Universiteit van Pennsylvania lieten echter bij gewonde proefmuizen nieuwe haarzakjes ontstaan volgens dezelfde ontwikkelingspatronen als bij embryo’s. Verwonding van volwassen muizen stimuleert de productie van nieuwe haarzakjes. Die productie wordt aangejaagd door een eiwit (het zogenoemde Wnt-signaal) dat ook uit de embryonale fase bekend is. Dit Wnt-signaal brengt de huid blijkbaar in een soort embryonale toestand. Wordt het Wnt-signaal experimenteel door een remstof geblokkeerd, dan ontstaat veel minder haar. Bij een experimenteel verhoogd Wnt-signaal ontstaat juist extra veel haar. En als het Wnt-signaal na het dichtgroeien van de opperhuid van nature afzwakt en wegvalt, stopt ook de productie van nieuwe haarzakjes. De huid van zoogdieren kan na verwonding veel beter regenereren dan gedacht, zo concluderen de onderzoekers. Kennelijk stimuleren huidwonden de vorming van nieuwe haren spontaan, als onderdeel van het normale genezingsproces. En door de juiste omgevingsfactoren in te zetten, kun je haargroei bij muizen extra stimuleren.

grote wonden

De onderzoekers maakten grote wonden (1 tot 2,25 vierkante centimeter) op de rug van muizen, over de hele diepte van de huid. Hoe ouder de muis, hoe groter de wond moest zijn om effect te zien. Als na het sluiten van de wond de genezen plek groter was dan 0,5 centimeter doorsnee, verschenen in het midden kleine haartjes. Bij sectie werden onder de opperhuid diverse embryonale stadia van zich ontwikkelende haarzakjes aangetroffen. Op den duur werd de vacht weer één geheel. Alleen bleven de nieuwe haren wit, ze hadden geen pigment. Bij mensen is zoiets nooit geobserveerd. Grote wonden worden gewoonlijk snel verbonden en misschien verloopt het proces dan anders.

De onderzoekers gebruikten genetische markers om het lot van verschillende groepen cellen tijdens de wondgenezing tot in detail te kunnen volgen. Vlak onder de opperhuid vertonen haarzakjes een verdikking (zie figuur). Daarin zit een voorraadje stamcellen opgeslagen, waaruit nieuwe haarzakjes ontstaan. Na verwonding krijgt dit voorraadje stamcellen tijdelijk een andere rol: ze sturen hun nakomelingen naar de wond, om de opperhuid zo snel mogelijk te helpen genezen. Op den duur zullen cellen met deze herkomst meestal weer uit de genezen opperhuid verdwijnen. Intussen worden aan de onderkant van de nieuw ontstane opperhuid “knopjes” afgesnoerd, waaruit zich jonge haarzakjes ontwikkelen. Het hele proces doet volgens de onderzoekers enigszins denken aan de jaarcyclus bij herten, die na de bronsttijd hun oude gewei afwerpen, waarna uit de grote open wond weer een vachtje en een nieuw gewei ontspruiten. Ongetwijfeld, schrijven Cotsarelis c.s., inspireert de ontdekking uit Pennsylvania ook nader onderzoek naar kaalheid bij de mens.