Echte vermogens fiscaal ongrijpbaar

Is belasting betalen een plicht of een vrijwillige keuze? Voor sommige vermogenden geldt het laatste.

Minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) raakte vorige maand verstrikt in de voor Nederlandse verhoudingen buitensporige topinkomens van managers van sommige multinationals. Als oppositieleider had hij aangekondigd die „exhibitionistische zelfverrijking” aan te pakken zodra de PvdA aan de macht kwam. Nu hij inderdaad minister van Financiën is, wordt hij met de relativiteit van die macht geconfronteerd.

De meest voor de hand liggende weg om inkomens te kortwieken, is het instellen van een speciaal belastingtarief. Je kunt zelfs met chirurgische precisie te werk gaan door op maat gesneden aftrekposten en vrijstellingen te introduceren. Vanouds is het belastinginstrument voor staten de uitgelezen mogelijkheid om inkomenspolitiek te bedrijven.

Maar juist de groep managers die minister Bos op de korrel wil nemen, ontworstelt zich aan het concept van de staat; het gaat om wereldburgers. De fiscale amateurs onder hen, zoals Guus Hiddink, spelen op zo’n knullige manier een spel van schijn en werkelijkheid, dat ze toch nog binnen de greep van de fiscus en zelfs de strafrechter komen. Maar wie de betere belastingadviseur inhuurt, heeft niets te vrezen. Sterker nog, dan lopen schijn en werkelijkheid in elkaar over op een manier die juridisch gesproken helemaal in orde is. Veel van de managers wonen meer in het bedrijf dat hen de wereld over stuurt, dan in het toevallige land waar ze een paar jaar neerstrijken en waarvan ze dikwijls de taal niet spreken. De particuliere vermogens die zij opbouwen, vormen op zichzelf al een klein bedrijfje. Net als bij multinationals valt voor de fiscus niet goed meer te bepalen op welke plek op aarde die vermogens precies renderen en waar ze belast moeten worden. Dikwijls komt geen enkel land fiscaal aan de bak.

Bos legt zich noodgedwongen neer bij deze fiscale ongrijpbaarheid. Dat is niet het geval bij de koene belastingridders op het witte paard van de internationale pressiegroep Tax Justice Network, die vorige week in Nederland neerstreken om hun ideaal van rechtvaardige belastingheffing uit te dragen.

Zij strijden tegen de ongrijpbare machinaties van de fiscale experts die vermogens, winsten en inkomens fiscaal stateloos kunnen maken. Daarmee ondersteunen zij van harte de opvatting van de Tilburgse hoogleraar Richard Happé dat het betalen van belasting het respect voor de samenleving en de medeburgers tot uitdrukking brengt.

De minister is niet de enige die de handdoek in de ring gooit. De bereisde idealist en oud NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen ging hem voor. In een vorige week in deze krant door Johan Schaberg besproken uitspraak, bepleit hij de enige mogelijkheid die een land dan nog rest: de topverdieners ‘inspireren’ 5 tot 15 procent van hun inkomen aan goede doelen weg te geven.

De bestemming mogen ze dan zelf bepalen. Eventueel belastbaar inkomen in Nederland wordt door zo’n aftrekbare gift (verder) gereduceerd.

Een land gaat heus niet ten onder als een selecte groep zich aan belastingheffing kan onttrekken. Voor de belastingmoraal kun je daar maar beter over zwijgen. Dat wordt een stuk lastiger nu Tax Justice Network op oorlogspad is.

Aertjan Grotenhuis