De waarde van een diploma

Het moet gemakkelijker worden om in het buitenland te studeren, vinden Europese ministers. Daarvoor moeten diploma's in Amsterdam en Berlijn wel vergelijkbaar zijn.

In Nederland is het al lastig als je na een hbo-opleiding een academische master wil volgen. Veel universiteiten doen moeilijk over deze overstap, omdat ze zich afvragen of hbo’ers wel het juiste niveau hebben.

De overstap naar bijvoorbeeld Duitsland is nog ingewikkelder. Hoe weet een Duitse universiteit of een Nederlands hogeschooldiploma op het academische programma aansluit? Laat staan dat er duidelijkheid bestaat over het niveau in, zeg, Oekraïne.

Dat land is een van de 46 deelnemers aan het Bologna-proces, dat het Europese hoger onderwijs moet harmoniseren. De afgelopen twee dagen bespraken ministeriële delegaties van al deze landen in Londen hoe het er voor staat.

In 1999 spraken de deelnemende landen in Bologna af dat er in 2010 een Europese ‘hogeronderwijsruimte’ moet zijn, waarbinnen alle instellingen hun opleidingen hebben opgesplitst in een bachelor- en een masterfase. Dat moest de uitwisseling van studenten en docenten bevorderen en academisch Europa op wereldschaal concurrerend maken.

Op 82 procent van de Europese universiteiten is inmiddels het bachelormastersysteem ingevoerd, maar daarmee is Europa er nog niet. Uiteindelijk moet ook van elke hogere opleiding op het continent de kwaliteit bekend zijn.

In Londen was kwaliteit de afgelopen dagen een belangrijk gespreksthema. Op dit moment zijn de Bologna-landen nog aan het bepalen wat hun eigen hoger onderwijs precies bijbrengt aan studenten. Europese kwaliteitsinstanties moeten deze nationale inventarisaties vervolgens onderling vergelijken. Als gevolg daarvan, legde voorzitter Sebastiaan den Bak van studentenbond ISO uit, „moet iedere Nederlandse student over een paar jaar weten hoeveel studiepunten hij krijgt voor drie maanden studeren in Letland”.

Vooral Oost-Europese landen moeten nog veel regelen om hun hoger onderwijs te laten aansluiten op de rest van Europa. Maar ‘Bologna’ is geen wedstrijdje tussen verschillende landen, benadrukte de Let Andrejs Rauhvargers. Hij is hoofd van een werkgroep die de concrete resultaten van de afgelopen twee jaar heeft bijgehouden.

Behalve de invoering van het bachelormastersysteem is er het European Credit Transfer System (ECTS), dat een studiejaar in heel Europa in zestig studiepunten verdeelt. Rauhvargers: „We kunnen nu tot zestig tellen in Europa. Maar in het ene land moet je voor die punten heel andere prestaties leveren dan in het andere.”

En niet alle Europese studenten wíllen in het buitenland studeren – nog geen drie procent doet dat. En het verschilt sterk per land: de meeste studenten trekken van oost naar west. Geen Nederlandse student gaat in de Oekraïense hoofdstad Kiev studeren, of het moet zijn om de taal van het land zelf te bestuderen.

Dat gaat wel veranderen, verwacht de Vlaamse onderwijsminister Frank Vandenbroucke. „‘Die Oost-Europese landen zijn nu misschien nog niet zo attractief, maar ze werken aan verbetering.” Ook volgens Den Bak zit er progressie in het Oost-Europese hoger onderwijs. „Kijk naar Praag, naar Boedapest. Daar gaan nu al veel West-Europese studenten heen. De grenst verschuift oostwaarts.”

En Nederland? Dat is al relatief ver met het treffen van voorzieningen. Nederlandse studenten kunnen ook in het buitenland aanspraak maken op studiefinanciering. Onder voorzitterschap van Aldrik in ’t Hout van het ministerie van Onderwijs probeert een Europese werkgroep ook de rest van Europa te overtuigen.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA), die de eerste dag aanwezig was in Londen, moest nog even wennen aan het proces. Den Bak merkte op dat ‘Bologna’ voor een student nogal abstract is. Plasterk: „Voor een minister ook.”