De lezer schrijft over ethisch en esthetisch woordgebruik

Over ‘stijl’ gesproken. In het Stijlboek van de krant schrijft u in ‘Onze beginselen’ dat de krant „gemaakt wordt voor volwassen mensen die bereid zijn na te denken”. Aan het eind daarvan lees ik „Behoorlijk geïnformeerde, intelligente lezers zijn in staat bijdragen te wegen die niet alleen met rationele argumenten, maar ook met ethische en esthetische middelen trachten te overtuigen”. Elders in het stuk staat dat „in columns [...] iedere auteur een persoonlijke mening mag geven”.

Hoe moet ik in het licht van uw beginselen de column duiden van de hand van de heer Jan Blokker in de krant van 9 mei met als kop ‘Een nieuwe krant voor zwakbegaafd Nederland’?

Als vader van een zwakbegaafde dochter heb ik mij zeer gegriefd gevoeld door kop én inhoud van deze column. Is het nou echt nodig om met deze woorden de afschuw van de schrijver over een gratis krant aan ons lezers te laten weten? Ik stel daar in ieder geval geen prijs op – over ‘ethiek en esthetiek’ gesproken.

We gebruiken vergelijkingen als ‘wit als sneeuw’, ‘rood als bloed’, moet daar nu als vergelijkingscriterium ‘abject als ...’ bijkomen? Nee toch. Deze column is overigens een voorbeeld van verwording van woordgebruik dat vaker in de media gebezigd wordt, namelijk woorden die zwakkeren in de samenleving betreffen en die zich zelf niet kunnen verdedigen.

Tjakke Schuringa

Amstelveen

De krant antwoordt

Het gebruik van namen van ziekten, aandoeningen of handicaps als scheldwoord of negatieve aanduiding van bijvoorbeeld een persoon is in de spreektaal weliswaar ingeburgerd, maar daar moet in de krant uiterst terughoudend mee worden omgegaan. De ervaring is dat dergelijke benamingen, die vaak gedachteloos gehanteerd worden, voor mensen die in hun persoonlijke leven ervaring hebben met bepaalde ziekten of handicaps, heel hard kunnen aankomen.

Soms ontkomt de krant er niet aan een dergelijke omschrijving toch over te nemen, bijvoorbeeld als het onderdeel uitmaakt van een citaat dat essentieel is voor een artikel. Zo kan het in een reportage over hangjongeren nodig zijn om weer te geven wat de onderlinge omgangsvormen zijn, ook als daarbij woorden worden gebezigd die weinig fijngevoelig zijn.

Maar ook politici kunnen zich daar schuldig aan maken. Zo kreeg minister-president Balkenende al vrijwel vanaf het begin van zijn premierschap de kwalificatie ‘autistisch’ mee. Die benaming is sindsdien vele malen gebezigd, door politici, columnisten en journalisten. En ook in die gevallen, zo blijkt uit lezersbrieven, voelen mensen die persoonlijk met deze handicap te maken hebben, zich hierdoor emotioneel geraakt.

Hoewel het nadrukkelijk nooit de bedoeling van de krant is om mensen wegens een ziekte of handicap te kwetsen, is het goed wanneer ook journalisten zich rekenschap blijven geven van de lading van hun woorden.

Columns, zoals die van Jan Blokker, nemen, net als cartoons, een bijzondere plaats in in de krant. Ze leveren commentaar, draaien de zaken om, overdrijven, verzachten of onderstrepen het gebeurde. In een column is meer mogelijk dan in een nieuwsbericht of reportage. Columnisten en cartoonisten kunnen daarbij grenzen overschrijden van wat sommige lezers gepast vinden.

Dit wordt gedaan vanuit die wens om de blik te laten kantelen, niet vanuit een boosaardige zucht naar effectbejag of om te kwetsen.

Birgit Donker

Hoofdredacteur

Reacties:

www.nrc.nl/lezerschrijft

Nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl