De computer belt altijd terug

Lastige telefoontjes? Verzet is zinloos.

We gingen naar het circus. Daar kregen we de hele tijd kaarten overhandigd met de tekst: ‘Bel ons alstublieft met uw opmerkingen! wij zijn een en al oor!’

Dus thuis draaide ik het nummer:

„Dank u voor het bellen van Feld Amusement. Voor opmerkingen over een show, draai 1 alstublieft. Voor andere opmerkingen, draai alstublieft 2.”

Ik draai 1, voor ‘opmerkingen’. Muziek.

„Wij zijn heel geïnteresseerd in uw ervaringen bij onze rondtrekkende shows. Om uitputtend gebruik te kunnen maken van uw heel belangrijke mening: e-mail ons. Of schrijf. De adressen staan achterop uw kaart en deze lijn aanvaardt geen berichten.”

Ja zeg.

Nog een keer en nu de 2 kiezen, voor ‘andere opmerkingen’.

Zeven minuten en 44 seconden afschudmuziek. Niet opgeven.

„Goedemiddag, Feld Amusement, wat kan ik voor u doen?”

„Goedemiddag. Ik zou graag een opmerking maken over de show van Barnum en Bailey.”

„Sorry?”

„Ik zou graag een opmerking maken over de show.”

„O! Oké.”

„Het was echt een verrassing voor me dat ik nu eens zelf mag opbellen, dat waardeer ik echt. Dus nu zou ik graag een opmerking maken...”

„Dan moet ik iemand van klantenservice bellen om u terug te bellen.”

„Maar op het kaartje stond wij zijn een en al oor.”

„De klantenservice van Barnum & Bailey belt u daarvoor terug.”

„Wanneer, denkt u?”

„Over drie tot vijf werkdagen. Uw naam?”

„Oostveen.”

„En uw achternaam?”

„Dat is mijn achternaam.”

„Wow. Uw huisadres?”

„Waarom?”

„Anders bellen ze u niet terug.”

Ik geef het.

Ze bellen niet terug, dat spreekt vanzelf. Weer heb ik, zij het nu eens opzettelijk, mijn gegevens verstrekt aan een hengelend bedrijf en dat is genoeg voor ze.

In een winkel, bij het afrekenen:

„Uw postcode en telefoonnummer?”

„Pardon?”

„Uw telefoonnummer!”

„Maar dat wil ik liever helemaal niet geven.”

„Waarom niet!?”

Je kunt hier heimwee krijgen naar de marktonderzoekers die in Nederland zo gezellig en recht door zee opbelden, onder het eten. Mensen van vlees en bloed. Je kon ‘nee bedankt’ zeggen. En daarna belden ze meestal niet terug.

Nu gaat de telefoon en hoor je: „Goedenavond! How are you?”

De eerste keer heb je het nog niet door: „Good, thank you. Who is this?”

Maar de stem praat al door: „Hang niet op. U wordt zo doorgeschakeld naar een van onze onderzoekers voor een belangrijke enquête over hypotheekleningen.”

Een computer! Veel Amerikanen zijn zo aardig en beleefd, dat ze zelfs netjes blijven wachten als een computer ze dat gebiedt. Minutenlang! Tot het ergens in een callcenter iemand gerieft hun een hypotheek op te dringen. En dan, zegt wie ik er hier ook naar vraag, doorstaan ze zo’n gesprek net zo lang tot ze het op fatsoenlijke wijze kunnen afronden.

Zelf denk je: ik hang meteen op. Maar de computer belt altijd terug. Amerikanen weten dat allang.

Eén keer was er hier gemor over te horen. Dat was bij de gemeenteraadsverkiezingen, toen zelfs plaatselijke politici kiezers stalkten met een ingeblikte boodschap. Soms belde de computer dezelfde persoon ijskoud tien keer op een avond namens één kandidaat – die prompt een stem verloor.

Wij kregen die telefoontjes niet, omdat we geen geregistreerde kiezers zijn, volgens de bestanden met al onze privégegevens. Die liggen in dit land kennelijk ergens voor het grijpen en worden vermoedelijk met steeds meer details uitgebreid.

Deze week werden we voor de achtste keer gebeld door een bureau dat de gezondheid van de inwoners van Washington zegt te onderzoeken. Echt voor de achtste keer. Sinds ik hun computer een paar keer heb gekrenkt door op te hangen, zijn ze alsnog overgeschakeld op mensen:

„Uw huishouden. Hoeveel volwassen personen.”

Dat gecommandeer, het went nooit. Voor je het weet geef je toch laf antwoord:

„Twee, meneer.”

„Juist. En hoeveel volwassen vrouwen rekent u daar toe?”

„Eén.”

„Nu komen we ergens. En hoeveel mannen?”

!?! Heb ik een geslacht over het hoofd gezien?

„Nou. Dan dus ook één?”

„Eén man.”

„Ja.”

„Goed zo. Dat waardeer ik. Mooi.”

„Dank u. Maar wat bedoelt u eigenlijk?”

„Dat we met u klaar zijn.”

„Hurray!”, durf ik.

„Maar de man in uw huishouden bellen we binnenkort nog eens terug. Voor aanvullende vragen. Heb een prachtige dag.”