China vult in Afrika gat dat Wereldbank laat vallen

Met een fel tegen corruptie gericht beleid zet de Wereldbank zichzelf in veel Afrikaanse landen buiten spel. China heeft de rol van de Wereldbank voor een deel overgenomen.

Afrika bleef opvallend stil rond de hele discussie over de misstappen van de inmiddels vertrokken wereldbank-president Paul Wolfowitz. Op dit continent schromen veel leiders niet de schuld van mislukt beleid bij Wereldbank en IMF te leggen, zoals de Zimbabweaanse president Mugabe de afgelopen jaren deed. Maar veel van zijn collega’s hielden de afgelopen weken liever hun mond, in de hoop te krijgen wat Mugabe al jaren niet meer krijgt: meer financiële hulp uit Washington. Wolfowitz stelde zich bij zijn aantreden ten slotte tot doel de hulp aan Afrika te verdubbelen voor 2010.

Onder Wolfowitz voerde de Wereldbank in Afrika vooral campagne tegen corruptie. Maar Afrikaanse landen die werkelijk iets aan omkoping en zwendel willen doen, zagen hun pogingen juist ondermijnd door Wolfowitz’ anticorruptiecampagne. Het bergkoninkrijkje Lesotho vervolgde de afgelopen jaren met succes een aantal internationale bouwbedrijven die steekpenningen betaalden tijdens de aanleg van een reusachtige waterdam, een Wereldbankproject. De Wereldbank was tergend traag de veroordeelde bedrijven (uit Canada en Duitsland) op een zwarte lijst te zetten, waardoor de bedrijven toch nog jaren konden meedingen naar nieuwe Wereldbank-projecten. Wolfowitz zette de bedrijven ruim een jaar na zijn aantreden wel op die zwarte lijst maar hij zette ook de achterdeur voor ze open. Onder een nieuwe amnestieregeling kunnen de bedrijven weer meedoen aan projecten mits ze hun corrupte praktijken in het verleden toegaven en ze beloofden zich in de toekomst beter te gedragen. Ideetje van Wolfowitz zelf.

Wolfowitz zette kwaad bloed door ontwikkelingslanden van Wereldbank-projecten uit te sluiten op grond van corruptiebeschuldigingen. Hij negeerde daarbij onderzoek dat aangeeft dat notoir corrupte landen zich soms sneller ontwikkelen dan minder corrupte landen. Volgens de lijst van Transparency International zijn Zimbabwe, Nigeria en Angola minder corrupt dan Bangladesh. Maar het nationaal inkomen van Bangladesh is groter dan dat van de drie Afrikaanse landen bij elkaar.

Door de kruistocht tegen corruptie dreigt de Wereldbank in Afrika buitenspel te raken. Olieproducerende landen als Soedan en Angola wenden zich noodgedwongen tot andere geldschieters. Angola weigert nog langer met de Wereldbank te onderhandelen over leningen voor de wederopbouw na 27 jaar burgeroorlog. Die leningen komen nu uit China, dat in de afgelopen vier jaar ruim 4 miljard dollar op tafel legde in ruil voor olie. China bouwt er nu de wegen, treinrails, bruggen en vliegvelden die de Wereldbank al jaren belooft.

Volgens een rapport van Wereldbank-econoom Henry Broadman voorziet Azië (India, China en Japan) inmiddels in bijna eenderde van alle leningen in Afrika. De invloed van de Wereldbank in haar belangrijkste afzetgebied was al tanende, ver voor Wolfowitz er aan zijn baan begon.