Ceremonieel koningschap is een geweldige uitdaging

In NRC Handelsblad van 8 mei bestrijdt mevrouw Diependaal mijn pleidooi voor een ceremonieel koningschap met de stelling `Nederlands koningschap mist grandeur` (Opiniepagina, 28 april). Inderdaad mist de Nederlandse monarchie de grandeur van indrukwekkende paleizen die men in landen als Engeland en Zweden aantreft. Onze monarchie bezit evenwel de glans van een traditie die haar sterk bindt met de Nederlandse natie. Dat is het Oranjegevoel. Nederlanders zijn geen monarchisten, maar orangisten. Het Oranjegevoel is diep geworteld in een lange historie die terugreikt tot in de 17e eeuw, toen Nederland een `Oranjerepubliek` was.

Hoezeer het volkse Oranjegevoel nog steeds is verbonden met de Oranjedynastie wordt men gewaar bij evenementen als het WK en EK voetbal. De supporter schildert zich niet alleen oranje, menigeen zet zich ook een oranje kroon van plastic of rubber op het hoofd.

Mevrouw Diependaal acht een ceremonieel koningschap in Nederland een `doodgeboren kind`. Mij lijkt een ceremonieel koningschap een geweldige uitdaging aan kroonprins Willem-Alexander. Wanneer koning Willem IV geen deel van de regering vormt, doch louter staatshoofd is, worden zijn ontplooiingskansen beduidend groter dan die van de huidige constitutionele koning, die als regeringshoofd op gespannen voet staat met onze parlementaire democratie. Wanneer hij weet in te spelen op het Oranjegevoel, kan hij de Oranjes geliefd maken als ten tijde van zijn grootmoeder. Tegelijkertijd kan hij met de ruimte die het ceremoniële koningschap, zonder de knellende band van de ministeriële verantwoordelijkheid, hem biedt, blijven functioneren op terreinen als het watermanagement, waarop hij ook internationaal actief is.