Brieven

Veel ouders, maar ook leerlingen, reageerden verontwaardigd op het artikel ‘Werkstukouders van nu’ door Ellen de Bruin (W&O, 5 mei). Een enkele leraar gebruikte het als aanleiding om de werkstukkengekte ter discussie te stellen. Een kleine greep uit de reacties.

Sneue ouders

Zelden een sneuere vorm van ouderschap beschreven gezien als in het stuk ‘Werkstukouders van nu’. Hoe ver kun je zakken in het pleasen en pamperen van je adolescente kinderen? Zouden sommige studenten daarom soms moeilijk leesbare en/of spelfoutrijke stukken schrijven en moeite hebben met het plannen? Omdat ze het op de middelbare school niet zelf hoefden te doen van hun pappie en mammie en het dus niet voldoende hebben kunnen oefenen?

L.W. Boland

Diemen

Leren plannen

Ik ben verbaasd hoe vanzelfsprekend ouders het vinden om de werkstukken van hun kinderen te maken. Ik zit zelf op school en ik ken eigenlijk niemand wiens ouders dat doen. Een enkeling laat zijn broer of zus dit doen, maar nooit zonder dat daar iets tegenover staat. Een van de dingen die de leraren ons proberen te leren, is plannen; dat is toch het idee achter al die praktische opdrachten? Als we toch niet uitkomen omdat we niet hebben gepland of te veel werk hebben, dan gaan we zelf nog wel even langer door, leveren we het later in (ondanks een lager cijfer) of proberen we maar gewoon wat en hopen er het beste van. Ik vond het ook raar dat ouders zo’n lage dunk hebben van de school van hun kinderen, alsof het de leraren niets uitmaakt wat de leerlingen doen. Op mijn school worden werkstukken juist streng beoordeeld.

Jessica Brugmans

per e-mail

Niet voor havisten

Als leraar geschiedenis aan een scholengemeenschap heb ik veel ervaring met werkstukken door leerlingen. Vwo-leerlingen zien het meestal als een uitdaging. Zij bestuderen in overgrote meerderheid de literatuur en schrijven een eigen stuk. Veel werkstukken worden na een conceptversie zeer duidelijk verbeterd. Ik heb in mijn loopbaan veel originele en fraaie werkstukken mogen begeleiden.

Wat de havo betreft liggen de zaken anders. Havo-leerlingen lazen 30 jaar geleden al niet veel en niet graag en dat is alleen maar minder en slechter geworden. Toen het profielwerkstuk verplicht gesteld werd, kozen veel havo-leerlingen voor het vak geschiedenis. Dat was vooral omdat er op internet zoveel over te vinden was. Allochtone leerlingen die zelden een Nederlands boek lazen, kwamen met schitterende werkstukken, zo van het internet geplukt. Vaak zat er geen taalfout in, maar de ‘conclusie’ aan het eind wemelde ervan.

Het komt me voor dat het schrijven van een scriptie voor een havo-leerling in de meeste gevallen zinloos is. Ze schrijven de scriptie niet zelf of houden vast aan hun oorspronkelijk ontwerp zonder zich door de docent te laten inspireren om tot een beter werkstuk te komen. Ook blijkt het erg moeilijk om deze leerlingen aan de gang te krijgen. Een schrijfopdracht over een door de leraar verplicht aangegeven onderwerp met opgave van verplichte literatuur zou misschien nog wel kunnen. Dat zou dan ook moeten inhouden dat de leerling zijn diploma niet krijgt zonder die opdracht voldoende gemaakt te hebben. Gezien de praktijk van het huidige onderwijs, waarbij geslaagdenpercentages heilig zijn en eisenstellende leraren meestal als lastposten gezien worden, is dit waarschijnlijk niet haalbaar. Laten we dus ophouden met deze poppenkast.

G.A.M. Panken

Enschede