Beleggers zitten weer in de olie

De vakantie die volgende week begint in de Verenigde Staten drijft de olieprijzen omhoog. Goed nieuws voor beleggers die in dat soort grondstoffen hebben geïnvesteerd.

De olieprijzen stegen in de afgelopen week naar het niveau van een jaar geleden. Een vat Brent-olie uit de Noordzee kostte donderdag op de Londense beurs 70 dollar (bijna 52 euro) per vat, de hoogste prijs sinds een jaar. Goed nieuws voor de oliemaatschappijen. De aandelenkoers van Shell steeg met 1,8 procent en die van BP met 2,4 procent. Behalve de olieconcerns profiteren ook beleggers in de grondstof zelf van de stijgingen.

De hogere koersen van de twee maatschappijen kwamen onder meer door geruchten over een fusie tussen Shell en BP. Die waren er al vaker, bijkomstigheid was nu dat tegelijkertijd de bezorgdheid over olievoorraden de kop op staken en de prijzen opdreven. Het hoogtepunt van de vraag naar benzine van de Verenigde Staten komt eraan: de zomervakantie, die volgende week in het noorden van het land al begint.

Tegelijk sloot het Amerikaanse Murphy Oil een van zijn raffinaderijen wegens onderhoud, meldde de financiële nieuwsdienst Dow Jones. De VS verbruiken ongeveer een kwart van de wereldwijde dagelijkse olieproductie.

Na de VS komt China op de ranglijst van grootste olieverbruikers. De onstuitbare vraag van dat land heeft de laatste jaren bijgedragen aan een enorme stijging van de olieprijzen (zie tabel). Van die ontwikkelingen profiteerde vooral Afrika, het continent dat rijk is aan de stoffen die China hard nodig heeft. De handel tussen China en Afrika bedroeg vorig jaar 55,5 miljard dollar. De Chinese overheid schat dat dat bedrag in 2020 op 100 miljard dollar ligt.

Nederlandse beleggers die profiteren wanneer prijzen in grondstoffen stijgen zijn onder andere pensioenfondsen ABP en PGGM. Pensioenfonds ABP heeft van zijn totaalbedrag aan investeringen, ruim 200 miljard euro, ongeveer 3 procent geïnvesteerd in grondstoffen. Dat vermogen is belegd in de belangrijkste index voor grondstoffen, de Goldman Sachs Commodity Index (GSCI).

In de graadmeter zijn de termijncontracten van 25 grondstoffen opgenomen. Dus niet de grondstoffen zelf, maar de afgeleide termijncontracten waarin toekomstige fysieke levering wordt afgesproken. De grootste pijler in de index is energie met circa 70 procent, daarna volgen metalen (zoals staal, koper en zink) met 12 procent, landbouwproducten met 11,5 procent en de edelmetalen zoals goud en aluminium met 2,4 procent van de handel. Ook koeien en varkens zitten in de graadmeter, ze maken ongeveer 5 procent van de portefeuille uit.

Waarom is beleggen in grondstoffen aantrekkelijk? Die vraag probeerde Olav Houben op een congres van financiële studies in Maastricht over alternatieve beleggingen te beantwoorden. „Het gáát ergens over. Het gaat over vlees dat je op je barbecue kan gooien”, zei hij afgelopen woensdag.

Zakelijk gezien zijn grondstoffen allereerst aantrekkelijk omdat handel in grondstoffen niet of weinig gevoelig is voor inflatie, een van de angsten van pensioenfondsen. Handel in olie, koper of erts wordt gedreven door vraag en aanbod. Groeit de economie, dan groeit ook de vraag naar grondstoffen in verband met een stijgende vraag naar producten. Of wanneer een nieuw olieveld wordt ontdekt, dan dalen logischerwijs de olieprijzen. Inflatie staat hier betrekkelijk los van.

Een andere reden: „gewoon de winst” die grondstoffen op lange termijn opleveren, aldus Houben woensdag. Verder houden de grondstoffen weinig verband met de reguliere aandelen, waardoor een gespreide portefeuille aantrekkelijk wordt. De correlatie is laag of zelfs negatief. Als de vraag en dus de prijs van olie stijgt, dalen over het algemeen de aandelenbeurzen. Dure olie kan leiden tot inflatie, een lagere koopkracht voor de consument en dus lagere bedrijfswinsten, met uitzondering van de oliemaatschappijen. Terwijl een stijgende grondstoffenprijs voor beleggers op die indexen juist aantrekkelijk is. Reden te meer, volgens Houben, om reguliere aandelen in te ruilen voor grondstoffen.

Naast olie zijn ook andere delfstoffen, zoals koper, aluminium en zink populair beleggingsmateriaal. Door een enorme stijging in vraag en het uitblijven van groei aan de aanbodzijde, nam bijvoorbeeld de koperprijs in de afgelopen jaren met meer dan 400 procent toe. Ook grondstoffen die geoogst worden, zoals graan, suiker, maïs en cacao doen het goed. Dat laatste heeft te maken met de toenemende welvaart in China, India en Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen, maar ook met zorgen over het milieu. Landen willen minder afhankelijk worden van olie en de vraag naar biologische grondstoffen stijgt.

In de Verenigde Staten bijvoorbeeld doet maïs het de laatste maanden goed. Het aantal bio-ethanolfabrieken neemt toe, omdat de overheid daar de productie van biologische brandstoffen financieel steunt. Die biobrandstoffen hebben als basis maïs, suiker, zonnebloem- of sojaolie. Alleen al de Amerikaanse fabrieken verbruiken nu eenvijfde van de totale maïsproductie van het land.

Pensioenfonds ABP verwacht te blijven profiteren van de handel in grondstoffen. Alleen als zich een extreme gebeurtenis voordoet, zullen de grondstofkoersen dalen. „In geval van een heel plotselinge economische recessie ofzo. Maar daar gaan wij niet vanuit”, aldus de woordvoerder.