Bagger

TVOase is definitief van de baan. TVOase, dat programma’s zou bieden waar je voor thuis zou blijven. TVOase, een merk dat een ‘community’ zou worden. TVOase, bron voor dorstige ontheemden, dolend door de mediawoestijn. Schande, zonde, vroeger was het beter, mopperen de belegen heren commentatoren. Had de politiek niet moeten ingrijpen? TVOase, het reddende ‘antwoord’ op de ‘vervlakking’ bij de publieke omroep!

Een fatale misvatting. Vervlakking is de essentie van onze omroep, publiek of niet. Waarom zouden we een wetenschapper of politicus niet op gelijke voet laten discussiëren met een voetbalhooligan of een snackbarhouder uit Amsterdam-West? Denkt zo’n wetenschapper soms dat ’ie beter is dan een ander? Dat ’ie beter geïnformeerd is?

Vervlakking is de essentie van Nederland. Zie onder ‘maaiveld’. Vervlakking is wat wij doen hier, in Nederland, onze specialiteit, onze nationale trots.

De publieke omroepen hebben hier uiteraard decennia lang aan meegewerkt. Volksvermaak was net zo goed als, nee, moreel beter dan de cultuur van de ‘elite’. Vervlakking is de natuurlijke culminatie van deze ideologische houding, de perfectionering van een immer neerwaards gericht streven naar gelijkheid.

Misschien moeten we ons dus maar beperken tot waar we echt goed in zijn: bagger. De Engelse dichter Andrew Marvell beschreef al in de zeventiende eeuw in zijn gedicht ‘The Character of Holland’ ons land als ‘This indigested vomit of the Sea’. Wereldwijd zijn we beroemd om onze baggerproductie. Iedereen wil onze bagger hebben. Vraag het Boskalis. Vraag het Van Oord, die hele eilanden in de vorm van palmbomen mag opspuiten voor de kust van Dubai. Vraag het Berlusconi, die ook niet gek is, weet wat goed is voor zijn portemonnee, en dus miljarden steekt in de bagger van Endemol. Nederlandse televisie in haar puurste vorm, teruggebracht tot de essentie, het archetype, dat is Big Brother. Daar kun je krokodillentranen om huilen, maar hier geldt nu eenmaal het recht van de sterkste, de winnaar van een specifiek soort natuurlijke selectie zoals die zich in ons vlakke land heeft afgespeeld.

Heeft Nederland ‘zeker behoefte’ aan een kwaliteitszender ‘zoals De Winter die voor ogen stond’, zoals de Volkskrant woensdag schreef?

‘Kwaliteitstelevisie’: het is een contradictio in terminis. (Net zoiets als ‘Nederlandse natuur’. Een geasfalteerde baggerplaat met hier en daar een Schotse Hooglander, dát is de Nederlandse natuur). ‘Commerciële kwaliteitstelevisie’ is een schaamteloze giller. Schei toch uit.

Meer en meer mensen zijn zich hier van bewust. Een jaar of vijf geleden werd ik nog scheef aangekeken als ik vertelde dat ik geen televisie had. Onbegrip en achterdocht overheersten. Hoe kun je nou een zinvol en bevredigend leven leiden zonder een lelijke doos elektronica die je woonkamer overheerst? Hoe kun je sociaal nog meekomen wanneer het contact met anderen niet verloopt via het filter van het televisiescherm, maar face-to-face? Waar haal je dan nog je informatie vandaan? Hoe kun je je het permitteren als journalist om dagelijks niet uren aan de buis geklonken te zijn? Hoe denk je dan wel op de hoogte te blijven van ‘wat er in de samenleving speelt’? Welk intellectueel referentiekader blijft er dan nog over?

Wel, die tijden zijn voorbij. Je proeft de nostalgie in de woorden van Harry de Winter en Bert van der Veer in de Volkskrant van dinsdag, die hun doelgroep beschreven als: ‘Al wat ouder, netjes opgeleid, niet onbemiddeld en met de behoefte door de media geamuseerd te worden [...]. We hadden behoefte aan een ‘thuis’ op de televisie, daar zijn we sentimenteel, primitief en lui genoeg voor.’

Een ‘thuis’. Waar zijn de tijden gebleven dat je verplicht op zondagavond thuis moest blijven voor de VPRO? Toen rechts nog rechts was, en links links, en iedereen wist waar weldenkende mensen naar behoorden te kijken?

Maar wie niet behoort tot het uniforme contingent van de babyboomers voelt zich al heel lang niet meer ‘thuis’ op de televisie – een enkele alerte zestiger niet te na gesproken. Zo benadrukte Wim de Bie (verplichte kost vroeger op de zondagavond, en nu uiterst actief op internet) in de Volkskrant: ‘digitaal gonst het overal. [...] Het irriteert me dat het altijd over tv gaat. Nu ook weer. Het is een klacht van ouderwetse vijftigers en zestigers.’

Er zijn tegenwoordig betere en efficiëntere media om ons te informeren en vermaken dan de televisie. Sterker nog, vooral voor jongere generaties is televisie hopeloos achterhaald. In NRC Handelsblad van 13 februari werd nog een aantal jonge mensen hierover aan het woord gelaten. „Televisie is te veel van het zelfde”, aldus Mounir (31). Hij leest liever een boek. Tobias (28): „Ik wilde geen tijd meer verspillen aan nutteloze programma’s.” Hun informatie halen ze van het internet, Uitzendinggemist of YouTube. Televisie is uit.

Wanneer ik nu iemand vertel dat ik geen televisie heb, in Amsterdam of in Londen, krijg ik uitsluitend reacties als „Cool.” Of: „Hee, cool, ik ook niet.”

Dat wil niet zeggen dat televisie geen enkele functie heeft. Groucho Marx (zelden tot nooit te zien op de Nederlandse televisie; huur een dvd en speel hem af op de computer) zei het járen geleden al: „Ik moet zeggen dat ik televisie erg educatief vindt. Zodra iemand hem aanzet, ga ik naar de bibliotheek en lees ik een boek.”

corine vloet