Arts, activist, politicus en altijd omstreden

Bernard Kouchner, de nieuwe Franse minister van Buitenlandse Zaken, gaat conflicten nooit uit de weg. De linkse ‘French doctor' in een rechts kabinet.

Rond Bernard Kouchner (67) heeft het nooit aan controverse ontbroken. Zo gaat het nu, omdat hij, hoewel lid van de Parti Socialiste, minister van Buitenlandse en Europese Zaken is geworden in de regering-Fillon.

En zo ging het ook al in 1968, toen de rebel uit Avignon na een studentenstaking op de medicijnenfaculteit in Parijs, zijn eerste mediagenieke internationale actie voerde. Als jonge arts reisde hij af naar Biafra om de hongersnood te bestrijden die was ontstaan door een afscheidingsoorlog tussen het ministaatje en Nigeria. Het Rode Kruis stond machteloos tegen de tegenwerking bij humanitaire hulp. Kouchner vond dat humanitaire nood boven respect voor soevereiniteit ging. In 1971 richtte hij Artsen Zonder Grenzen op, de eerste van het nu verbreide soort niet-gouvermentele organisaties die staten bekritiseren uit naam van de mensenrechten.

Kouchner maakte naam als mediagenieke ‘French doctor’, van ramp naar ramp vliegend om nood te lenigen. Maar hij maakte ook ruzie – in 1979 richtte hij na een conflict bij Artsen Zonder Grenzen Medecins du Monde op. En hij kreeg kritiek, omdat hij te veel in de media zou optreden.

Als politicus laveerde Kouchner tussen populariteit en ongemak. Hij ligt goed in de publieke opinie, maar in partijapparaten en politieke kringen aardde hij niet. Hij droomde ervan ooit minister van Buitenlandse Zaken te worden. President Mitterrand benoemde hem tussen 1988 en 1993 op verschillende regeringsposten voor humanitaire actie en gezondheid, maar alleen het laatste jaar was hij volwaardig minister, van Gezondheid. In de regering-Jospin was Kouchner tussen 1997 en 2002 weer staatssecretaris en onderminister, met een onderbreking tussen 1999 en 2001 als bestuurder namens de Verenigde Naties in Kosovo.

In 2003 bracht zijn voorkeur voor internationaal ingrijpen Kouchner in conflict met de Franse publieke opinie. Hij steunde de Amerikaanse invasie in Irak, onder het motto ‘oorlog noch Saddam’. Deze positie bracht hem wel dichter bij Sarkozy, die pas in de recente verkiezingscampagne voor het eerst lof uitsprak voor Chiracs afwijzing van het Amerikaanse ingrijpen.

Sarkozy praat Kouchneriaans over het lijden in de wereld: hij wil optreden tegen dictaturen en opkomen voor „vrouwen en kinderen die lijden”. Omgekeerd toonde Kouchner zich al eind vorig jaar, voor hij campagne voerde aan de zijde van Ségolène Royal, geïnteresseerd in deelname aan een regering van nationale eenheid onder Sarkozy. Nu geldt hij zelf als voornaamste symbool van doorbraak in de regering. Met het risico dat hij afgedankt wordt als rechts in juni de parlementsverkiezingen heeft gewonnen. En met de verplichting om Sarkozy’s standpunten uit te dragen die niet de zijne waren, zoals de afwijzing van Turkije als EU-lid.