Algerijnen zien niets in politiek

De opkomst bij de parlementsverkiezingen in Algerije is nog nooit zo laag geweest als donderdag. De meeste Algerijnen leken ervan overtuigd dat er toch niets zou veranderen.

De lage opkomst bij de Algerijnse parlementsverkiezingen, 35 procent, weerspiegelt het gevoel van apathie en afkeer bij de kiezers voor een op veel vlakken falende politieke kaste. Alleen president Bouteflika blijft bij veel Algerijnen populair. „Boutef heeft voor vrede gezorgd. Hij is de enige die niet corrupt is. De anderen zijn zakkenvullers en meelopers. Altijd weer dezelfde figuren en holle leuzen. Er komt nooit verbetering”, zucht Nayla, 26, een werkloze met twee universitaire diploma’s.

De kandidaten van de 24 partijen en partijtjes voor het 389 zetels tellende parlement slaagden er niet in de kiesgerechtigden vertrouwen in te boezemen. Eerdere verkiezingen waren getekend door massale fraude. Het land gaat gebukt onder een corrupte bureaucratie, falende dienstverlening en massale jeugdwerkloosheid (75 procent van de volwassenen onder 30 jaar oud). Van de 35 procent die is opgekomen, is nog een deel gaan stemmen omdat het moest: wie een sociale woning of een baan wil houden moet een stempel kunnen laten zien.

Voor de parlementsverkiezingen van donderdag waren in veel wijken van Algiers nauwelijks sporen van de verkiezingscampagne te vinden. De vrees voor een zeer lage opkomst was een van de belangrijkste thema’s in de media. Ze werd nog gevoed door het gevaar van nieuwe bommen na de aanslagen in Algiers van 11 april.

De meeste Algerijnen leken ervan overtuigd dat er toch niets zou veranderen: de drie grote partijen die de regeringscoalitie vormen, vechten alleen om de regeringsposten. Samen waren die drie formaties bij de vorige verkiezingen goed voor meer dan 85 procent van de stemmen en 284 zetels, terwijl de overige partijen gemiddeld niet eens 1 procent behaalden. Nu kregen ze 249 zetels. Ondanks Bouteflika’s politiek van verzoening met moslimextremisten die het geweld afzweren, bleef het fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS), dat rond de jaarwisseling 1991/92 op het punt stond een verkiezingsoverwinning te behalen toen het leger ingreep, verboden.

President Bouteflika zelf zit stevig in het zadel, maar hij is al een paar jaar ernstig ziek. Veel Algerijnen maken zich daarover zorgen. „Wie kan als zijn opvolger de politiek van nationale verzoening voortzetten die Bouteflika aan het einde van de burgeroorlog in 1999 doordrukte tegen de zin van veel generaals?” Dat is de grote vraag, zegt Mounir Boudjema, hoofdredacteur van de Franstalige krant Liberté. „De grote verdienste van Bouteflika was niet dat hij extremisten amnestie heeft verleend maar dat hij de interne samenhang van de moslimextremistische groepen heeft gebroken.”

„In de bergen blijven en opgejaagd worden door het leger dat alle mogelijke middelen mag inzetten, of ingaan op het voorstel van Bouteflika? Die keuze heeft de meeste groepen de das omgedaan, want veel strijders kozen met hun voeten.” Dat proces leidde tot het succes van de nationale verzoening, zegt Boudjema. Want het gaat niet om het delen van de macht: „het politieke veld blijft heel streng afgeperkt.”

Dat bevestigt ex-FIS-leider Fouad Bélisi in het hart van de beruchte wijk Bab el-Oued. Mensen als Bélisi leefden tot voor kort ondergedoken. Ook de leider van het AIS, de gewapende vleugel van het FIS, Madani Mezraq, en zelfs Layada, de stichter van de Gewapende Islamitische Groep, verantwoordelijk voor het bloedigste geweld van de burgeroorlog, zijn nu vrij.

„Die verzoeningspolitiek van Bouteflika is een farce”, lacht Bélisi, „een eenzijdig aan ons en het volk opgedrongen recept om het geweld te beëindigen. Bouteflika heeft gevangenen vrijgelaten – ik zat zelf sinds 1993 vast – en daarbij gedecreteerd dat er over het bloedige verleden niet meer gerept zou worden. Hij legde de volle verantwoordelijkheid voor al het geweld aan onze kant”, zegt hij.

„Algerije zat in zijn maag met die duizenden gevangenen en met de heisa die het Westen daarover maakte – voor het overgrote deel onschuldigen die door de veiligheidsdiensten mishandeld werden. De retoriek van de verzoening was bedoeld om van de smet van de vuile oorlog af te komen.”

Aan de andere kant worden er door het regime voorzichtige pogingen ondernomen om enkele gematigd geworden leiders van de moslimgroepen te coöpteren. Mezraq werd midden in de verkiezingscampagne benaderd door premier Belkhadem, en sprak zich na dat onderhoud uit voor het regerende Front van Nationale Redding (FLN) – „de partij van de toekomst”. Mezraq liet ook weten dat het FIS – onder een andere vlag – in oktober aan de gemeenteraadsverkiezingen zal deelnemen.