Aap Noot Mies

1395

Ieder mens is niet alleen genetisch maar ook opvoedkundig erfelijk belast. Ik moet het nu maar eens bekennen: in mijn aderen stroomt frikkenbloed. Frik is volgens de Grote Van Dale een spotnaam voor docent. Dat vind ik vriendelijk uitgedrukt. Een frik is een onverdraagzaam mens die ervan overtuigd is dat hij het beter weet dan ieder ander mens, met uitzondering van zijn medefrikken. Vandaar dat hij onderwijzer, leraar, professor is geworden. Een frik wil in de eerste plaats kleine en grotere kinderen, en als dat noodzakelijk is, ook grote mensen aan het verstand brengen hoe ze moeten spreken en schrijven, wanneer de Batavieren leefden tot en met hoe het is gekomen dat wij in de oorlog in Irak verzeild zijn geraakt en hoe we er ons weer geruisloos uit hebben gedraaid. Vier generaties frikkenbloed heb ik in mijn aderen. Ik probeer het te bedwingen, maar het lukt me niet altijd er helemaal aan te ontkomen.

Misschien is de frik in mijn ziel er ook de oorzaak van dat ik mijn leven lang wantrouwen heb gekoesterd tegen de extra’s in wat al sinds tientallen jaren het ‘leerpakket’ wordt genoemd. Op mijn lagere school werd plotseling het Slöjd ingevoerd, wat in het Nederlands kleien heet. Op een bonk vochtige klei je creativiteit de vrije loop laten. Het kwam uit Zweden en het was goed voor de totaliteit van de kinderziel, werd erbij gezegd. Kleien op school? Dat leek me al overdreven. De gewichtigheid waarmee de grote mensen het woord slöjd uitspraken, vervulde me met diep wantrouwen. Toen kwam een vooruitstrevende docent op het idee de kinderen een ballet te laten uitvoeren. We kregen een rood puntmutsje op, in de ene hand een lantarentje en met de andere moesten we een jutezakje over de schouder dragen. In deze kaboutervermomming moesten we op de maat van Anitra’s Tanz van Grieg over het toneel dansen. Een mens wordt tot veel onzin in zijn leven gedwongen. Dit was en is voor mij een van de dieptepunten.

In de oorlog was er geen tijd voor dergelijke dingen. In de hele wereld werd gevochten maar daardoor werd de stelling van Pythagoras niet van minder belang. Kreeg je straf, bijvoorbeeld omdat je op de wc een sigaret had gerookt, dan moest je een paar pagina’s Minna von Barnhelm van Gotthold Lessing, of een passage Vorstenschool van Multatuli uit je hoofd leren. Zo komt het dat ik uit dit toneelstuk de nachtelijke dialoog tussen twee lakeien over het passen van een slaapmuts kan citeren. Aardrijkskunde leerde je vanzelf omdat je vader iedere avond de veranderingen in de fronten op de atlas bijtekende. U weet waarschijnlijk niet waar Mersa Matroe ligt. Of Mosdok. Ik wel.

Genoeg opgeschept. Nadat mijn kinderen alle opleidingen hadden voltooid, had ik geen direct belang meer bij het onderwijs. Ik las wel dat er steeds meer werd veranderd en dat de problemen talrijker werden, ik kreeg de vage indruk dat de slöjd- en kabouterbrigades gestaag terrein wonnen, maar mijn zorg was dat gelukkig niet meer. Dat dacht ik, tot ik eind vorige eeuw las dat volgens het Max Goote Kennisinstituut van de Universiteit van Amsterdam Nederland anderhalf miljoen functioneel analfabeten had, mensen die niet in staat waren een eenvoudig formulier in te vullen. Toen werd bekend dat Holland Casino personeelsgebrek had. Er waren wel genoeg mensen die croupier wilden worden, maar ze konden niet uit het hoofd rekenen. Volgens een deskundige was één mogelijke oorzaak dat het ganzeborden in onbruik raakte. Wie bij dat spel niet kan tellen, kan er beter niet aan beginnen, zei hij.

Dat is zeven jaar geleden. Ik keek eens in de archieven, ontdekte dat het onderwijs toen al een jaar of tien in crisis was. Overwerkte leerkrachten, vervallen schoolgebouwen en meer kinderen die minder wisten terwijl in Den Haag werd verzekerd dat de toekomst van de natie in de kenniseconomie lag, of in de ‘uitbouw’ van de kenniseconomie. Intussen wordt er een generatie volwassen van wie een groot deel van toeten noch blazen weet als het op kennis aankomt.

Deze week was het weer zo ver. De Inspectie van het Onderwijs heeft haar jaarverslag gepubliceerd. Een kwart van de kinderen, dat wil zeggen 50.000 per jaar, zal ‘de hele schoolcarrière moeite houden met lezen’. Met het rekenen gaat het ook niet goed. En als ze hun schoolcarrière achter de rug hebben, wordt het er niet beter op. Intussen wordt het docentenkorps gehinderd door allerlei administratieve verplichtingen die niets met onderwijs te maken hebben.

Heeft Nederland, of in ieder geval het ministerie van Onderwijs een geheugen? Vrijwel ieder jaar wordt in het land van de kenniseconomie ontdekt dat er een crisis in het onderwijs is. Die wordt dan keihard aangepakt of er wordt een deltaplan tegenaan gegooid. Hoeveel functioneel analfabeten zijn er in 2007? Ik krijg een reactionaire gedachte. De mensen die met Aap Noot Mies hebben leren lezen, kunnen het nog altijd. Met een computerprogramma kun je nu de Aap laten bewegen, of zelfs laten zeggen: ‘Ik ben een Aap.’ Animeer, dramatiseer nu de leesplank. Dan hebben we over een jaar of zestig geen enkele functioneel analfabeet meer.