Weg met de zwarte scholen

In de april-editie van SEN, het digitale tijdschrift voor de mediterrane vrouw (www.senmagazine.com), stond een column met als kop ‘Weg met zwarte scholen, zwarte wijken, zwarte leerlingen!’. De schrijfster van de column, Çilay Özdemir, vertrouwt haar lezeressen toe dat ze verliefd is. De zon schijnt, ze is die dag wakker geworden met de woorden „’k hou van jou’ en ze bewondert de knappe Marokkaanse medewerker die haar in het Amsterdamse hotelrestaurant bedient.

Maar zodra Özdemir de ochtendkrant openslaat ebt haar geluksgevoel langzaam weg. Aanleiding is een artikel over een klas 6 vwo-ers op een zwarte school in Amsterdam. De aanduiding ‘zwarte school’ heeft haar dag verpest. Stigmatiserend! oordeelt de matineuse columniste. Omdat ze slechts 450 woorden voor haar column ter beschikking heeft moet ze er snel een eind aan breien. Ze roept daarom alle SEN-lezeressen op om de term zwarte school uit te bannen. Ook ‘zwarte wijk’ en ‘zwarte leerling’ zijn voortaan taboe, als het aan Özdemir ligt.

Ze wordt op haar wenken bediend. In het Onderwijsverslag 2005/2006 dat de Onderwijsinspectie deze week aanbood aan de bewindslieden van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen komt de term zwarte school niet voor. Omfloerst wordt er gesproken over scholen met verschillende populaties. Inspecteur-generaal Jan Teuwen benadrukt het verschil dat scholen kunnen maken. „De ene school boekt met dezelfde populatie aantoonbaar betere resultaten dan een andere school.”

De woordvoerder van de Onderwijsinspectie legt uit dat er in zwarte achterstandswijken scholen zijn die het goed doen en dat er in welvarende, witte wijken scholen zijn die ronduit slecht presteren. De wijze van formuleren impliceert dat het in beide gevallen om de uitzondering op de regel gaat. Kinderen uit welvarende, witte wijken maken een grote kans op kwalitatief goed onderwijs terwijl kinderen die opgroeien in zwarte achterstandswijken een grote kans hebben om op een zwakke school terecht te komen.

Volgens Guuske Ledoux van het Kohnstamm-instituut voor onderzoek van opvoeding en onderwijs blijkt dat de leerprestaties van zwarte leerlingen significant verbeteren als ze naar een witte school gaan. Maar ook als er geen verschil zou zijn in de kwaliteit van het onderwijs van witte en zwarte scholen, dan nog is onderwijssegregatie een slecht idee. Behalve cognitieve vaardigheden leren kinderen op school immers ook sociale vaardigheden. Veel meer dan cognitieve vaardigheden, worden de sociale vaardigheden etnisch-cultureel ingekleurd.

De sociale vaardigheden die leerlingen op school moeten ontwikkelen betreffen omgangsvormen, codes, gebruiken en kennis die niet tijdens het eindexamen worden getoetst, maar die wel essentieel zijn om succesvol te zijn in de Nederlandse samenleving. Het gaat om de sleutel tot de maatschappij. Kinderen die opgroeien in een wit middenklasse gezin krijgen deze vaardigheden grotendeels van huis uit mee. Dit in tegenstelling tot kinderen die opgroeien in zwarte achterstandsgezinnen. Terwijl er wel veel onderzoek is gedaan naar leerprestaties van leerlingen op zwarte scholen in vergelijking met witte scholen, is er in Nederland geen onderzoek gedaan naar de sociale ontwikkeling van leerlingen op zwarte scholen in vergelijking met witte scholen. Een omissie.

In de Verenigde Staten is ‘acting white’ een neerbuigende term om zwarte scholieren te beschrijven die gedrag vertonen dat karakteristiek wordt geacht voor witte scholieren, zoals goede cijfers halen op school, boeken lezen en belangstelling tonen voor kunst en cultuur. Uit onderzoek van Roland Fryer blijkt dat zwarte scholieren die ‘wit gedrag’ vertonen aanmerkelijk minder vrienden hebben en minder populair zijn dan hun peers. Witte scholieren hebben juist meer vrienden en zijn populairder naarmate ze beter presteren op school.

De wens om populair te zijn zorgt bij witte scholieren in de VS dus voor goede schoolresultaten en carrièreperspectieven terwijl het bij zwarte scholieren juist leidt tot slechte studieprestaties en carrièreperspectieven. Het is een voorbeeld van de zelfversterkende werking van stereotypen, en verklaart voor een deel waarom de maatschappelijke prestaties van zwarte Amerikanen nog steeds achterblijven bij die van witte Amerikanen. Zwarte kinderen die naar witte scholen gaan, vertonen vaak wit gedrag terwijl zwarte kinderen die naar zwarte scholen gaan, bijna nooit wit gedrag vertonen.

Ook op een andere manier kunnen schoolprestaties lijden onder stereotypering. Uit onderzoek van Claude Steel blijkt dat zwarte scholieren slechter scoren als ze een hokje moeten aankruisen met hun etniciteit voordat ze aan een test beginnen. Een simpele herinnering aan het feit dat je deel uitmaakt van een groep waarvan men lage verwachtingen heeft leidt tot een lagere test score. Als je leerlingen daarentegen vooraf vertelt dat ze op een eliteschool zitten, behalen ze juist betere testresultaten. Zwarte scholen zijn zo hun eigen vijand.

Hoewel het Amerikaanse Hooggerechtshof schoolsegregatie meer dan vijftig jaar geleden officieel heeft verboden, gaan witte en zwarte kinderen in de Verenigde Staten nog steeds grotendeels gescheiden naar school. Behalve in steden als Louisville en Seattle waar een bewust beleid wordt gevoerd ten aanzien van de etnische balans op scholen. Elke school in Louisville die wordt gefinancierd met publiek geld moet minimaal 15 en maximaal 50 procent zwarte leerlingen hebben. De publieke scholen blijven op deze manier ook aantrekkelijk voor witte leerlingen.

Nederland zou het voorbeeld van Louisville moeten volgen en regels opstellen over het minimum en maximum percentage zwarte leerlingen op scholen die worden gefinancierd met publiek geld. Net als Çilay Özdemir vind ik dat zwarte scholen moeten worden uitgebannen. Maar anders dan Özdemir geloof ik niet in semantische oplossingen.