Wat is ‘het poreuze zelf’?

nrc.next doet dagelijks verslag van de eindexamens.

Nederlands (vwo) door de ogen van Jannetje Koelewijn – examenjaar 1977, cijfer 9.

Met vrolijke opwinding begin ik woensdag om 12.00 uur aan het eerste examen: Nederlands voor het vwo. Lezen en schrijven is mijn dagelijks werk, het interpreteren en samenvatten van teksten kan niet moeilijk voor mij zijn.

Die vrolijkheid verdwijnt op slag als ik naar de eerste opgaven kijk. Inleiding bij vraag 2: De tekst ‘Het poreuze zelf’ vertoont, over de tekst verspreid, zowel kenmerken van een uiteenzetting, van een beschouwing als van een betoog.

Pff. Weet ik het verschil daartussen? Willen ze dat van me? Ja hoor, ik moet gaan zeggen ‘welk onderwerp centraal staat in het uiteenzettende deel’ van de tekst. Twee van de vijftig te behalen punten mee te verdienen. Ik moet ook gaan zeggen ‘welke impliciete hoofdvraag beantwoord wordt in het beschouwende deel’ van de tekst. Nog een keer twee punten. En dan: wat is de ‘hoofdgedachte van het betogende gedeelte’ van de tekst?

Geen idee.

‘Het poreuze zelf’, waar een deel van de vragen van het examen over gaat, is een bewerkte tekst van de filosoof Marjan Slob uit september 2004. Die tekst begint zo: „Het huidige Nederlandse kabinet vindt het hoog tijd dat de burgers hun eigen verantwoordelijkheid nemen.” Dat lijkt een saai verhaal te worden. Maar dat is te snel geoordeeld.

Marjan Slob verwijst naar recent neurowetenschappelijk onderzoek om te betogen – ik denk tenminste dat dát betogen is – dat het maar de vraag is in hoeverre mensen hun eigen leven bewust kunnen sturen. Hun hersenen worden letterlijk gevormd door de omgeving waarin ze leven. De boodschap – want zo zal dat dan wel heten – is dat een kabinet dat autonome burgers wil, ervoor moet zorgen dat de omstandigheden waarin zij leven goed zijn. „Zoals moeders al vele eeuwen weten” , schrijft Slob, „komen we niet bepaald zelfredzaam en individualistisch ter wereld.”

Na drie kwartier ben ik niet meer zo somber. Uiteenzetting, beschouwing en betoog – het zijn de termen die je op school leert om onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Maar zonder die termen lukt dat ook!

Een mooie, maar lastige vraag gaat over de betekenis van de titel ‘Het poreuze zelf’. Hoe kan die het beste geïnterpreteerd worden? Mogelijke antwoorden:

A. Onze autonomie is een illusie.

B. Onze hersenen werken als een spons.

C. Onze identiteit is omgevingsgevoelig.

D. Onze persoonlijkheid is breekbaar.

Ik denk eerst even aan A., want dat is wel een van de leidende gedachten achter het verhaal. Maar ik besluit tot C, want dat antwoord geeft meer de boodschap van deze tekst weer. En gelukkig, C is goed.

Het is een interessante tekst en ook de volgende tekst, van D66’er Boris van der Ham over het functioneren van de Nederlandse democratie, is interessant als je even je best doet goed te begrijpen. De vwo’ers moesten daar woensdag een samenvatting van 220 woorden van maken. Niet gemakkelijk. Gelukkig maar. Als je dát kunt, dan heb je echt wat geleerd op school.

Klachten, herinneringen en stress op weblogs.nrc.nl/weblog/eindexamen