Voor de volgende grote schok komt

Rob Wijnberg: Boeiuh! Het stille protest van de jeugd.Prometheus, 96 blz. € 12,50

De jongeman op de cover steekt zijn tong uit. Zo dadelijk zal hij hem intrekken en ‘boeiuh’ roepen. Dat betekent zoiets als ‘jammer dan’ of ‘bekijk het maar’. Deze maatschappijkritische houding is languit relaxend voor de buis gevormd. Dat relaxen heet ‘chilluh’. Moet er iets gebeuren, dan gaan we tot ‘pimpuh’ over. Zal het stille protest van deze jongeren lang duren? Wat beweegt de huidige late tieners en twintigers? Rob Wijnberg (1982) schrijft over zijn tijdgenoten. Boeiuh is volgens hem een vorm van apathie of onverschilligheid, die zich voornamelijk uit in een lage politieke en maatschappelijke betrokkenheid. In het verlengde van dit verschijnsel ligt chilluh. Dit is niet alleen een vorm van vrijetijdsbesteding, maar ook een levenshouding doordrenkt van ruimdenkendheid en scepsis. Bij pimpuh gaat het in onze dagen om opwaarderen en personifiëren. In diepere zin verwijst het volgens de auteur ook naar het hedonisme en individualisme, die zich binnen de jeugdgemeenschap profileren.

Het pamflet is een poging om met behulp van deze drie begrippen de nieuwste generatie vanuit haar eigen perspectief te portretteren. Ten eerste om haar van ongezouten kritiek te voorzien. Ten tweede om de oudere generaties de les te lezen, die zich de toenemende mediadruk laten aanleunen, het zorgwekkende terrorisme sinds september 2001 niet aankunnen en er slechts een vruchteloos idealisme tegenover stellen.

In een denkbeeldige huiskamer verschijnt eerst Peter ten tonele. Een snelle yup, hard werkend en succesvol. Hij is manager-in-opleiding, heeft een goed betalende bijbaan als ‘junior consultant’ en droomt van een flitsend bestaan. Hij is een doorgewinterde vrouwenversierder. Dan krijgen we Ruben . Door en door postmodernist. Van alles op de hoogte, maar door niets bewogen. De derde bewoner van de huiskamer is de auteur zelf, Hij studeert filosofie, werkt als redacteur bij een landelijk dagblad en schrijft essays. Het drietal is er niet vies van om regelmatig stevig te zuipen en te blowen.

Als hoofdschuldige aan de maatschappelijke apathie beschouwt het drietal de informatie-overload en de informatievervuiling. Wat moeten we doen? Een muur optrekken om niet te worden mee gesleurd in de draaikolk van tragiek die iedere nieuwe gebeurtenis met zich brengt? De drie huiskamergenoten verwijten het onderwijs dat het jongeren onvoldoende dwingt het informatieaanbod systematisch te filteren en daarna over te gaan tot het aankweken van voldoende eelt op het gevoels- en denkleven.

Kenmerk van een goed essay is, dat het de lezer dwingt tot kritische analyse en tot het zelf aanvullen. Aan deze eisen voldoet dit essay in hoge mate. Informatie-overload en informatievervuiling zijn miniproblemen vergeleken bij wat er echt aan de hand is.

De achterstelling van de vrouwelijke helft van de jongste generatie is een probleem van formaat. Er moeten in ons land meer vormen van arbeidsparticipatie komen, die het vrouwen mogelijk maken om hun rollen te optimaliseren: carrièrevrouw, echtgenote en moeder. Boeiuh! gaat daar helaas niet op in.

Tot nadenken moedigen ook de rapporten aan, die het CPB regelmatig uitbrengt over de vergrijzing en de duurzaamheid van de overheidsfinanciën. Werkenden betalen in 2007 zestien procent van hun inkomen aan belasting voor de AOW-uitkeringen en de gezondheidszorg. In 2030 en daarna zal deze belasting tot veertig procent stijgen. Kabinet na kabinet schuift de kosten van de vergrijzing grotendeels op toekomstige generaties af, bang voor het verlies van kiezers. Is te voorkomen, dat noodzakelijk beleid door de kiezers wordt afgestraft?

Elk jaar dat de belangen van de jongste generatie rond de kosten van de vergrijzing worden verwaarloosd, worden de problemen moeilijker oplosbaar. Hoe lang nog zullen de toekomstige slachtoffers hun protest beperken tot boeiuh, chilluh en pimpuh?

Tot slot een derde voorbeeld. Zodra markten worden geïntegreerd, treedt na enige tijd een nivellering van arbeidsvoorwaarden en lonen op. De globalisering leidt tot integratie van markten. De lagelonenlanden zijn pienter genoeg om hun kansen te grijpen. In die landen hoor je geen boeiuh, chilluh of pimpuh!

In ons land is de arbeidsparticipatie lager dan de 70 procent die in vele van onze buurlanden wordt gehaald. In die buurlanden gaat de pensioenleeftijd al langzaam omhoog tot 67 jaar. Hoelang wachten wij nog? Er zijn al ondernemingen, waarin de werknemers bereid zijn 12 uur per dag te werken en loon in te leveren, dit alles om het verdwijnen van hun onderneming naar lagelonenlanden te verhinderen. Het deel van de jongste generatie, dat het zich kan veroorloven afstandelijk te blijven, is aan het slinken. Keihard werken is de norm en feesten gebeurt zo nu en dan op avonden en in weekenden.

De jongste generatie treedt, ondanks – of misschien zelfs vanwege – haar enorme realiteitsbesef de toekomst hoopvol en positief tegemoet, aldus Wijnberg. Gevraagd wordt het hart weer te laten spreken. De ideologie van de Verlichting moet de bron voor deze stille revolutie vormen. De tijd is rijp voor de rehabilitatie van de Romantiek, zodat de overtuigingen van ons hart hun weg kunnen vinden naar de rede.

Vermoedelijk zouden een paar maatschappelijke schokken de jongere generatie voldoende activeren. Een intrigerend streefbeeld dat Wijnberg aanhaalt is de’ tweede Europese Renaissance’. Ons land, en ruimer de EU, hebben voldoende stille reserves in huis om een economische, culturele en sociale groei te verwerkelijken, die als een renaissance beschouwd zou kunnen worden.