Verhongerd vlees

Joyce en Budgen in caférestaurant Pfauen, 1917 illustratie Frank Budgen

Op een koude en winderige Bahnhofstraße in Zürich kwam de schilder Frank Budgen zijn vriend James Joyce tegen en hij vroeg hem:

– Goed gewerkt, Joyce?

– Heel goed, Budgen. De hele dag me uit de naad gewerkt.

Joyce was aan Ulysses bezig.

– Veel geschreven?

– Twee zinnen, Budgen.

– Twee hele zinnen? Je bedoelt één en toen nog één? Op zoek naar le mot juste zeker?

– Welnee, de woorden had ik al. Het ging om de juiste volgorde.

– En heb je die gevonden?

– En of. Mijn Leopold Bloom krijgt het te kwaad als hij in zijn onderbuik wordt overmand door geuren en honger op het moment dat hij in de etalage van een luxe lingerieshop kijkt en dan komt het: ‘Perfume of embraces all him assailed. With hungered flesh obscurely, he mutely craved to adore.’

– Dat moeten we vieren. Ganeme naar de Pfauen, er eentje op drinken! Naar de Pfauen ganeme, drinkeme er eentje op!

Het toeval wil dat wij in Nederland gezegend zijn met twee vertalingen van Ulysses, twee Ulyssessen als het ware, een oude en een nieuwe, een vroege en een nog vroegere. De ene is gemaakt door de Hollander John Vandenbergh in 1969. Hij vertaalde de twee vreemdvolgordige zinnen zo: ‘Geur van omhelzingen bestormde hem geheel. Met hongerig vlees verborgen, hunkerde hij stom ernaar te kunnen aanbidden.’ De andere vertaling, uit 1994, is van Paul Claes en Mon Nys en die deden het zo: ‘Geur van omhelzingen overweldigde hem geheel. Vaag hunkerde zijn hongerig vlees woordenloos naar een voorwerp van verering.’ Het ging Joyce, zoals uit de anekdote blijkt, met name om de volgorde van die woorden, waar hij een hele dag aan had zitten ploeteren en ploegen, worstelen en zwoegen, zagen en puzzelen. Hij wilde dat de zin deed wat hij zei om hem te kunnen laten zeggen wat hij deed: het gevoel in de onderbuik geven dat je hebt als je iets te hard over een verkeersdrempel rijdt. De ongrammaticaliteit wordt fysiek gemaakt, en dat in woorden uitgedrukt.

Helaas is juist dat niet meer af te zien aan beide vertalingen, want die doen alsof het volslagen normaal Engels is. Misschien een beetje geëxalteerd taalgebruik van Joyce, maar soit, dat krijgen we met de Nederlandse strijkbout er wel uit. Waarmee we dus de hobbel in de onder- en bovenbuik zijn kwijtgeraakt. Terwijl er hier juist geklutst moet worden in de woordvolgorde. En zeker als de schrijver er zelf de nadruk op heeft gelegd dat hij zo’n bijzondere woordvolgorde heeft gevonden, een bijzondere volgorde die nota bene de enige juiste is, volgens hem, een geheel verfomfaaide volgorde.

Als Joyce toen al het finneganswakes op z’n palet gehad had, had hij kunnen schrijven: ‘Omhelzinggeur omlaagde hem in finsternis, in stille honkering.’ En dat tot in het oneindige verbasterd en uitgebreid. Maar in een tekst- en sfeergetrouwe vertaling van Ulysses had er kunnen moeten willen staan, iets als: ‘Geur van omhelzingen geheel hem belaagde. Met verhongerd vlees in duisternis, hunkerde hij in stilte te aanbidden.’ Behoorlijk extreem maar wel goedgeklutst. En Joyce zei al over het schrijven: een redelijk mens bereikt niets. Dat geldt ook voor vertalen.

N.B. De tekening bij de aflevering van vorige week was niet van Erik Bindervoet, maar van Aart Clerkx.