Tranen om Primo Levi

Joep Leerssen: Literatuurgeschiedenis. Een hoorcollege over de geschiedenis van de Europese letteren. Home Academy, 8 cd’s, € 57,50, downloaden mp3-bestand € 46,–

De hele westerse literatuurgeschiedenis in acht uur samenvatten lijkt onmogelijk en toch weet Joep Leerssen, hoogleraar Moderne Europese Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, dat in deze cd-box meeslepend te doen. Daarvoor moet hij met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis: vanaf Homerus tot Primo Levi – zo’n 3.000 jaar.

Het voordeel van zo’n tempo is dat zich voor de luisteraar (in auto of de trein) scherpe lijnen aftekenen, waarop hij zich duidelijk kan oriënteren. Af en toe houdt Leerssen halt om een auteur, genre of werk meer detailleerd te bespreken, vanwege de betekenis of exemplarische karakter voor de betreffende periode.

De hoofdpersoon in Leerssens geschiedenis is de Held. In de Homerische geschriften, Keltische sagen of de Indiaase Mahabharata is dat nog de ruwe bonk die op avontuur uitgaat en zich bewijst met zijn ponteneur. In de christelijke ridderromans raakt hij beschaafd, wordt ‘vrouwelijker’ – aldus Leerssen – en het classicisme en de Verlichting leren hem een held te worden van ideeën. De Romantiek ontdekt het gemoed als held en het realisme zoekt het voor diens avonturen in de alledaagsheid. Tenslotte maakt het modernisme de lezer tot held van de literatuur. Op hem komt het voortaan aan om in de verwarrende tekst die de schrijver hem voorzet zijn eigen weg te vinden.

Zo schematisch als dat klinkt, zo fascinerend weet Leerssen dit verhaal te illustreren met passende citaten en voorbeelden: uit de klassieke literatuur maar ook uit de science fiction, kinderliteratuur, muziek of soap opera. Onwillekeurig verbreedt zijn college zich daarmee tot een heel cultuurhistorisch panorama.

Hoe langer Leerssen vertelt, hoe pakkender zijn verhaal wordt. Even elegant als ontspannen trekt hij onverwachte lijnen van de literaire naar de politieke geschiedenis, schetst hij in een paar woorden het klimaat van een hele eeuw of weet hij in een raak gekozen citaat juist uit de kleinste woorden de grootste betekenis te halen. Onwillekeurig neem je je onderweg voor om na thuiskomst al die werken ook stuk voor stuk zélf te gaan lezen: waarschijnlijk het hoogste wat een college Literatuurgeschiedenis bereiken kan.

Helemaal zonder risico zijn deze cd’s niet. Want in de korte passages die Leerssen voorleest komt de wérkelijke kracht van grote literatuur pas tot uitdrukking. Wurgend mooi eindigt hij zijn college met de slotpassage uit Primo Levi’s Het periodiek systeem. Aangrijpender nog is het einde van de zesde cd, over het realisme, dat besluit met de laatste bladzijden uit Louis Paul Boons Kapellekensbaan. Beide keren sprongen mij de tranen in de ogen – en zoiets kan je op de snelweg beter niet overkomen.