Te veel schoolmeester

Vandaag is de tweede dag van de EU-Rusland-top.

In de onderhandelingen slaat de EU de verkeerde toon aan, zegt hoogleraar Balázs.

Hoe ga je om met Vladimir Poetin? Wie weet de methode om de ijskoning van het Kremlin te ontdooien? Vandaag, op de tweede dag van de EU-Rusland-top in het Russische Samara, proberen Europese regeringsleiders naarstig bij de Russische president iets gedaan te krijgen. Pogingen daartoe – in de kwesties over het Sovjetbeeld in Estland, over Kosovo, over gegarandeerde gasleveranties – bleven vruchteloos.

„We slaan als Europese Unie in de onderhandelingen met de Russen de verkeerde toon aan”, zegt Péter Balázs, voormalig Hongaars lid van de Europese Commissie. „Tegen een land als Macedonië kun je als schoolmeester vertellen wat het allemaal fout doet. Niet tegen Rusland.”

Sinds zijn vertrek bij de EC is Balázs hoogleraar Internationale Betrekkingen en Europese studies aan de Central European University in Boedapest. Nauwlettend volgt hij de ontwikkelingen in de moeizame relatie tussen de EU en Rusland. „Moskou onderhandelt met een verdeelde EU die met 27 stemmen spreekt.”

Als voorbeeld noemt Balázs de kwestie over de gastoevoer naar Europa. Om de onafhankelijkheid van het Russische gas te beperken werkt de EU aan de gaspijplijn Nabucco die op termijn gas uit regio bij de Kaspische Zee naar Europa moet voeren. Nabucco is een directe concurrent van de door de Russen gedomineerde Blue Stream-pijplijn die grotendeels dezelfde westwaartse route volgt – via Turkije, Bulgarije, Roemenië, Hongarije naar Oostenrijk.

Maar Nabucco bestaat slechts op papier; de Blue Stream-pijpleiding reikt al tot Turkije. Reden voor EU-lidstaat Hongarije om, ondanks zijn betrokkenheid bij het Europese Nabucco-project, samenwerking met de Russen te zoeken. „Wat moet ik anders? Met dromen kun je de kachel niet stoken”, zei de Hongaarse premier Ferenc Gyurcsány in maart. De Hongaren werden om het gebrek aan loyaliteit door de EU op de vingers getikt.

Onterecht, vindt Balázs. „Als het om gas gaat is het ieder voor zich. Hongarije mag niet in zee met de Russen, terwijl Oostenrijk – een belangrijke speler in hetzelfde Nabucco-project – wel met Iran mag samenwerken? Dan meten we met twee maten.” Het Oostenrijkse energiebedrijf OMV, deels van de staat, tekende onlangs met Iran een overeenkomst over de levering van vloeibaar gas. „Welk bilateraaltje is erger? Welke samenwerking schaadt de Europese belangen het meest?” Volgens Balázs kunnen EU-leden elkaar onderling een mate van pragmatisme niet verwijten, zolang de EU niet met een geloofwaardig, gezamenlijk plan komt.

De samenwerking met Rusland vindt Balázs „een veiligere” wegens de grotere voorspelbaarheid van Ruslands internationale optreden. „Rusland draaide weliswaar op nieuwjaarsdag 2006 plots de gaskraan naar Oekraïne dicht. Maar daar konden we op wachten. In die zin is Rusland een stabielere partner dan Iran.”

Volgens Balázs is het van belang dat de EU in haar relaties met Rusland op de lange termijn leert denken, en daarbij de Russische motieven op meer diplomatieke wijze inschat. „Rusland grenst zowel aan Europa als aan China en Japan. Toch zoekt het land samenwerking met Europa. De Russische cultuur is grotendeels Europees, ze kopen Westerse producten en technieken, Rusland is sterk afhankelijk van Europa. Met hun energiepolitiek willen de Russen laten merken dat de EU ook van hun afhankelijk is. Het is het machtsspel zoals het ook in de liefde wordt gespeeld: ‘Als je me verlaat ga je me nog verschrikkelijk missen’.”

Wegens hun ervaring met Moskou, vindt Balázs, mag van de nieuwe EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa meer initiatief in de onderhandelingen met Rusland worden verwacht. „Maar Polen en de Baltische staten vallen wegens hun moeizame verhouding met de Russen al af. Hongarije kan de rol van intermediair spelen, maar zodra de Hongaarse premier naar Moskou afreist wordt hij thuis door de conservatieve oppositie uitgemaakt voor communist. In Oost-Europa hebben politici voorlopig hun handen vol aan de politieke strijd in eigen land.”

Met een waaier aan politieke agenda’s is de EU nu te gast in Rusland. Dat verzwakt haar positie, zegt Balázs. „De EU moet het belang van eenheid onder ogen zien. Zoals met Nabucco: als drie grote landen als Duitsland, Frankrijk en Italië ja zeggen tegen het project, dan volgt de rest. Maar het komt er maar niet van.”