Rommelig Nederland

Willem van Toorn: Projekt Nederland. Met een beeldessay van Theo Baart. Augustus, 80 blz. € 12,50

Willem van Toorn: Projekt Nederland. Met een beeldessay van Theo Baart. Augustus, 80 blz. € 12,50

Al in de roman Een leeg landschap (1988) bekommerde Willem van Toorn zich om de teloorgang van het landschap. Deze keer uit hij zijn grieven in een pamflet: Projekt Nederland (Van Toorn spelt ‘project’ met een k – alsof hij de lelijkheid waarover hij schrijft ook in dat woord wil tonen. Ook de boekcover is merkwaardig onaantrekkelijk).

Zeker sinds de rijksoverheid de ruimtelijke ordeningstouwtjes minder strak in handen heeft, rukken woningbouw en bedrijventerreinen snel op ten koste van landschap en boeren. Ook dat laatste zit Van Toorn dwars. Waar is de visie op de ontwikkeling van de landbouw in Nederland? Willen we dat er 2.500 boerderijen per jaar verdwijnen? Vinden wij de boeren voor onze voedselvoorziening onnodig? Miskennen we hun traditionele rol in beheer en vormgeving van ons landschap? Als dat zo is, dan moeten we dat eerlijk zeggen en de consequenties onder ogen zien. Maar zolang die visie er niet is, vindt Van Toorn dat elke grote ingreep in het Nederlandse landschap moet worden gestopt.

Overal rukken megaprojecten op ten koste van landschap dat generaties lang meeging. Vooral langs de afritten van snelwegen. Van Toorn geeft diverse voorbeelden. Zo zijn Zaltbommel en het rivierenlandschap vanaf de snelweg inmiddels aan het zicht onttrokken door een muur van kantoren en bedrijven. Wie is hier verantwoordelijk voor? Waar blijft het debat over de ruimte?

Van Toorn noemt de ontwikkeling bijna amusant als deze niet zo schrikwekkend en schijnbaar onafwendbaar zou zijn: ‘alsof de goden van de Olympus hebben bepaald dat het ons lot is bedrijventerreinen aan te leggen […] en grote delen van ons landschap daaraan op te offeren’. Zo is het niet. De overheid is verantwoordelijk. Zij bepaalt de grenzen van de markt.

Nederland behoort tot de dichtst bevolkte landen ter wereld. We hebben een traditie in strakke ruimtelijke ordening en in de omgang met een beperkte ruimte. De oude politiek van Ruimtelijke Ordening maakte veel ontwikkelingen onmogelijk. Nu slaat de slinger met de nieuwe Nota Ruimte en de ontwikkelingsplanologie door naar de nadere kant. Die opvatting maakt Van Toorn aannemelijk. Toch zijn recente signalen hoopvol. De nieuwe minister van VROM, Jacqueline Cramer, wil de verrommeling van het landschap bestrijden. Bij rijk en provincies dringt ook het besef door dat het anders moet. Het door Van Toorn gewenste debat lijkt geopend.