Poetin staat sterk, maar is permanent op zijn hoede

Rusland ligt de afgelopen maanden in de relaties met het Westen dwars waar het dwars kan liggen. Het heeft te maken met Ruslands belangen, maar het heeft ook te maken met de komende verkiezingen.

Overwinningsdag, 9 mei, was dit jaar een Russisch onderonsje. Buitenlandse leiders waren niet uitgenodigd bij de muziek- en vuurwerkshow op het Rode Plein, dat was gevuld met juichende provinciejeugd en van medailles rinkelende oorlogsveteranen. President Poetin, in bruinleren pilotenjas, had weinig opwekkends te melden. Met strakke blik riep hij de natie op tot waakzaamheid, want 62 jaar na de val van het fascisme was Rusland opnieuw omsingeld én geïnfiltreerd. De Verenigde Staten waren de jongste incarnatie met nazi-Duitsland: „Deze nieuwe dreiging toont, net als het Derde Rijk, minachting voor mensenlevens en streeft naar een wereldwijd, exclusief Diktat.”

Hoezeer het Kremlin nu ontkent dat dit citaat over Washington gaat, elke Rus ontcijfert de code moeiteloos. Maar kort voor en tijdens de moeizame EU-Russische top in Samara van vandaag kijkt het Westen nauwelijks meer op van Poetins jongste retorische escalatie. Na een jaar vol dreigementen, strafmaatregelen tegen buurlanden en kille speeches resteert nu slechts de smeekbede ‘laten wij het beschaafd houden’ van de Estse president. Want ook dat lijkt teveel gevraagd nu het Kremlin zijn jeugdbeweging Nasji diplomaten van onwelgevallige landen laat stalken en bedreigen, die uit het Verenigd Koninkrijk en Estland.

Sergej Lavrov, minister van Buitenlandse Zaken, groeit uit tot een nieuwe Mister Njet. Njet tegen Pools vlees, Georgische handelswaar en Georgiërs, het Energiecharter, verplaatsing van een Sovjetmonument in Estland, een VN-plan voor Kosovo, bases voor het raketschild in Polen en Tsjechië. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice keerde dinsdag uit Moskou terug met een vage afspraak de retoriek iets te dimmen, haar Duitse collega Steinmeier kreeg deze week evenmin iets gedaan.

Is Rusland niet gewoon uit op ruzie? Westerse analisten stellen dat de huidige ramkoers niet in Ruslands belang is. Dreigementen – om het Verdrag voor Conventionele Strijdkrachten in Europa te bevriezen bijvoorbeeld – hebben een Atlantische toenadering tussen Europa en de VS bewerkstelligd. Met de selectieve behandeling van EU-leden heeft Moskou Brussel juist een fermere Ruslandkoers ontlokt. De kloof tussen het milde ‘oude Europa’ en het wantrouwige ex-Oostblok slinkt nu Rusland koppig vasthoudt aan een boycot van Pools vlees, Litouwen van zijn olie afsnijdt en Estland treft met sancties.

Waarom gedraagt Rusland zich zo? Ten eerste omdat het die vrijheid heeft. Rusland heeft het Westen even niet nodig als energiegrootmacht in een krappe energiemarkt. Zijn staatsleningen zijn bijna afgelost, in de kluizen van de Centrale Bank liggen honderden miljarden oliedollars, westerse energieconcerns vechten om de kruimeltjes die van de Russische tafel vallen, concerns staan in de rij om de ontluikende middenklasse te voorzien van winkelcentra en consumptiegoederen.

Kan het ontketende Rusland dus de verleiding gewoon niet weerstaan een lange neus naar het Westen te trekken en brutale buurlandjes te straffen? Is het een uitgestelde verwerking van het trauma van het uiteenvallen van de USSR en de vernederingen die daarop volgden? Dat speelt een rol, gezien het zichtbare genoegen waarmee de Russische elite dwarsligt en het feit dat Poetin zich met elke antiwesterse speech geliefder maakt: onlangs steeg zijn populariteit weer boven de 80 procent.

Toch gaat zo’n conclusie er wat aanmatigend van uit dat het Kremlin niet in staat is zijn eigen belang te zien. Terwijl het kweken van een Koude Oorlogsstemming ook een rationele keuze kan zijn. Want een confrontatiekoers versterkt de eenheid in het Westen, maar ook in Rusland. En dat is van groter belang in een verkiezingsjaar. In december kiest Rusland een nieuwe Doema, daarna een opvolger voor Poetin. De machtsclans in het Kremlin manoeuvreren nu al hun mannetjes in positie.

Het regime heeft niets te vrezen van oppositie, zo lijkt het. Poetin heeft elk machtscentrum in het gareel van zijn ‘machtsverticaal’ gedwongen: parlement, gouverneurs, zakentycoons, media, niet-gouvernementele organisaties. En toch oogt het Kremlin nerveus. De legers van tienduizend agenten die steevast de ‘Marsen der Ontevredenen’ van schaker-opposant Gari Kasparov opwachten, maken een potsierlijke indruk. Zo ook Nasji, de ‘Poetinjeugd’ die zeventigduizend provinciejongeren naar Moskou bracht. De opgewonden staatspropaganda over omsingeling door de NAVO en vijfde colonnes van ‘zogenaamde democraten’ en fascisten getuigen van dezelfde overkill.

Het zijn naschokken van de Oranje Revolutie in buurland Oekraïne, eind 2004. De Russische elite wuift die wel weg als een westers complot, maar weet wel degelijk wat honderdduizenden Oekraïeners ertoe bracht een maand in vorst en sneeuw te betogen: onvrede over de corrupte post-Sovjet realiteit met zijn onrecht, ongelijkheid, nepverkiezingen, gemanipuleerd nieuws en virtuele politiek. Die voedingsbodem bestaat ook in Moskou en St. Petersburg, weet het door opiniepeilingen geobsedeerde Kremlin. Men is vastbesloten zich niet te laten verassen.

Toch zijn er, vooral in de grote steden, vermoeidheidverschijnselen zichtbaar. De opkomst bij oppositiemarsen is onverwacht hoog en stadsbewoners lijken op de hand van de betogers. Het vertrouwen in staatsmedia is gering.

In zo’n klimaat kan een beetje Koude Oorlog geen kwaad. Het verenigt het volk achter de leiders en levert een spannend spektakel op om pers en volk af te leiden terwijl de elite achter de coulissen strijdt om de macht. Als Poetin Amerika met nazi-Duitsland vergelijkt, richt hij zich eerder tot Novosibirsk dan Washington. Voelt het Westen zich toch aangesproken: des te beter. De schade valt later wel te lijmen. Wanneer Rusland het Westen weer nodig heeft.